Cassoulet

July 21st, 2011

We praatten over cassoulet. Over echte, en of daar zo’n megarecept voor zou bestaan. Het nichtje had het uitgeprobeerd, en zelf noemde ze het een veredelde tomatensaus, which it is, maar ja, we waren er dus nog niet uit.

Ik zag mezelf terug, maar dan in mijn hoofd, en een maand eerder.

Ik werd wakker op zaterdag en nog voor ik op was, viel er zo’n zware last op mijn hoofd. Zo één die wist dat het weekend pokkevol zat en er zeker van was dat de berg strijk alleen maar zou groeien. Ik wou liever niet opstaan, in de hoop dat de last wel zou overwaaien.

Verweesd zat ik aan tafel. Hongerig, en nog moe en een beetje boos op de hele wereld, terwijl ik eigenlijk alleen maar boos moest zijn op mezelf.

Dan wil ik witte bonen eten, op zo’n moment. In zo’n stroperige tomatensaus die alleen in blik bestaat. Of bij uitbreiding, cassoulet uit blik. Mijn lief brengt dat mee van de Colruyt als hij gaat, en ik zet dat liefdevol in de kelder. Voor op zo’n moment met zware lasten.

Ik eet dat blik helemaal alleen op, alleen Jan mag een stukje vlees (nou ja) pikken, maar enkel omdat hij het is en omdat hij het lief vraagt.

Ik kieper dat in oud, diep bord en warm dat op in de microgolf, terwijl ik er smekend naast sta te wachten. Ik stuur de kinderen naar boven, Jan op boodschappen (naar de Colruyt, uiteraard) en zet mij op mijn vaste plek aan tafel, samen met mijn warm warm bord.

Ik leg drie sneetjes geroosterd brood naast mijn bord, maal heel veel peper en breek mijn brood in twee. Het lijkt op de communie, maar het is veel veel beter, en er komt geeneens een pastoor opdraven.

Dan valt die last van mijn schouders, werk ik -alvast in mijn hoofd- de strijk weg, punt ik lijstjes af en lach ik al een beetje. Ik eet het neurotisch op, dat zout blik, met vlees dat doorendoor geweekt heeft in die halve ketchupsmaak. Ik verdeel het eerlijk: eerst bonen, dan vlees, dan bonen en dan weer vlees. Vandaar dat ik niet deel met anderen.

Als mijn bord bijna leeg is, word ik weer een beetje verdrietig. Omdat het voorbij is en omdat het zo lekker smaakt en omdat cassoulet uit blik me een gezellige ranzigheid bezorgt zoals alleen cassoulet uit blik dat kan. Met koffie hé, ik drink daar koffie met melk bij.

Daar dacht ik aan toen we op de Vlasmarkt stonden, op zoek naar het échte recept.

Toen zei zij, een beetje stil, ‘dat ze eigenlijk alleen de smaak van cassoulet uit blik kent’.

En voor we het wisten, waren we cassouletsoulmates. Zij, met zoete zoute herinneringen aan opgewarmde blikken op weg naar Spanje, ik met heimwee naar mijn tafel en mijn oud warm bord. Over de schroom om dit met anderen te delen, omdat we echt dachten dat we bijna de enigen waren op de wereld.

Fiew. Wat een opluchting.

Wat een compleet begrip voor een blik bonen en geweekt vlees.

Vanaf nu denk ik ook aan haar, als ik aan mijn tafel zit, en mijn brood breek. En aan Vic, die blijkbaar ook een soulmate is.

We zijn al met drie.

Wij zullen William Saurin eeuwig dankbaar zijn.

3 Responses to “Cassoulet”

  1. hotelmama Says:

    Zo mooi geschreven!
    Helaas walg ik van witte bonen,ik treed niet toe tot jullie clubje

  2. himiko Says:

    In mijn tiener- en bij uitbreiding jonge-volwassenjaren heb ik menige zaterdagmiddag ingezet met zo’n dampend bord cassoulet uit blik… al reikhalzend uitkijkend naar de volgende zaterdagmiddag… enkel en alleen omwille van die cassoulet.
    Ik schrijf het nu meteen bij op de boodschappenlijst zie.

    Veel plezier met de club!!

  3. marie Says:

    Himiko: je meent het. Mijn maten zullen lyrisch worden, ik zweer het.

Leave a Reply