Kracht I

October 8th, 2014

In mijn straat woont een gezin: vader, moeder, dochter in de twintig. Hun huis lijkt altijd gesloten. Er is weinig beweging, en ik denk dat ik tot voor kort nog nooit de deur zag open staan.

Bij de verkiezingen leerden de dochter en ik elkaar kennen. We moesten beiden ‘zitten’, en toen zij haar adres zei, bleek dat we buren waren. We wandelden samen naar huis, ons gesprek was kort maar oh zo hartelijk.

‘Hoe gek’, bedacht ik,’dat er zo’n vriendelijke vrouw woont, krak aan de overkant van de straat, en dat ik haar nog nooit eerder zag.

Sinds de verkiezingen komen we elkaar soms eens tegen. We stoppen en we praten en het lijkt een beetje alsof we elkaar goed kennen. Het gaat weinig over koetjes en kalfjes, maar de korte gesprekken zijn altijd boeiend.

Een paar weken terug kocht mijn lief couscous, en het bleek iets fijners te zijn, een soort meel dat me geschikter leek om te bakken. Ik belde aan bij de overbuurvrouw, de andere (van wie de zoon af en toe eens Frans en rekenen kwam oefenen wat jaren geleden) en ze stuurde me door naar het huis van mijn verse kennis.
‘Die moeder weet alles van couscous, vraag haar maar’.

Ik belde aan bij het huis van de dochter die ik dus een beetje kende van de verkiezingen.

De oudere zus, die op bezoek was bij haar moeder, was een werkelijke spraakwaterval toen ze de deur opendeed. Ik legde uit van de verkiezingen, dat ik haar zus toen leerde kennen, en ze werd met de minuut hartelijker. De moeder kwam vanuit de keuken, en ik kreeg een pak couscous in ruil voor het meel dat ik in mijn handen had. En passant kreeg ik een recept: eerst bouillon maken, veel tijd nemen, en met je handen rollen, zeker met je handen rollen. Tussen de instructies door, die de oudste dochter in het Nederlands vertaalde van de vriendelijke moeder, kreeg ik te horen waar ze woonde, werkte en hoeveel kinderen ze had.

Sindsdien zwaait de oudste zus naar mij, praat ik langer met de jongste zus en vroeg de moeder wat ik vond van de couscous.

Zondag en maandag aten wij ervan. Hij was fijn, zoals ik hem graag had, en van de lekkerste soort die ik ooit at. Tijdens het eten dacht ik aan de buurvrouwen: de jongste zus, de moeder en de oudste zus.

Verbondenheid zit niet in opgelegde verdraagzaamheid maar in oprechte interesse.

(Deze week elke dag een stukje over hoe ik hier in Ledeberg zonder bril heb leren kijken, en hoeveel godsgeschenken ik daardoor in de plaats kreeg. In mijn eigen buurt, in mijn eigen straat, bij mijn kindertjes die bijna geboren zijn zonder bril op hun hoofd)

4 Responses to “Kracht I”

  1. caroline Says:

    een dag met een blogpost van jou is zowieso een mooiere dag dan de andere!
    dank je!

  2. vee Says:

    awel, dat vind ik nu een mooi stukje tekst!

  3. gert Says:

    wat schrijf jij zo ontwapenend mooi

  4. Muriel Says:

    Ik ben al langer fan van je mooie tekstjes voor ik door had dat jij het was, Marie! Super!

Leave a Reply