Sterren

November 14th, 2012

We stonden samen op onze kleine koer maandagavond. Het was pikkedonker, en het was niet eens laat.

Hij met een sigaret in zijn handen, zijn vereelde handen. Met stug grijs haar in een staart en een stoffige werkbroek aan. Ik met een wasmand in mijn handen en mijn hoofd bij de planning van de week. Hij was net klaar met plakken op onze bovenverdieping, een werk waar ik hem ontzettend dankbaar voor ben.

Hij kijkt graag naar de sterren, onze plakkermetser.

Ik kijk ook graag naar de sterren, en als we zo samen op de koer staan, denk ik aan mijn zoon, en hij aan zijn vrouw.

Ik weet dat, ook al heb ik haar nooit gekend, en ook al weet hij niet eens de naam van mijn zoon.

‘Francine zou nu een lekker koteletje bakken,’ mijmert hij, ‘met patatten en iets van groensels.’

Ik zie het altijd voor me, hoe ze zou zijn geweest, zijn Francine: een kloeke huismoeder van een jaar of zestig, met een hart van zacht stoofvlees en een hoofd dat bij het eten en de was zit. Een hoofd dat ook bij hem zit, die vreemde solitaire man van haar. Ik zie hoe ze meewarig schudt als hij weer veel te lang in oude naslagwerken leest over algen en wieren in stilstaande waters, terwijl zij met een peignoir op haar vaste plaats in de zetel naar televisie kijkt. Ik zie haar zuchten als hij ‘s avonds te voet vertrekt naar de zee, om in den donker langs eb en vloed te tjooln, op zoek naar bijzonders uit de zee. Ik zie haar glimlachen als hij 4 worsten eet, en 2 kilo patatten, helemaal in zijn alleen. Ik zie zo voor me hoe zij hem kent, en hoe zij die zonderling zo graag ziet.

‘Ik vind het zo jammer dat ze er niet meer is’, prevel ik, en dat klinkt een beetje stom, want ik heb haar nooit gekend.

‘Ik had haar graag aan mijn tafel gehad, echt, dan had ik koffie voor haar gemaakt en haar beleefd gevraagd hoe het met de kleinkindjes was.’

Hij lacht alleen een beetje. Een beetje stil, een lach die vol gemis en mijmering zit. Ze is begod meer dan twintig jaar dood, zijn Francine, en in elke vezel van zijn lijf zit een onstilbaar verdriet.

Ik heb hem graag, die oudere mens die af en toe mijn huis verlicht.

Hij weet dat want ik zeg dat elke keer als ik hem zie.

Net zoals ik al altijd een grote biefstuk voor hem heb gebakken, echt elke keer als hij hier was.

‘Dat hij liever varkensvlees eet’, zei hij nu, ‘dat hij eigenlijk niet zo van biefstuk houdt.’

Daar zal Francine vanuit de hemel wel al eens goed mee gelachen hebben, denk ik nu.

 

 

7 Responses to “Sterren”

  1. Kruimel Says:

    och marie, zo schoon

  2. bentenge Says:

    Ik ben het helemaal eens met de eerste commentaar. Zo schoon.
    Het leven is meeleven, maar vooral ook meevoelen. Dat doe jij dus zeer goed. ^

  3. mamasha Says:

    Ik ben blij met die laatste zin. Dat deed me lachen. 🙂 En wordt er geplakt op gyproc?

  4. Els Says:

    Zo mooi! Een traan en een lach…..
    Eerlijkheid siert de mens!

  5. Bieke Says:

    mooi marie!

  6. Lies Says:

    ik zie het ook al zo voor me!

  7. Katrien Says:

    als ik ‘t las, was ‘t net alsof ik op je koer stond, en naar de sterren keek; weeral zo mooi geschreven, én wat ‘n einde: biefstuk/kotelet …

Leave a Reply