Ik kocht de middelste dochter om, gisteren.

Als ze met me mee mocht, dan kreeg ze waarschijnlijk een stukje taart.

‘Oh ja,’ zei ze blij, pakte haar jas en hing aan mijn arm.

‘Gaan we nu naar Brussel?’, smeekte ze hoopvol – naar Brussel gaan, dat is blijkbaar het summum van geluk (ze wil kerken bezoeken, en de Grote Markt zien ook) – maar ik zei: ‘neen, we gaan naar het ICC.’

We namen de bus, landden vlakbij het Citadelpark en ik dacht, ik vertel eens over het dierenasiel.

Ze luisterde met een accuraatheid zoals alleen zij dat kan, en vijf minuten later waren we lid van het asiel, kregen we een wandelkaart en kreeg ik een leiband in de hand geduwd.

Aan dat touw hing een kleine dikke gezelligaard.

Mushu.

Met kromme pootjes, een gevlekte kop en een rustigheid die ontroerend was.

We waren sebiet verkocht, de dochter en ik. ‘Nu zijn we een hondenbaasje’, fluisterde ze, en ze kneep keihard in mijn hand.

We wandelden door het park, en zij zocht tamme kastanjes en blafte de hondentaal. Zij kan dat namelijk, blaffen en vertellen tegelijk. Ze zei hem dat we terug zouden komen, en dat we hem fijn vonden, en grappig ook. Dat het lief was dat hij bijna niet blafte, en dat hij stoer was, met de vlek op zijn oog.

Het was een beetje pijnlijk, het afscheid van ons dikkertje, maar we komen terug, zeiden we, we komen terug.

We zagen kraaien of raven (ik zal het nooit leren) en keken met open mond naar de vrouwtjes (ahum), die zo elegant zwierden met hun staart, dat het net prinsessen leken.

Toen gingen we op zoek naar Dorien, op de veggiebeurs in het ICC. Beurzen zijn mijn ding niet, maar het boek van Dorien wel (ik kan niet linken, ik zit op de verkeerde computer). Het voelde een beetje zoals die keer dat ik een heel fijn cadeautje kreeg voor Sinterklaas, en wekenlang dat zalige gevoel aanhield.

We misten de bus en besloten te stappen. Vijfjarigen kunnen bergen verzetten als je ze uitdaagt. We speelden een wonderlijk spel, van grijze tegels, witte strepen en reuzenstappen. Man wat een plezier tussen het Citadelpark en Ledeberg, zomaar voor niets op een zaterdagnamiddag.

Ik las een beetje, thuis. Zo alsof je een vers brood bekijkt in een broodzak, en het kleine korstje opeet. Ik bleef lezen, gaf chips aan de kinderen en zette wat muziek op. Ik dronk bier en kookte nonchalant patatten. Ik las en dronk bier. Ik zuchtte, zag herkenning, was ontzettend ontroerd bij het varken, zwoor witlof in de hesp links te laten liggen, knikte, citeerde, schreef op en at. Na een gezellig aperitief met iedereen, en overweldigende knuffels van de kleinste; De kleinste, moet u weten, die raast door het leven, aan een snelheid die wij niet kennen, niet gewoon zijn. Ze brult van plezier, hangt aan mijn rug als een aapje, eet als een monster, doet samenzweerderig als een beste vriendin. Ze verwarmt mijn hart als de beste warmwaterkruik ever, en doet haar papa bulderlachen. ‘Ik wil je opeten, kleintje,’ fluister ik vaak, ‘met olijfolie, zout en citroen.’

‘Ik ben toch mooi,’ repliceert ze, ‘en een mens? Ik ben toch geen echt patatje met mayonaise?’

Ach, we stichtten en passant ook nog eens een echte Pipiclub, met een kreet als toegangscode. En Vijf Belangrijke Leden.

We kropen allemaal samen in bed, en iedereen mocht kiezen waar hij het liefst lag. Dat klopte als een bus.

De oudste fantaseerde over de crumble uit het boek, die ze momenteel aan het maken is, altijd altijd klaar om mij een beetje te helpen.

Wat zijn wij complementair, dacht ik met moeie ogen, wat passen wij toch goed bij elkaar.

 

 

 

 

11 Responses to “Over Mushu, Poepeshakers, een overweldigend Boek en een Pipiclub”

  1. Oon Says:

    Om te bleiten zo schoon.

  2. ria Says:

    oooooh,om te koesteren!

  3. Leen* Says:

    Je kan hem Γ©cht lezen hΓ©, dat boek. Heerlijk!
    Ik zou vroeger de hond hebben meegenomen, nu weet ik het niet zo zeker.
    Geniet nog!

  4. Marie Says:

    Leen! Ik zag jou, kan dat? Je was aan het workshoppen, niet?
    Ik twijfel nu constant over de hond, ik wist het. Maar ik doe het niet, wegens geen tuin en geen tijd. maar we keren terug, zeker.

  5. annelies Says:

    mens mens wat ben jij een madam om te koesteren, en ik ben er zeker van dat die anderen in dat grote bed dat ook heel goed beseffen (en dan ken ik u alleen maar van ‘t lezen!)

  6. Leen* Says:

    Klopt! Ik heb niks gezien wegens druk aan het proberen om het niet te laten mislukken. πŸ™‚

  7. caroline Says:

    wat een mooi verhaal, zo op een gewone maandagmorgen, dank je wel!

  8. Huguette Says:

    Marie, ik garandeer je dat het zaadje geplant is…
    Misschien niet direct, maar ooit word jij een hondenbaasje!

    Is dat boek van Dorien een kookboek of gaat het meer over voedingsleer?
    Ik hoorde een stukje op de radio maar kon niet uitmaken waar het nu juist over ging.

  9. Jonge Sla Says:

    Zo fijn.

  10. marie Says:

    Het is een kookboek, echt iets voor jou. Het is zo erg de moeite, ik kom koffie drinken en breng het mee XX

  11. huguette Says:

    Say when!
    Dan kan ik het boek eens inkijken voor ik hem aanschaf.

    πŸ™‚ πŸ™‚ πŸ™‚

Leave a Reply