maatschappelijk zeer

November 21st, 2019

‘Ik haat mannen’.

Het was een uitspraak van mijn twaalfjarige dochter, zo op een doordeweekse avond aan de eettafel.

‘Euhm’, polste ik voorzichtig, ‘wat bedoel je?’

‘Niet de mannen die ik ken he, maar de mannen in het algemeen, mama.’

Er ontstond een levendig gesprek waarin zij mondjesmaat probeerde te zeggen wat ze voelde. Na een halfuur werd haar uitspraak genuanceerd, maar zij legde kinderlijk een vinger op de wonde door tal van voorbeelden aan te halen die haar verontwaardiging hadden gevoed.
‘De meester van turnen he, ik dacht dat dat een toffen was, maar die zegt dat mannen fysiek sterker zijn dan vrouwen’
Ze haalde nog een aantal situaties is, u welbekend, die wel al eens de revue zijn gepasseerd (‘als een meisje een goal maakt krijgt ze dubbele punten, what the fuck, mama’)

We kwamen er samen uit: het ging niet over haat, maar over zware verontwaardiging waar zij geen gelijkwaardigheid voelt.
Soms terecht, soms zwart-wit, soms moeilijk te volgen voor mij (maar wie ben ik). Ik heb haar blik dan wel een beetje gedraaid, die avond, naar de vele mannen die ik ken, die worstelen met het evenwicht (waarop zij aanhaalt dat vrouwen altijd moeten zoeken naar een evenwicht). Naar mijn grootvader, die mijn grootmoeder vroeger veel bij stond in het huishouden, ook ‘s nachts, en ook allemaal met een evidentie als mijn eigen lief dat doet. Tja, denk ik nu na het gesprek soms, het was toch niet eerlijk want veel kansen kreeg mijn grootmoedertje niet: 9 kinderen opkweken en voornamelijk in uw eigen huis leven tussen luiers, doeken, kinders en de keuken: een mens zou voor minder willen gaan werken. Dàt was de evidentie, dat moederen, de hulp van mijn grootvader was goodwill (ook al zag hij dat als een evidentie).

Ik voel hoe de lessen zedenleer onder haar huid kruipen. Hoe ze leert nuanceren, voorbeelden zoekt, verbanden legt en af en toe eens kirrend thuiskomt met de melding ‘dat ze echt leren denken in zedenleer’.

Een paar dagen later ging het aan tafel over racisme. Over het zwartwit-denkbeeld van een racist.
Ze haalde een tijdje geleden zelf het voorbeeld aan van die keer dat ze met haar grootmoeder (mijn schoonmama, ze is 83) over straat liep in Ieper, en dat ze naar de andere kant van de straat trokken toen er moslims passeerden. ‘Raar volk’, had mijn schoonmama gezegd.
Ik haalde het voorbeeld aan in de discussie om haar te tonen hoe dat er in het echt uitziet: angst.
Ze veegde het weg en zei ‘maar mama, dat is moedertje, ik weet dat zij dat zo niet bedoelt’.
Natuurlijk bedoelt mijn schoonmoedertje dat niet zo, ik ken haar nu al lang genoeg om te weten wie zij is, en om te weten hoe zij denkt, maar toch.
Dat is hoe zij als 83jarige de wereld blijkbaar ziet: vol angst.
Angst die haar compleet is aangepraat (door de krant het meest, vermoed ik, en door de passanten in haar leven in het rustige Ieper, waar ze blijkbaar ontzettend bang moeten zijn), die op niets stoelt, en die geen reden heeft. Op geen enkel moment is zij, noch iemand van onze familie, in welke zin dan ook, in aanraking gekomen met een feit of een gebeurtenis die dat zouden kunnen verklaren. Geen enkele keer.

Ik snap dat niet, dacht ik. Ik snap dat echt niet.

Maar ik snap het wel, bedacht ik mij later, toen ik verder met mijn dochtertje sprak over racisme.

Zo gaat dat dus.
Zo snel kun je van een mens een angstige haas maken.
Een zwart-gele folder voor de verkiezingen, een artikel in de krant waarbij een moslim is betrokken, een onverlaat die een uitspraak doet met gebalde vuisten, en hup: bang.
angst.
onuitgesproken gekweekte emoties die je doen vluchten naar politiek die je belooft dat ze voor jou zullen zorgen.
weer angst.
weer een faits divers.

De Polen pakken ons werk af. (ocharm, als het uitkomt dealen ze drugs aan het kruispunt, en ze drinken ook veel te veel, met hun chique villa’s in hun thuisland, tsss)
De moslims onze vrijheid.
De zieken en de werklozen ons geld.
De moslims ook nog onze huizen.
De Afrikanen onze cultuur (laat me niet lachen, laat me echt niet lachen).

Angst.
Ik wil niet dat mijn kinderen angsthazen zijn, noch dat ze zich zo gedragen. De angst die we moeten voelen zit elders, deesdaags.

Ik wil dat ze leren nadenken. Dat ze empathisch leren redeneren. Dat ze invalshoeken zoeken, en tegenvoorbeelden, om te kaderen wat ze willen zeggen, en vooral: om te leren uit wat ze voelen en denken. Dat ze durven kijken naar zichzelf, ook, en toegeven dat ze het mis hadden, zonder dat ze daarvoor op hun bek gaan. Ik wil dat ze kritisch durven zijn, dat ze kunst leren kennen (die niet wordt opgelegd of in een keurslijf wordt verstrakt), dat ze humaan zijn, en kunnen opkomen voor wie het minder goed heeft (en in dialoog kunnen gaan met wie het beter heeft, dat vooral ook). Dat ze voelen terwijl ze leven, en dat ze dit alles niet als evidentie ervaren, maar altijd zoekende blijven naar beter. Ik wil dat ze ingaan tegen ridicule angst, dat ze kunnen discussiëren met hun grootmoeders, en kunnen zeggen dat ze hun groepswerk doen met een moslim en dat die moslim toevallig een moslim is maar vooral een heel goede vriendin, die de eerste maanden in het middelbaar draaglijker heeft gemaakt. Ik wil dat ze kan vertellen over hoe welkom ze was in dat huis, toen ze samen groepswerk moesten maken en dat ze zich pas na mijn vraag (‘Denk je dat Arife moslim is?’) afvroeg of dat mogelijks zo zou zijn. Ik wil dat zij later niet die belachelijke vraag stelt die ik haar heb gesteld. Ik zou eigenlijk willen dat ze helemaal niks moet duiden, dat dat gewoon een evidentie is.

We gaan dat niet fiksen als we niet gaan babbelen met onze kinders he.
We zullen daar niet voor kunnen zorgen als we niet samen aan tafel eten en van mening verschillen. We moeten niet onze maatschappelijke plicht afwentelen op het onderwijs alleen he.
We zullen ze moeten begeleiden, die kinders van ons. Het zal kraken en schuren en zeer doen, maar welke omkanteling doet er nu ook geen zeer?
Groei is ook altijd een beetje afzien he.

Maar het is boeiend, dat ook. Zien hoe je kinderen dingen in vraag stellen, ook als het over henzelf gaat.
Counteren, en sturen en tegensturen en sussen en een keer roepen af en toe.

We zullen het zelf moeten doen, he.

Dat die angst verdwijnt en dat we echt leren samenleven met elkaar.

One Response to “maatschappelijk zeer”

  1. Nele Says:

    Soms denk ik: was je maar mijn buurvrouw ofzo. Ik zou zoveel van je kunnen leren. En dan denk ik: gelukkig dat je blogt, jou zo af en toe lezen, dat aait mijn hart.

Leave a Reply