‘Gaan we nog wat praten over Kadafi, mama?’, vraagt ze in de auto terwijl we wegrijden van het familiefeest.

Yevgueni speelt luid, we hebben geen kleine kinderen bij, en de zon en het fijne feest spelen parten.

Ze ratelt een tirade af, over bommen en oorlog en vriendelijke olie en waarom toch niemand iets doet aan oorlog als je weet dat het gebeurt.

Ik leg uit van belangen, en centen en olie, en dat het niet opgelost raakt als Kadafi gebombardeerd wordt. Ze zou dat nochtans willen doen, om al die mensen te helpen in dat land. Niemand zou haar straffen, denkt ze ferm, want iederéén is tegen hem. Ik probeer ook dat te counteren, en vertel over de aanhangers van de dictator. Waarop zij vraagt wat aanhangers zijn, en wat een burgeroorlog precies wil zeggen.

‘Eventjes luisteren naar één lied,’ probeer ik haar te onderbreken, ‘we praten straks verder.’

Maar ze wil niet echt luisteren, de afstand tussen Roesbrugge en Poperinge is niet lang, en straks zijn we al bij oma en hebben we niet meer gepraat. ‘Echt, ik heb de oplossing’, zegt ze eventjes later blij, ‘als ik nu nette olie uitvind, dan is het probleem opgelost. Dan kan Amerika bij mij olie kopen en hebben ze Kadafi niet meer nodig.’ Goed idee’, treed ik haar bij, want je kunt een kind ook niet altijd teleurstellen. Nochtans, ‘de wereld van de grote mensen is eigenlijk niet zo leuk’, besluit ze.

Gelukkig hield ze het voor de rest van de week realistischer.

Tot vandaag.

‘Ik zou dat wel leuk vinden, stelde ze out of the blue, ‘een boer zijn’. Waarop een heel verhaal volgde over natuur, en dieren en hard werken en content zijn van je werk. Ik repliceerde niet, deze keer, maar knikte hevig. Ik zou spinazie kweken, misschien, en van die gekke dingen die veel werk kosten, maar erg lekker zijn. Ik knikte weer. Ik vertelde haar van mijn vrienden op de buiten, die het leuk zouden vinden als ze in de vakantie kwam. Met hun grote tuin, hun bergenmentaliteit en hun sprookjeshuis vol meubelen. ‘Ok’, zei ze, ‘ik ga. Zo cool. Ik doe mijn wandelschoenen aan, en mijn werkkleren mee, en ik werk zoals een echte.’

Dat is dus geregeld, bij deze. Bergvrienden, ge moogt ze verwachten.

Moest u boer zijn, en u hebt nog nood aan een wijze boerin, ge moogt solliciteren in de commentaren. Nu de Westvlaamse. Vrienden hier toch lezen, je weet nooit, misschien lezen er hier ook halve boerinnen mee.

3 Responses to “Een boerin onder mijn kinderen”

  1. Tess Says:

    Op dit moment hebben we hier veertig konijnen, ze mag eens komen helpen.

  2. Isolde Says:

    Onze droom is om een kleinschalige zorgboerderij op te starten, wees welgekomen Anouk!

  3. Tine Says:

    Geen reactie specifiek op dit bericht, maar wou je nog eens laten weten dat je echt fantastisch schrijft, zodanig mooi en echt, waardoor je echt raakt. Je kruipt niet in je pen, maar onder mijn vel! Doe zo voort, Marie!

Leave a Reply