gelijk

June 2nd, 2020

Ik schreef er al eerder over, over hoe het leven me bij mijn nekvel en in mijn hart pakte, jaren geleden.

U moet weten, een mens, die heeft volgens mij een fundament. Elke mens, op heel de wereld.
Ooit, soms vroeg, soms laat, soms door verdriet, soms door overlevering, soms door geschiedenis, soms door ziekte, ook door liefde, familie, indrukken, huizen, eten, geuren en kleuren. Door muziek, door handen die je goed, slecht, te veel, te weinig, te vaak aanraken. Door televisie, door series, oh door boeken en soms ook eens door het eten van je grootouders, zeker als ze koekjes bakten, in mijn geval. Door de aarde waarop je leeft, het geloof dat je deelt met je ouders, of waartegen je je verzet. Door de dansen die je danst, de kinders die je zoogt en de kindertjes van anderen die rond je dwarrelen in het leven.

Dat fundament is stevig, groeit met de jaren, meestal, en het brokkelt ook soms een beetje af, en dan komt er op een andere plek weer bij. Dat is soms goed, soms kwaad, soms hard, soms zacht, gelijk de bodem waar je bij momenten op staat. Soms komt er een duw, soms heel veel kleine schokjes, en hoe heviger de duw, hoe feller de afbrokkeling, meestal, maar ook hoe groter het stuk aan de andere kant. Die duwen willen en kunnen voelen, en tijd en ruimte kunnen geven aan de groei van die stukken aan de andere kant: dat is ongetwijfeld een voorrecht.

Ik had zo een zware duw toen mijn zoontje stierf.
Ik besefte dat toen anders, minder expliciet, en ik kan er nu beter over schrijven dan ik er toen over kon voelen en praten.
(Ik kan daar nog altijd moeilijk over praten, zeker met mijn naasten, enkel met mijn kindjes en mijn lief gaat dat vrij goed).
Maar het gaat daar niet over, nu, dat verdriet is verteerd, dat heeft een plekske in mijn hart, op een schapke, en dat staat daar vrij goed.

Het gaat over de ruimte die ik kreeg om het stuk aan de andere kant te laten groeien tot wat het is.

Dat gebeurde in één van de droevigste maanden van mijn leven, in een kelder in Brussel.
Waar ik met mijn West-Vlaams amper gebeiteld fundament, dat op lossen schroeven stond door al dat verdriet, dat vol vooroordelen zat, met foute wereldbeelden, in de armen werd gesloten door zoveel Afrikaanse liefde, dat ik er altijd opnieuw warm van zal worden als ik de kelder voor mijn ogen haal.
Met een evidentie en een grenzeloosheid die mij verblufte.
Met curiositeit, dat wel, wederzijds, en veel vragen voor elkaar.

‘Ce sont les mains’, zeiden de moeders fluisterend in de kelder, het zijn de handen die je moet bekijken als iemand sterft.
Waren ze open? Verkrampt? Leek het op pijn? Leek het op slaap?
En ik knikte en ik antwoordde en ik brabbelde waarschijnlijk een beetje in mijn beste Frans dat ik meezeulde van mijn uniform-humaniora.
Ze vertelden over de dood, over de warme kant van wiegendood en hoe zij keken naar het sterven. Hoe de rug van het leven schuurt tegen de buik van de dood.
Hoe het helpt om veel te dansen, als je verdrietig bent, en veel en luid te zingen.
Terwijl ze vertelden en luisterden schudden ze kleintjes op hun rug, zoogden ze borelingen en maakten ze eten voor mij klaar.
Allemaal inéén, allemaal samen en door elkaar. Oh wat wou ik toen vaak verdwijnen in hun rokken, voor altijd en altijd.
Ze fluisterden, knepen in mijn arm, en susten me, want de kelder was vol stemmen en gelach en wij vrouwen, wij deden samenzweerderig over dat verdriet.

