Hij was meer dan een meter groot. En bestond hoofdzakelijk uit pluche. Zo’n mega-exemplaar, waarschijnlijk van op de kermis. Ik hou op zich niet zo van pluche, maar dit exmeplaar was er echt over. We kregen hem en je kent het wel: een gegeven paard…
Gelukkig hadden we een grote living, veel ruimte en weinig rommel.
Anouk was net drie, klein en kloek, waardoor het soms leek alsof ze niet stabiel op haar voetjes stond. Jan schoof de aap, over de parketvloer, richting Anouk. Anouk tuimelde om, krabbelde weer recht en bracht de aap naar hem terug. Waarop de handeling opnieuw begon. Na drie keer vond ze het gelijk niet meer leuk. Dat kon ik horen aan de kwade kreten die uit haar kleine mondje kwamen. ‘Neen’, was het enige verstaanbare woord. De rest was een soort gevloek.
Jan deed het wel nog een keer of 10, tot ze echt boos wer en haar vuistjes balde. Ze had 100 kg moeten wegen op dat moment, hij had zich beter verstopt achter de piano.
‘Je moet je leren weirn*’, vervolgde hij, en zowel zij als ik wisten niet zo goed wat hij bedoelde. Het was nochtans een pedagogisch principe dat vaak herhaald werd. Bij een klap, een verwijt of een schop. Als er iemand uitgesloten werd, of niemand wou met Aaron spelen.
Langzamerhand snapten we het. Jezelf verdedigen, niet alleen fysiek, kan bij momenten erg van pas komen. Van jezelf weten waar je staat, ook al ben je klein. Strijden voor een vorm van rechtvaardigheid waar je als kind in gelooft. Dat daar uiteraard eigenbelang bij hoort, dat nemen we daar bij. Want hé, je weirn* is voor jezelf opkomen. Soms is dat jammergenoeg ten nadele van anderen. Maar meestal kan het perfect in samenspraak met anderen.

* weirn is een woord dat te vergelijken valt met verdedigen. Het gaat minder om het ‘oog om oog’ -principe dan je zou denken, want je mag het gerust ruimer zien. Je eigen grenzen stellen, maar beleefd blijven. Het niet toelaten dat mensen je onterecht verdriet aandoen. Sociaal kunnen functioneren zonder jezelf op de achter- of voorgrond te moeten plaatsen. Het is pedagogisch niet zo kosjer, vermoed ik. Maar ik ben tot op vandaag nog altijd blij dat Jan Anouk die gedachte af en toe bijbrengt.

Leave a Reply