Eén dochter

August 17th, 2012

Ze mocht bij mij in bed in slaap vallen, had ik beloofd. We zouden eerst verhalen lezen en dan superlang met elkaar babbelen.

Dat is het summum van exclusieve aandacht hier: helemaal alleen iets mogen doen.

Haar zussen zijn in de Westhoek, en aan hun enthousiasme te horen staan ze niet te springen om terug te komen.

Ze is alleen dus, met mij en Jan, en op de koop toe mocht ze gisteren bij mij in slaap vallen in bed. Er kwam plots vreselijke migraine op bij mij, en we stelden het verhaal uit, maar het samen-in-slaap-vallen, daar kon ik met de beste wil van de wereld niet onderuit.

‘Weetje,’ zegt ze honderd keer na elkaar, en dan volgt elke keer een verhaal van hoe haar dag was. Het zijn altijd fijne vertellementen, met af en toe een beetje verontwaardiging erin – want verontwaardigd zijn, man, ze kan het beter dan haar vader en haar moeder samen. Ze redeneert, trekt conclusies, stelt af en toe een vraag en kijkt zeer fronsend als het niet lijkt te kloppen. ‘Maarja’, zegt ze ook, als ze ergens tegenin wil gaan, en ook nog ‘nubenikhetechtbeu’. Het gaat steeds over onbenulligheden, maar de verontwaardiging in haar hoofdje moet enorm zijn. ‘Zolang je beleefd blijft, patatje, mag veel’, leg ik haar uit als ze tekeer gaat en dan vloekt ze met alstublieft erbij.

Ze is de Ongrijpbare, de middelste. De sandwichdochter, die zo hevig kan brullen omdat het niet loopt zoals het moet. Ze kan van humeur omslaan in een niet, en dan sta je ernaar te kijken, en hoop je dat het overgaat. Ze is diegene van wie mensen zeggen dat het een speciale is, en ik beaam het meestal, vaak gewoon om er van af te zijn. Ze gedijt het best als enig kind, want als ze niet moet strijden, dan is ze op haar best. Zeg, als je maar één kind hebt, is dat dan altijd zo, dat ze meestal heel erg meegaand en flink zijn?

Het is fijn om met haar alleen te zijn, zij en ik kunnen dagen met mekaar leven zonder te botsen. Ik doe wat water bij mij wijn, en zij nog zoveel meer, zonder dat ze het beseft.

‘Wij zijn vriendinnen hé, mama?’ vraagt ze aarzelend, maar haar handje vast in mijn hand ( en mijn hoofd dat kraakt van de pijn). Ja hoor, zeg ik, we zullen nog veel dingen samen doen, jij en ik, en altijd blij zijn als we mekaar zien. We zullen later veel kunnen praten, zoals nu, en lachen met elkaar.’

Ze zucht een beetje.

‘We zullen niet altijd altijd blij zijn om mekaar te zien hoor, vrienden maken soms ook ruzie, toch? En we zullen niet altijd altijd lachen met elkaar hoor, dat doen we nu ook niet, toch?

Tja, en toen viel ze in slaap.

 

7 Responses to “Eén dochter”

  1. Kruimel Says:

    ooh, marie

  2. Riet Says:

    Ik ben ook een sandwichdochter en lees dit met een verwonderd gevoel van herkenning. Maar het komt goed hoor, met verontwaardigde middelkinderen. 😉

  3. Machteld Sohier Says:

    Weet je, ja, ik heb het meer dan 100 keer gehoord die ene dag dat zij en Senne hier samen waren. Maar ze weet veel hoor, dat mevrouwtje, en vooral, ze redeneert tegen de sterren op. Tegen dat het avond is, is de wereld voor haar waarschijnlijk iedere keer een stukje bevattelijker geworden.

  4. jessie Says:

    Ongelooflijk prachtig geschreven zeg

  5. Jonge Sla Says:

    Mooi, mooi.

  6. stien Says:

    Onze sandwichdochter is ook de speciaalste. Ze strijdt dag in dag uit en heeft het eigenlijk niet zo gemakkelijk.

  7. Els Says:

    zo mooi! het is fantastisch je kinderen eens uit hun plaats binnen het gezin te kunnen trekken, het evenwicht even te veranderen.
    Voor even rustgevend en verrijkend, zalig tijd kunnen maken om te luisteren, om nog even dichter bij elkaar te schuiven, alle aandacht naar dat kind op die moeilijke plaats. Herkenbaar…
    Mooie redenering van je lieve mie, zo waar, zo relativerend, ontdaan van alle erbij gestoken toeters en bellen. Het leven zoals het is zou ik zeggen. Ik zou ze graag eens bij mij hebben om te praten en haar redeneringen over het leven te horen. tot binnenkort! x

Leave a Reply