Daar leerde ik voor de rest van mijn leven verdriet bezweren (ik ga niet te luid roepen).
Ik leerde kijken naar het leven zoals ik het nog nooit had gevoeld en gehoord.
Ik had het wel al veel gelezen, maar het nog nooit zo geleefd.
Ons Vlaams verdriet bestond uit vreselijke begrafenissen, zwart en grijze kleren en handjesschudden aan de kerk. Het bestond uit familiaal gezucht omdat mijn grootmoeder zo leed onder de dood van haar achterkleinkind. Het bestond uit heel veel niet, en meestal niet uit verdriet.
Hoe mijn Afrikaanse vrienden keken naar dat verdriet en dat als een loodzwaar gekleurd pakje emballeerden zodat mijn hart er tegen kon, en mijn hoofd bestand was tegen de schokken die het verlies veroorzaakte: dat was hoe ik het verdriet plots kon zien. Door een bril die niet van mij was, door een hart dat mijn vriendin aan mij leende in zulke zware tijden.

Het zijn die verschillen, die ik wil blijven voelen, en we zouden dat moeten proberen, allemaal, om finaal eens die bril van ons privilege af te zetten, om eens anders naar de wereld te kijken.
Dat ik dat wil en kan voelen is mijn privilege die spreekt, ik weet dat.Ik moet dus zwijgen. En luisteren. En nederig zijn.
Ik snap gewoon niet waarom het zo ingewikkeld en moeizaam is om onze eigen bril af te zetten, ons hoofd eens deels uit te schakelen, en dingen anders te zien en te voelen.

En daarom volstaan regenboogkleuren niet, en mismakende K3huppels ook niet (luister eens hoe erg dat liedje is, en hoe ik mij nu verslik als ik denk hoeveel keer mijn dochter daarop danste, wtf)
Daarom is het moeilijk en pijnlijk en lastig als witte mensen zichzelf afbeelden in verschillende kleuren. Dat is goedbedoeld, maar we zijn niet gelijk.
Denken wij nu echt dat Afrikanen en Afro-Amerikanen daar een boodschap aan hebben, dat wij een kleurtje plakken over ons Westerse bestaan?
We mogen en moeten kijken naar kleur, omdat dat één laag is van hoe anders black people zijn. Eén enkele laag van alle mogelijke lagen van hun menszijn, waar zij zo ontzettend vaak worden op afgerekend: niet enkel individueel, niet enkel openlijk, maar systemisch, verborgen, ingebakken in onze overheersende neigingen elke keer opnieuw. Alsof dat een schande is, de kleur waarmee je bent geboren. Eén laag, die vol trotsheid zit, en die door onze blik zoveel lagen tenietdoet, daardoor. Alsof dat over één homogene groep gaat, bemerk ik vaak in discussies, één groep met één kleur. Dat is toch zielig van ons, om dat te denken? Dat wij dat niet zien, en ons weeral geschoffeerd voelen nu, dat is net het probleem: wij maken daar -again- onze verontwaardiging van. Wij kantelen dat weeral naar onszelf, naar hoe onze bril staat.

Verdorie toch, zeg ik soms, hoe komt het toch dat dat zo moeilijk is, voor ons?

Uitspraken zoals ‘we zijn allemaal gelijk, voor mij tellen kleuren niet’ zijn daarom zo pijnlijk. Ik heb daar begrip voor, ik wéét waar dat vandaan komt, maar we zullen het beter moeten doen.
We moeten niet alleen proberen, we moeten ons in bochten wringen om het veel veel beter te doen.
Strijd, dat is pijnlijk.
Strijd, dat doet zeer en dat wringt en dat duwt en dat verloopt niet gelijk een namiddagje shoppen in Brussel he.
Dat is ook niet een keer een gedroogde vis kopen in de Afrikaanse winkel.
Cherrypicking enal (en ik maak me schuldig daaraan, met mijn verhaal, en ik heb het tien keer herschreven en ik zal waarschijnlijk wel honderd dingen fout hebben gezegd, maar dan is dat maar zo. En dat ga ik daaruit leren. En luisteren. Want ik ben niet diegene die onderdrukt wordt. Dus ik moet eigenlijk zwijgen, als hier iets over te zeggen valt, maar ik voel hoe jullie hoofden zoeken en hoe moeilijk het is. Ik lees het in de berichten, in de vriendelijke en lieve berichten die ik krijg van mensen die ik niet ken en die vragen ‘Hoe moet ik denken, wat doe ik verkeerd?’)

