veerkracht

February 22nd, 2016

‘Stel je voor dat we alles zouden hebben wat we willen, maar echt alles.’

Vaak leidt één zin tot heel veel gedachten, hier, en komen mijn ladies dagen later nog eens terug op iets wat we vroeger dachten, of zeiden.

‘Stel je dat eens voor zeg.’

We kwamen niet ver, want er waren weinig dingen die we wilden en niet hadden. We zochten verder. We zagen wel dingen die we voor andere mensen wensten, en af en toe iets kleins voor onszelf. Een kleine tuin, een wat groter huis, een zus zonder allergie en dus een hond. Maar die tuin hoeft dan plots weer niet persé, en dat huis ook niet (ik maak hier wel een nestje, keppe, zegt mijn lief dan) en de honden hebben de buurman en de buurvrouw en die nemen de ladies mee op wandeltochten.

‘Wij hebben eigenlijk alles wat we willen he, mama.’

Wat minder oorlog, en dieren die graag worden gezien, dat wensten we de wereld toe, en ook mensen die stoppen met kippen te behandelen alsof ze stom eten zijn en niks anders. We wensten alle kippen een leven zoals dat van de kippen van mijn nonkel, die honderd kippen heeft en geen enkel hok (of zoiets). Flanellendekens, zei de koukleun, en toen herpakte ze zich want ze had net flanellen dekens gekregen van mijn nicht.

‘Stel je voor dat we iets kwijt zouden zijn, dat we heel graag zien’, was de andere zin.

‘Een mens of een ding’, vroegen ze zich af, want dat was natuurlijk een verschil.
‘Bij een mens zouden we verdriet hebben, bij een ding ook, maar ander minder erg verdriet.’

‘Wat als je een koffer zou moeten vullen, zo groot als de tafel?’

Ze kwamen tot niet veel, en legden zich plat op tafel op te zien of ze er op pasten, zo samen, om mijn koffer te vullen.
Fiew. Ze pasten samen in mijn koffer, en met wat gepuzzel kon hun vader en grote zus er ook nog bij. Eerst vroegen ze nog wat boeken, maar écht belangrijk leken die niet meer, want verhalen in hoofden nemen geen plaats in en zijn ook heel goed. Eten gingen ze onderweg vinden en drinken aan de bronnen van rivieren.

Geen verdriet voor een auto (wat zou je willen), geen afhankelijkheid van een scherm (toch niet als je maar heel weinig mag hebben, dan hadden ze liever een koek), aan kleren dachten ze pas later (toen het in het echt ook kouder werd) en alle andere spullen kwamen ook niet aan de orde.

Wat een ongelooflijke veerkracht heeft een kind toch, dacht ik nadien, om zomaar het leven in gedachten te kunnen herleiden tot noodzaak, zonder tralala. Zelfs de kracht om niet afhankelijk te zijn van een auto, waarschijnlijk een van de sterkste krachten die een mens kan hebben. begrijp me niet verkeerd en voor de anoniemen hier weer nood hebben om kritisch te zijn: mijn ladies en ik zitten soms eens in een auto, maar oh boy wij gaan nooit denken dat een auto écht belangrijk is. nooit nooit nooit.

‘Bananen’ brulden ze, blij dat ze iets werkelijks hadden gevonden dat nog net in de holtes van hun oksels paste, toen ze op tafel lagen.
‘Dan hebben we tenminste eten als we honger hebben.’

Het was wrang, het besef dat pas later kwam, dat deze denkoefening, luxe van de bovenste plank, werkelijkheid is voor mensen zoals zij en ik.

5 Responses to “veerkracht”

  1. liese Says:

    inderdaad wrang, en mooie levensles die jullie creëerden.

  2. mie Says:

    misschien is het belangrijkste in die koffer wel een heleboel contentement. En dat neemt ook geen plaats in…
    Mooi dat je kinderen dat inzien

  3. Els Says:

    veerkracht, het hippe toverwoord in alle theorieën over stress,burn-out…
    maar jij geeft het zo een mooie invulling, echte veerkracht is dit. En opnieuw kunnen we leren van je kinderen en jouw kracht om er bij stil te staan!
    bedankt! x

  4. gert Says:

    Weer zo waar en zo mooi weergegeven. Wou dat ik een stukje van jullie veerkracht had.
    Bedankt om je mooie verhalen met ons te delen

  5. Claire Says:

    Ik word altijd blij én een beetje verdrietig van je verhalen…

Leave a Reply