over angst

June 19th, 2019

Laatst logeerden wij in een prachtig huis in een schone streek in Frankrijk.
Wij: Jan, de ladies en een deel van mijn schoonfamilie.
Het huis was oud maar mooi: grote traphal, grote kamers, lange zware gordijnen, overal deuren en badkamers, een huis uit een sprookje met een adembenemende tuin.

Clarisse was de oudste van 4 kinderen.

De eerste avond, toen ze hun tanden poetsten voor het slapengaan piepte ze ‘ik ben bang’.
Ze kon niet echt duiden waar die angst vandaag kwam, toen ik het haar vroeg.
Toen was er ook nog een insect in de lavabo en begon ze te wenen: het kind dat met haar hoofd in de bek van een kwijlende Rottweiler zou kruipen, ja dat kind.
Mijn dochter die naast beren zou lopen, angstige klauwende poezen zou temmen, dat kind was zo bang dat ze trillend bij mij in het toilet kroop om te bekomen.
Het lukte niet echt, ze bleef angstig rond zich heen kijken.
Ik nam ze nog even op schoot beneden, en toen gingen ze met 3 slapen.

Ze was nog steeds bang. Ook in bed. Ook al waren er 2 kinderen, waaronder haar eigen zus en haar neefje, bij haar in de kamer, ook al kon ze ons horen praten door de vloer.
Ook al was er niks dat haar echt bang had gemaakt, het was een vage angst (het onbekende huis? de deur langs weerszijden in de kamer?).

Ik bleef even bij haar liggen. Het hielp niet, dacht ik. Ze bleef met ogen open liggen en toen ik na een kwartier vroeg of het beter was, zei ze ‘neen’.

Ik ging nog even naar beneden, maar kwam na 5 minuten terug en ze lag muisstil wakker bang te wezen.

We gingen zelf slapen, ik vroeg of het zou lukken, ze zei dat ze zou proberen maar stond 5 minuten later wenend aan onze deur.

Jan en ik keken naar elkaar, we dachten allebei ‘dedju daar gaan onze plannen (:-))’ maar ze kroop bij mij in bed en Jan bij onze jongste.

Twee minuten later sliep ze als een steen.

‘s Morgens kwam ze rustig wakker en zei ‘ik ben niet meer bang’.

De nacht nadien ging ze zonder morren en zonder angst slapen en was er niks aan de hand.

Ik blijf maar denken: wat een geluk dat zij bang mag zijn. Wat een geluk dat ze angst als een normale reactie kan beschouwen, die komt en gaat en die soms irreƫel is en soms ook heel echt logisch te verklaren.
Wat een goede basis in haar hoofd: niemand die haar zegt dat ze niet bang mag zijn, dat dat niet normaal is, dat ze dapper moet zijn, blablabla.
Gewoon: ik ben bang en het zal wel overgaan. Ik help wel denken met haar, en Jan wrijft over haar rug, want we zoeken wel hoe het komt dat ze bang is, maar ja, een mens weet soms zelf niet waarom hij iets voelt, zij wellicht ook al eens niet.

Want eigenlijk: dapper zijn en angst hebben, dat is toch iets raars he, dat wij vinden dat mensen ‘dapper’ moeten zijn als ze bang zijn, waarmee we eigenlijk willen zeggen dat angst geen terechte emotie is en bedoelen dat iemand zijn angst aan de kant moet schuiven. Angst is voor kleine kinders en voor mensen die het niet allemaal hebben.
Alsof je in angst niet dapper bent, amai.
Zelfs al ben je bang en blijft die angst hangen, ik vind eigenlijk niks dapperder dan dat.

Ik zei het haar, dat ik dat het dapperst van al vond, dat ze uit haar bed durfde om te komen naar onze kamer om te zeggen dat ze bang was. Want ja, als je bang bent, dan is er niks dapperder dan in het donker uit je bed sluipen om te zeggen dat je bang bent.
‘Mama toch’, zei ze lachend, maar ik denk wel dat ze het begrepen heeft.

One Response to “over angst”

  1. Goofball Says:

    Ik denk dat onze maatschappij zo rationeel ingesteld is dat we daarom vinden dat we dapper moeten zijn. Omdat angst vaak irrationeel is. Ik worstel zelf nogal met wat angsten en ik weet dat die irrationeel zijn. Daarom vind ik het zo erg van mezelf dat ik ze heb. Ik krijg ook enkel van andere rationele reacties dat die angsten nergens op slaan.

    Hoe fijn zou het zijn als we angst effectief leren aanvaarden.

Leave a Reply