We zijn verschillend, en het zijn al die verschillen die samen moeten kunnen staan. Naast elkaar. Niet onder of boven elkaar.
En zoals de blacks al eeuwen dat fundament van kolonisatie en onderdrukking met zich meezeulen, en de lasten die zij elke dag ondervinden, ewel, wij zullen ook een keer iets moeten voelen. Van hoe het niet moet. Wij zijn diegenen die nu moeten strijden voor hen, vind ik, voor de eindeloze strijd die zij al zo lang voeren.

We zullen schone verschillen hebben en moeilijke ook. Harde en zachte. Allemaal verschillende manieren waarop we geloof beleven, dansen, zingen, naar het huwelijk kijken. Hoe we kinderen kweken, en hoe we ze elders anders kweken. Hoe we eten en wat we eten en wanneer we eten en waarom we eten en hoe we ons geld spenderen en of we werken of net niet.
En net omdat we die verschillen moete leren zien, moeten we de heterogeniteit van de groep leren kennen, en niet altijd diezelfde gemeenschappelijke kleur, waardoor alle verschillen verdwijnen.
Zal elke Afro-Amerikaan dezelfde gevoelens hebben? Heeft het daarom zin om af te komen met het antwoord van één gekleurde mens om je statement te maken?
Natuurlijk niet. Die gedachte alleen al is elitair. Delen jullie gedachtengoed met Dries Van Langenhove?
Ik dacht het niet. Zeggen dat iedereen gelijk is, is.niet.juist.

Verdorie toch. Maak de oefening bij jezelf. Bevraag het onderwijs van je kinderen. Lees boeken die de wereld anders zien. Luister vooral als black people spreken. Stop die vooringenomenheid en luister nu toch eens. Stuur me maar, argumenteer, geef weerwerk en ga in discussie.
Ook met de mensen die je graag ziet.
Echt.
Ook als het ongemakkelijk is, ook als je op je donder krijgt.
Go. Go. Go.

9 Responses to “gelijk”

  1. Caro Says:

    Je verhaal begon mooi, kippevel kreeg ik ervan. Doorvoeld en oprecht. Over verschillen, over anders zijn en zien dat het niet overal hetzelfde eraan toegaat. Nee, niet gelijk. Niet perse.Tot het ging over wit privilege..Voor wie? Ken genoeg jongens en meisjes die door klote omstandigheden en een rotopvoeding zonder diploma of niets de straat zijn opgegaan voor hun achtiende levensjaar.. ‘White privilege?’ Echt? Ik vind het een enorm racistisch gedacht..ik zou mij met andere woorden moeten schuldig voelen omdat ik wit ben?. Een jonge zwarte vrouw die een diploma heeft heeft veel meer ‘privilage’ dan een witte werkloze vent van middelbare leeftijd uit de borinage. Je zou wel zien wie binnengelaten wordt in die hippe nieuwe tent op het antwerpse zuid. Of wie op stage mag in een bel20 bedrijf… ik zeg niet dat racisme niet bestaat. Jawel, spijtiggenoeg wel. Maar ik merk zelf dat ik er meer en meer naar moet zoeken. Gelukkig! De meeste mensen die ik ken zijn helemaal geen racisten! Er zijn absoluut statusverschillen en veel hangt af uit welk nest je komt maar please, het is niet enkel kleur..

  2. Marie Says:

    Hey Caro,

    Ik ga me hier een beetje beroepen op de dingen die ik al las, en waar ik naar luisterde de laatste jaren.

    White privilege betekent niet dat je geen shit kunt hebben. White privilege betekent niet dat het leven voor jou niet verschrikkelijk hard en onwezenlijk kan zijn, het debat loopt daar vaak op vast. White privilege betekent niet dat je het slachtoffer niet kunt zijn van geweld, van armoede, van honger, van klasseverschillen. Er zijn honderden strijden die hier dringend en terecht gevoerd (moeten) worden, en die ook in andere gemeenschappen minstens even fel worden gevoerd, maar die staan bijna los van deze discriminatie.

