Zottekot

October 28th, 2008

Op het einde van de lange gang zie ik een rolstoel. De rolstoel bonkt heen en weer tegen de deur. Alsof hij wanhopig binnen wil raken.

Een oude vrouw met mooie ogen klampt me aan. Haar kleed toont mooie geometrische motieven. Het lijkt wel retro.
‘Mevrouwtje, zou je me naar huis willen brengen? ‘t Is in Vlamertinge, achter de kerk. Ik moest al lang thuis zijn. Mijn zoon wacht. Mijn kleinkind komt van school. Ik zou zo content zijn.’

Een ander is verwoede pogingen aan het ondernemen om de rolstoel van haar vriendin te saboteren. Ze draait de bouten los en gooit ze zo ver mogelijk weg, liefst onder de kast van de tv.

Nog wat verder zie ik een oude schone man zitten. Een knappe, jonge vrouw vraagt of hij goed zit. Hij wil weten hoe laat het is. Er hangt nergens een klok.
Wanneer de vrouw vertrekt, wil hij haar ‘buitenlaten’, zoals dat bij ons op de streek gezegd wordt. ‘Laat maar, papa, ik vind het wel.’

Mijn grootvader is waarschijnlijk de gemakkelijkste van al deze oude, dementerende mensen. Het enige wat hij nog doet, is ademen. Staren. Zitten. Zijn handen beginnen meer en maar op de zwemvliezen van een eend te lijken: knokerig, met vliezen van vel, en zonder spieren.

Terwijl ik bij hem zit, sloft een oude dame me voorbij. Ze is één kous kwijt, waardoor ze er schijnbaar grappig bijloopt.

Odile zit al een uur naar een reportage op Canvas te staren.

‘t Is hier een zottekot*’, mompelt hij. Ik vrees dat hij gelijk heeft.

*een zottekot is bij ons vaak niet negatief bedoeld, maar eerder een verwijzing naar een drukke plaats, waar het moeilijk is om rust te vinden.

8 Responses to “Zottekot”

  1. veerle Says:

    En laat nu net rust zijn waar die mensen zoveel behoefte aan hebben.

  2. els Says:

    Vanuit mijn job heb ik veel vragen over “groeperen” van mensen met een bepaalde aandoening. Meestal wordt de motivatie meegegeven: “voor de veiligheid van de patiënt en de haalbaarheid van de zorgen”. Ik kan het wel begrijpen: onrustige mensen die neiging hebben om weg te lopen, die hun weg verliezen worden samengezet op één gesloten afdeling. De equipe van de verzorgenden heeft zo geen vrees dat er plots iemand zoek is. Maar, die mensen vertonen niet continu dat gedrag. Mijn vraag blijft: lokt het ene gedrag het andere niet uit? Moeten we binnen verzorgingsinstellingen streven naar een gemengde populatie? De volgende vraag stelt zich dan ook: is het voor een persoon die niet wegloopt haalbaar en kwalitatiefvol om continu te leven met een onrustig persoon om die zijn gedrag te corrigeren? Het is een uitgebreide discussie en deze hangt sterk samen met enerzijds de financiering van onze gezondheidszorg en anderzijds de waarde die de maatschappij (wij dus) geven aan deze mensen. Voor mij staat één zaak als een paal boven water: er moet aandacht zijn voor het moment dat men moet overstappen naar palliatieve zorgen (nog een gegeven waar je urenlang kan over discussiëren), op dat moment is het enkel menswaardig voor de persoon in kwestie en zijn naasten om rust en comfort te bieden, dit is volgens mij op een afdeling met dementerenden niet haalbaar, dit is een bovenmenselijke inspanning vragen van het personeel. De huisarts zou volgens mij op dat moment aan de bel moeten trekken. (ik weet het, dit is een krasse uitspraak!)

  3. clarissejananoukmarie Says:

    @Els: het is een krasse uitspraak, maar wel een terechte opmerking. Er zit op dezelfde afdeling als mijn grootvader een vrouw die constant roept. Het lijkt of ze pijn heeft, maar dat weet ik niet zeker.
    Enerzijds heb ik enorm met peter te doen: hij is altijd zo’n rustige mens geweest en in zijn normale leven, vroeger, zou hij daar moeilijk mee om gekund hebben, vermoed ik.
    Anderzijds heb ik ook veel begrip voor die dame, en haar familie: de situatie moet voor haar ook onhoudbaar zijn.
    Maar de penibele financiële situatie, kenmerkend voor de sector, zorgt er uiteraard voor dat mankracht gedoseerd moet worden, en dat dat soms voor schrijnende taferelen zorgt.

  4. Nonkel Bram Says:

    die da pijn heeft voelt iets in haar handen van vroeger van de kolen 😉

  5. nonkel Says:

    ze heet Elza,een heel lieve vrouw,als ze mij ziet roept ze dan mijn naam. oud is ze nog niet hoor, en ze zit er al lang.

  6. Da Dame Says:

    Mooi geschreven. Mijn opa is enorm snel achteruit gegaan toen hij in een opvanggroep zat. Hij kon al snel zijn gevoelens en eigen willetje niet meer uitdrukken, net dat wat hij zo belangrijk vond. Toen hij niet meer aan mijn oma kon schrijven dat hij van nog steeds enorm veel haar hield op haar verjaardagskaartje (het was gewoon niet leesbaar voor de buitenwereld)heeft hij zich afgesloten. Soms is samenzijn niet beter..

    xx

  7. Rik Sohier Says:

    Buitenlaten is niet zomaar iemand uitgeleide doen tot aan de voordeur. In vroegere ongure tijden was de voordeur van landelijke woningen voorzien van een grendel,de bout, en een ketting die met een haak aan de binnenzijdje van de voordeur vastgehaakt. Zo kon je de voordeur op een grote kier stellen om te zien wie er aan de straatzijde stond zonder dat die persooon, eventueel met snode bedoelingen,het huis kon binnendringen.
    Als je genodigd was en je weer naar huis of elders wou gaan, liet de gastheer je buiten door de bout weg te schuiven en de ketting los te maken(buitenlaten). De deur was gebout en de keten lag aan de haak. Dus: iemand buitenlaten = iemand vrije uittocht verlenen.
    Peter

  8. clarissejananoukmarie Says:

    @Peter: dat weten we bij deze ook. Bedankt voor de volledige uitleg.

Leave a Reply