over trunten en bleiten

July 17th, 2018

Vorig jaar in september haalden wij een oude hond uit het asiel.

Er waren heel wat mensen die voorzichtig zeiden dat het moeilijk zou zijn, een oude hond, omdat ze niet zo lang bij ons zou zijn, en het verdriet groot als ze zou sterven.

Ik had daar nog geen seconde bij stilgestaan. Niet bij dat sterven, niet over dat verdriet. ‘Ik ken dat, hier geen dieren, dat is alleen maar verdriet voor de kinders, is het niet vroeg dan is het laat, en dan moeten kinderen wenen, ik ken dat.’
‘Uhu,’ zei ik vaak. ‘Ja, klopt’, ook.

Wij kwamen net uit één van de emotioneel turbulentste tijden van ons leven hier, waarin we heel dicht bij de dood waren geweest, dat ik het eigenlijk niet goed snapte, wat de mensen wilden zeggen.

Ik was het niet met ze eens, maar ik had wat tijd nodig om het te kaderen.

Wanneer zijn wij zo bang geworden van verdriet?
Hoe komt het dat wij rouw uit ons woordenboek hebben geschrapt, tot op het moment dat het ons overvalt?
Waarom leren wij onze kinderen alles, maken wij heelder programmareeksen, zelfs over seks, en laten wij afscheid, verlies en rouw gewoon netjes in de bezemkast?

Mijn Afrikaanse vriend Moussa keek met open mond naar de manier waarop wij een begrafenis organiseren (toen mijn zoon stierf): het plechtige, de afstand, de kilte in de kerk. In de week van het sterven van mijn kind fluisterde hij het me toe: hoe inherent de dood aan het leven is; hoe je niet kunt leven zonder te sterven. Hoe je leven kunt vieren, net op het moment dat het er niet meer is. Oh wat heb ik zijn woorden in gedachten, als het in mijn hoofd kortsluit.

Misschien moeten we de deur op een kier zetten voor verdriet. Misschien moeten we trunten en bleiten en vloeken en leren om te leven met verdriet, met zeer en met gemis.
Als we de deur een klein beetje openen, dan komt het binnen, zo af en toe, als een soort compagnon de route.
Het zal niet steeds fijn zijn, en het doet vaak meer zeer dan gehoopt, maar ervan weglopen maakt het alleen erger, zwaarder en log.
Jezelf dapperder voordoen dan nodig is eigenlijk ook alleen maar een beetje doen alsof.

Onze hond tjaffelt ondertussen dapper door, met artrose in haar poten en een kwijlende bek als ze teveel water heeft gedronken.
Ze zal sterven, zoveel is zeker, en de kans dat het binnen 3 jaar voorvalt is veel groter dan binnen 10 jaar.
Maar ondertussen is het fantastisch, is ze de beste maat van mijn lief en mijn kinders en mezelf, en omhelzen we het samenzijn als geen ander.

Altijd met de deur op een kier.
Als ze sterft gaan we samen bleiten en vloeken en zeggen dat het teveel pijn doet voor woorden. Dat geen enkele hond zo fantastisch is als zij, en dat haar missen veel pijn doet. We weten dat, en we weten ook allemaal dat dat het leven is, hier. Geen taboes over afscheid, inherent aan het leven zoals het is. I onze rugzak nadien wat meer houvast om grilligheid op te vangen, om te beseffen dat er geen vlekkeloos pad bestaat, voor niemand en nooit.

Duizend hartjes voor de troost die ik vond in het interview dat Eva had met Helen:
Het licht dat samenhuist met het duister.

7 Responses to “over trunten en bleiten”

  1. Anna berg Says:

    Heel mooi.

  2. Els Says:

    Gij.zijt.zo.wijs. <3

  3. Hilde Says:

    Inderdaad, zoals alles in ons leven, bestaat licht niet zonder donker, een lach niet zonder een traan, genot niet zonder pijn en geluk ligt nooit veraf van verdriet. Daarom is het leven ook zo mooi omdat een mens wéét dat achter de wolken toch altijd de zon huist. X

  4. Goofball Says:

    Rouwen hoort bij het leven…maar ‘k ga het toch ook niet bewust opzoeken. Het overvalt me al genoeg. Anderzijds je er proberen van afschermen is onrealistisch.

  5. Caroline Says:

    Jij bent echt de mooiste mens.

  6. Kleine Atlas Says:

    Sinds ik dit las, voed ik een beetje anders op. Wij hebben geen huisdieren, en verdriet om een levend wezen is denk ik wel nergens mee te vergelijken. Maar jullie hond, die verdriet-inclusief is, ooit, is een metafoor geworden voor mij voor veel andere dingen.

    “Doe maar,” zeg ik nu vaker, als hij iets wil proberen dat gegarandeerd gaat mislopen. en tranen gaat geven. En woede-aanvallen. En soms ook weleens oprecht verdriet.

    Vroeger had ik twee contra-argumenten: ik wilde hem beschermen, en mijzelf, van de stress. Ik dacht bovendien niet: er komt iets leuks, en dan loopt het mis. Maar alleen: oei, neen, het gaat mislopen. Nu wil ik alleen nog maar mezelf soms ontzien, van de moeite die het kost om zo’n teleurstelling samen te plaatsen, te troosten en tot bedaren te brengen.

    Maar ik zie dat verdriet/die woede-aanvallen nu veel minder als faalmomenten in de opvoeding, dingen die een signaal zijn dat een en ander al te ver gekomen is (te laat gaan slapen, ergens anders te veel toegegeven). Neen, denk ik nu. Dat is allemaal normaal, het hoort erbij, teleurstelling is zo ontzettend inherent aan het leven, wat zou hij veel missen als hij dat even sterk berekende als ikzelf soms wil doen.

    De oudere hond komt in ieders leven terug, denk ik nu, maar jij toont heel mooi en helder aan dat je verdriet niet kan en hoeft weg te stoppen, het integendeel zelfs kan incalculeren.

  7. Marie Says:

    dank, Atlas, voor de prachtige woorden steeds xxxx

Leave a Reply