    Ik ga even quoten (van deze https://www.instagram.com/lecoeuramareebasse/?hl=nl),
    ” Wit verwijst minder naar je vel dan naar je positie in de samenleving. Het is ook een kleur, het is belangrijk om dat te willen zien.

    Wit is de norm, in alle positions of power in politiek, media, onderwijs, bedrijfsleven, justitie, ordediensten. Als de Rode Duivels ons naar de voetbalhemel sjotten, dan zijn ze van “ons”. Collega’s van kleur mogen op de campagnefoto voor diversiteitspunten, bedolven onder een spervuur van “Maar gij zijt anders”.

    Als we naar het journaal kijken krijgen we een witte blik op het nieuws voorgeschoteld, die mee bepaalt wat we geweld noemen, op welk geweld we inzoomen.

    Wit privilege hebben betekent niet dat je kwaadaardig bent of dat je geen achterstelling kan meemaken in je leven. Het betekent dat je 99 problemen kan hebben maar dat structureel racisme er geen van is.

    Het betekent niet dat je buurman van kleur geen vooroordelen kan hebben over jou. Maar zijn vooroordeel is geen racisme dat structureel ingebed is in de maatschappij (onderwijs, woonmarkt, jobmarkt,…)

    Als je wordt aangesproken als witte mens in dit debat is het om je eigen positie te bevragen om de ongelijkheid mee te helpen ontmantelen. Om je positie te gebruiken en te zeggen: dit is niet hun strijd, het is die van ons.
    (einde quote)


    We komen er niet, Caro, met onze eigen verontwaardiging (‘dus ik moet me schuldig voelen? Neen, maar je kunt wel je positie gebruiken), en met de claim ‘dat de meeste mensen die ik ken geen racisten zijn’. Het gaat over het institutionele ervan, de noodzakelijke deconstructie van het structureel racisme. Het gaat over veel meer dan die uitgesproken racisten die er trots op zijn. Het gaat nét over alle lagen die daaronder liggen.

    Ik heb berichten gekregen van mensen die dit niet eens openbaar durven zeggen, die opgelucht zijn dat dat erkend wordt (WTF eigenlijk), ik word er werkgewijs mee geconfronteerd, in mijn familie (in Ieper heb ik het laatste jaar dingen gehoord, Caro, waarvan mijn ogen bijna uit mijn oogkassen rolden, van mensen die ‘helemaal geen racist zijn, maar het is wel schrikken he, zo een zwarte voor je deur’) op straat hier in Ledeberg (2 keer in de loop van één week, openlijk, uitgesproken, deze week)
    Ik moet er niet naar op zoek, tot op vandaag.
    En dat is slechts wat IK ervaar, ik heb daar zelf geen last van, zou je kunnen denken.
    Wel, dat is het net. Ik wil me daar niet meer achter schuilen. Ik wil niet mezelf weer als ijkpunt gaan gedragen. Dat maakt het moeilijk en soms pijnlijk, maar bon, dan ga ik maar onderuit.

    Mijn dochter studeert aan de hoger school leerkracht lager onderwijs, en ik bekeek deze week haar cursus geschiedenis over de kolonisatie: er wordt niet eens gesproken over Lumumba. Hoe kan dat eigenlijk? ik wil weten hoe dat komt. Ik hoop dat ik het fout heb.
    Wat zegt dat over ons onderwijssysteem? Hoe komt het dat ik berichten krijg van mensen die les geven en zeggen dat ze niet weten wie Lumumba is? Die dat bijna niet durven uitspreken? Dat dat zelfs in het onderwijs zo erg ondervertegenwoordigd is, dat wij leren uit wat wij hebben gedaan. Geen schuld toewijzen aan 10jarigen, uiteraard niet, maar wel een kader scheppen. Om mensen onze (aangebrande) geschiedenis te leren kennen. Om ons eigen gedrag te kunnen observeren, om het beter te kunnen doen.
    Om weerwerk te bieden aan die koloniale instandhouding, waarmee we impliciet dingen goedkeuren.

