Ons dametje had feest zaterdag. Ze was zeven, wou geen eerste communie en omdat ze momenteel schotsenscheve tanden heeft en haar lange haartjes wisselde voor een korte cowboycoupe, gaven we feest.

In volgorde van ontvangst maakte ze geschenken, enveloppes en doosjes open. Netjes op haar tempo, negerend dat er soms mensen stonden te wachten met een cadeau in hun handen. Dankuwel, hoorde ik haar af en toe zeggen, en ze verdronk in centjes, boeken, verkleedkleren en allerlei moois, meer dan zij in haar hele leven bij elkaar zag.

Van meneertje, een vriend van mijn mama, kreeg ze een brief. Een brief die ze langzaam, aandachtig, spellend las, met af en toe een blik naar mij en een gedachte in haar hoofd.

Ze zei ‘joepie, ik ben zo blij, we mogen naar de zee naar Roland als we willen en Simonne mag mee en ik denk oma ook en we gaan zeker niet naar tv kijken maar leuke dingen doen denk ik’ en legde de brief aan de kant.

Wat zijn sommige mensen toch bijzonder, dacht ik, dat hun aanwezigheid verlichtend werkt, hun onthechtheid zeer groot is en hun leven herleid tot de essentie van het bestaan. Niks tralala, leven to the point en vooral: voldaan zijn met wat er is, komt en geweest is. Geen complexiteit, geen voorwaarden, excuses of gezalf nodig, geen analyses die tot niets leiden en geen handleidingen die ik niet kan lezen of bochten waar ik hoegenaamd nog niet had bij stilgestaan.

‘Kind toch’, dacht ik jaloers, ‘wat zou ik graag zeven zijn en die uitnodiging krijgen. Wat zou ik bovendien graag in jouw hoofd logeren voor eventjes, waar alles eenduidig, strak en logisch is. Ik zou daar best wat willen blijven, in dat kopje van jou, zo met een dekentje en een tas koffie om me warm te houden en een boek om de tijd te doden. Terwijl ik daar dan toch zou zijn, zou ik je leren hoe het later moet. Hoe het later beter werkt, als je in de grotemensenwereld zult duiken, en rekening zult moeten houden met regels, karakters en voorwaarden. Hoe je het niet zult begrijpen, dat klotegedoe soms en hoe je zult fronsen en vragen hoe het komt dat alles altijd zo complex wordt gemaakt. Ik zal jou dat uitleggen dan, en ook zou ik je zeggen dat je je middelvinger klaarhoudt, voor als het nodig is, en dat ik daar aan de kant zal staan en eens zal knipogen als je hem bovenhaalt.’

Ik had haar dat alles willen zeggen, toen ze zaterdag in haar cowboykleedje rondliep, met een pannekoek met snoepjes op, maar ik wist dat alles altijd vanzelf komt, dat zij zelf wijzer is dan ik dat ben, dat haar middelvinger als een evidentie in haar hoofd zit zonder dat ze het zelf doorheeft en dat ze meer dan genoeg heeft aan zee-uitstappen in mooie brieven. Het is daar dat ze de knepen van het leven leert, de schone kant, de weidsheid van het denken en de kracht van oprechtheid.

Geen sterker wapen in het leven dan het geluk zulke mooie mensen in je leven te mogen verwelkomen.

4 Responses to “Meneertje en de kracht van het leven”

  1. Marleen Says:

    Marie toch ik snotter nie zo vlug maar nu moet ik toch even hoor,het is alsof je er eentje van mij beschrijft en zal het haar zeggen dat ze dit zeker eens moet lezen en misschien heel erg misschien zal ze die denkbeeldige vinger eens vlugger gebruiken. Dikke zoen 🙂

  2. Katrien Morez Says:

    “een dekentje en een tas koffie”
    prachtig, jij ook koffie? :))

  3. Janina Modaal Says:

    xxx

  4. Lena Says:

    Het weekendje aan zee nadert. Wandelen, want wandelen kan ze goed, een restaurantje kiezen, iets gaan bezoeken en met mij in bed slapen, Roland op de zetel:):)

Leave a Reply