    Benieuwd naar je reactie, Caro, altijd blij als je reageert xxxxxxx

  3. Sarah Says:

    Een twee jaar geleden zeulde ik over het strand met een baby en heel wat ander gerief. Eenmaal op de dijk duwde ik de baby prompt in de armen van wat nadien een “illegale Pakistaan” bleek. Bewust koos ik voor hem. Om een statement te maken, I guess. Ik besefte ergens wel dat de trots die ik voelde omdat ik zulks “durfde” misplaatst was. Het is echter niet evident om een gevoel dat spontaan bij je opkomt te wijzigen.
    Dank voor je gebalanceerde post, Marie. We hebben nog een lange weg te gaan.

  4. caro Says:

    Lieve Marie,
    Er is zoveel om op te antwoorden.. Ik ga er een paar dingen uit nemen.Het eerste punt over structureel racisme. Het bestaat en het is een probleem.
    Het rare is dat structureel racisme overal bestaat waar er minderheden en meerderheden samenleven. En dat niet altijd de bruine mensen slachtoffer zijn.Mijn eigen zus is in India al heel vaak het slachtoffer geweest van openlijk racisme tegen buitenlanders. Indiers eerst zeg maar..Niet goed te praten natuurlijk, wel realiteit. De andere als rariteit, iemand die getolereerd wordt maar nooit echt aanvaard, al woon je er nog zolang. Het lijkt wel ingebakken bij sommigen. Hoe los je zoiets op? Laat ons terugkeren naar België. Ik denk dat hier de laatste 20 jaar enorme sprongen voorwaards gemaakt zijn. Ik geloof wel structureel racisme minder is geworden, niet weg maar toch minder. En machtsposities zijn niet uitsluitend wit meer. Het kan altijd beter natuurlijk maar samen moeten we vooruit. Ik geloof niet dat de manier vooruit bestaat uit ons met een collectieve koloniale ‘erfzonde’ op te zadelen. Wij blijven zo voor eeuwig schuldig over wat onze voorvaderen gedaan hebben en zij blijven voor eeuwig slachtoffer. We moeten volgens mij juist af van dat soort identity politics. Het resulteert enkel in een nog sterker ‘wij’ en ‘zij’ beeld, wat gewoon jammer is. Ik geloof trouwens niet in erfzonde. Ik vind niet dat een jonge Duitser bv hem constant bewust moet zijn, of laat staan zich schuldig(!) voelen over hetgeen de nazi’s hebben aangericht. Misschien waren zijn grootouders wel felle tegenstanders van het nazisme. Niet alle Belgen waren trouwens voorstander van de kolonie Congo. Ik vind het triest, je schuldig moeten voelen voor een misdaad waar je niets kan aan doen.. of over de huidskleur waarmee je bent geboren. Het is regressief, niet progressief… Nog een kleine nagedachte om mee af te sluiten. Geschiedenis is een onderbelicht vak. En eurocentrisch uit tijdsgebrek. Om de volledige wereldgeschiedenis in het middelbaar aan bod te laten komen zou je een uur of 5 per week minimum moeten krijgen. Dan zou ook duidelijk worden dat de wereldgeschiedenis een aaneenschakeling van bloederige conficten en oorlogen geweest is waar heel de wereld aan heeft meegedaan.. Het is goed om je eigen geschiedenis te kennen en de blinde vlekken te zien waar het is misgegaan. Wat minder kies is, is om je enkel te focussen op je eigen geschiedenis en plots enkel maar het slechte te gaan zien. En die arme Lumumba, tja, twas een communist.. bad timing, en veel te veel privebelangen die meespeelden. Er zijn al veel Lumumba’s geweest in de wereld.. groetjes en all the best x

  5. caro Says:

    Goh, ik zou hier nog zo lang over willen doorpraten. Geloof me, ik zie volledig je punt.. en hoe diepgelaagd die problematiek is. Weet alleen de oplossing niet goed. Je kunt niet iedereen overtuigen vrees ik. Sommige vooroordelen zijn zo diepgeworteld, en de angst is nooit ver weg..

  6. marie Says:

    Hey Caro,

    Bedankt voor je antwoorden, blij je nog eens te horen (hopelijk zien we elkaar eens in Ieper, in de Kerselaar, pleasssee).

    We zijn het dus eens dat structureel racisme bestaat.
    Je haalt Indië aan als voorbeeld, om aan te tonen dat racisme ook dààr bestaat en oa tegenover witte mensen. Ik wou het eigenlijk deze weken niet hebben over ander racisme, omdat dat smoort wat ik wil zeggen, maar laat ons even 200 jaar terug gaan in de geschiedenis (dat is 3/4 generaties ver, gezien mijn kinderen mijn grootmoeder goed hebben gekend, en ik mijn overgrootmoeder, lijkt me dat nu ook niet zo ver terug in de tijd). Jij weet toch waar de term British Raj voor staat? Hoe lang geleden is de onafhankelijkheid van Indië tot stand gekomen (ik ga niet verder in op de huidige relaties tussen Uk en India, omdat ik daar weinig over weet)? Het racisme dat witte mensen daar ervaren, kan toch evengoed ingebed zijn in dat koloniaal verleden, dat nog zo vers in het geheugen ligt? Er worden allerhande pogingen ondernemen om die relatie op te blinken en er worden bijzondere uitspraken gedaan vanuit de UK als het over de band met India gaat, maar jij weet toch net zo goed als mij dat economisch belang altijd primeert?
    Dat jouw zus daar slachtoffer is van racisme, dat zal ongetwijfeld zo zijn, maar je kan dat niet als voorbeeld aanhalen om te zeggen het overal bestaat waar meerderheden en minderheden samenleven. Je moet dat toch door een historische bril bekijken, Caro?

    Om terug te keren naar België.
    Structureel racisme.
    Dat jij een evolutie merkt, dat is goed, dat is ook de bedoeling. Maar als dat enkel een buikgevoel is, dan kan dat verkeerd zijn, vrees ik, of alleszins, dat dient te worden getoetst. Kijk eens naar Ieper, ik zal eens kijken naar Gent: naar het stadsbestuur, naar de besturen van ziekenfondsen, de Raad van Bestuur van belangrijke organen zoals het tehuis in Ieper, enzovoort. Kijk naar de politieke partijen, naar de Raad van Bestuur van het OCMW, enzovoort enzovoort. Hoe gaat het politiekorps om met de problematiek rond ethnische profilering (ik heb daar via de echtgenote van een politieman verhalen gehoord, mannekes, Caroline, ze was zich van geen kwaad bewust, maar dat maakt het nog erger. De machocultuur van de flikken die dan ook nog eens soort broederschap in stand houden…): ik wil dat weten. Ik heb hier politie gezien de voorbije weken die wat groepjes mensen uit elkaar dreef op Ledebergplein, mannekes, ik zie ze dat in de wijken hier wat verder, waar mijn vriendinnen zitten te aperitieven met een tiental buren, niet doen hoor. In mijn straat is een aantal mensen overtuigd en uitgesproken TEGEN vreemdelingen, en dat heeft niet te maken met de problemen die wij hier hebben in de straat, want…die zijn er niet. Wij waren lang de enigen met een burenproblematiek en het antwoord dat ik kreeg in deze straat van verschillende mensen die me genegen zijn als buur: ‘Stem op het Vlaams Belang’.
    Dus mijn buikgevoel (dat in de praktijk dagelijks wordt bevestigd), is anders dan dat van jou. E met mij heel veel getuigenissen. Stress om zonder paspoort op straat te lopen, zorgen dat je niet wordt aangesproken op de manier waarop je je kinderen kleedt, voor black people is dat heel vaak een realiteit, waar zij zelfs geen energie meer in steken, omdat zij leven in die realiteit.
    Dus ik wil dat buikgevoel dan wel wat vertaald zien in een structurele aanpak en in de manier waarop sollicitatierondes verlopen, zowel in de privé als in de openbare instellingen. Ik vind het wat gemakkelijk om mij daar van af te maken door te claimen dat het is verbeterd, en dat ik aanvoel dat er minder racisme is dan vroeger.
    Ik voel dat verdoken racisme meer, en ik heb daar zelf alleen moreel last van, omdat ik geen doelwit ben.

    Dan over de koloniale erfzonde.
    Er wordt niks gezegd in het onderwijs, niks.
    Dat is veralgemenend en er zullen wellicht wel richtingen en leerkrachten zijn waar de kolonisatieproblematiek wel wordt belicht (hoe is nog maar de vraag), maar niet genoeg.
    Geschiedenis is dus onderbelicht, maar ik vind de rol van je eigen land de voorbije 200 jaar wel een keer een noodzaak om in ons oh zo schoon eurocentrisch onderricht aan bod te laten komen. Dat is verdorie toch niet iets waar we over kunnen zwijgen? Hoe kan je nu politieke en economische inzichten krijgen als je stilletjes zwijgt over je eigen schandes? Ik mag, als ouder en als mens die vraag stellen, en scholen en onderwijskoepels mogen (neen, moeten) daar toch wel in evolueren? Het zijn net die inzichten die ik bij veel mensen mis in de discussies, en die ervoor zorgen dat je in een soort navelstaarderig ‘wij weten hoe het is’-kringetje blijft dansen.
    Dat is fout vind ik, dat we het belang van die kolonisatie wegdrukken, en dat toont aan dat ons onderwijs niet bezig is wat er in de wereld leeft (onderwijsmensen, voor je me de kop inslaat, dat is veralgemenend en geen kritiek op jullie harde werk en het vele engagement, wel op de rol van onderwijsinstellingen in het algemeen). Gaat onderwijs niet over samenleven, zeg?

    Dus het gaat me zeker niet over persoonlijke schuld, het treft me wel dat door veel te lezen, ik mijn bril zie, en me van die bril soms afvraag hoe het komt dat ik die zo moeilijk afzet? En dat ik bereid ben dat wel te proberen, elke dag opnieuw, en dat ook mag verwachten van de mensen die mijn kinderen onderwijzen, de mensen die ons politiek vertegenwoordigen en de politie en andere instellingen. Dat ik in mijn dichte omgeving veel te veel stilte zie en voel, en dat mensen hoegenaamd niet denken hierover. Dat ik nu al dagen berichten krijg van mensen die zeggen dat ik me beter focus op mijn gezin (WTF eigenlijk), dat ik een gouden hart heb, dat ik de wereld niet zal veranderen: heel vreemd, vind ik. Dat ik goedbedoeld word gesust omdat er geen andere argumenten zijn 🙂
    Dus het gaat me niet over het schuldgevoel en het gaat me niet over iedereen overtuigen, het gaat me vooral over een onuitgesproken latente aanwezigheid van een bril die ik wil durven afzetten, en ik hoop met mij veel andere mensen. Wat me hoop geeft hoor, want ik kreeg misschien wel veel bezorgde berichten (amai, moest ik altijd schrijven wat ik denk, besef ik dan) ik kreeg meer berichten van mensen die zich vragen stellen, die lezen, die getuigen van hoe lastig het elke dag is voor hen om hier als kleurling te moeten leven, mensen die zeggen dat ze echt niet wisten waar deze zwarte woede vandaan komt. Dan denk ik: ik heb geen nood om iedereen te overtuigen, maar we zijn wel met meer dan gisteren die erover durven nadenken en onze eigen visie en handelen in vraag durven en kunnen stellen.

    Altijd blij met je antwoorden, Caro, ik leer bij xxx

  7. pieke Says:

    White privilege is vooral iets om je bewust van te zijn, niet om je ergens de schuld van te geven. White privilege is het privilege dat ondanks alle problemen die je tegenkomt in je leven, je huidskleur daarbij niet van belang is. Dat privilege gun ik iedereen.

  8. caro Says:

    Je bent een goed mens Marie. Maar dat wist ik al lang! Hoop ook je eens te zien voor een babbel. Altijd welkom. En by the way.. de kerselaar is twee min wandelen van bij mij thuis 😉

  9. zmQJywgR Says:

    YwlSIPqZmvrMopsC

Leave a Reply