Voor mij op de tram zaten twee oude meneren. Netjes naast elkaar, zo met de schouders die zin hadden om tegen elkaar te leunen.

De ene had een kostuum aan: véél te groot vest, broek met plooi (dat zag ik later, maar het helpt als u het nu al weet) en weinig haar dat netjes achterover gekamd rond zijn hoofd lag. Dure bril, idem schoenen en een lederen aktentas. Hij woonde in het Miljoenenkwartier, ah ja, vandaar. Dat weet ik allemaal omdat het één van mijn boeiendste en meest luie hobby’s is, luisteren naar de gesprekken op de tram.

De ander was een Nederlander, uit Amsterdam. Met een marcelleke aan, maten te groot, en lang lang grijs hippie-haar. Met een baard, sandalen (het was koud, het regende, het was plots niet meer van lente gisteren) en een oude rugzak waar een heel leven aan kleefde. Reizen ook, vermoed ik, want in één minuut had de man zowat al zijn reizen van de voorbije jaren opgesomd. Het was een sjofele man, dat moet u ook weten op voorhand, want anders zul je het niet snappen.

Ze spraken over de pracht van historische gebouwen, de een als schrijver van architecturale boeken, de andere vanuit de beleving in zijn buik. Over hoe mooi iets kan zijn, hoe moeilijk ook. Over de ontoegankelijkheid van het leven, als je ouder wordt. Over het analfabetisme dat plots de kop opduikt. Gelukkig was er de kleinzoon, voor de deftige meneer, want die leerde zijn grootvader googlen op afbeeldingen. ‘Ik heb niemand, en eigenlijk ook wel iedereen’, repliceerde de Nederlander. Het werd wat stil, en ze mijmerden verder. Het was geen ongemakkelijke stilte, ze was niet geladen, ze was oud. En oude stiltes kunnen ontroerend zijn. Ze was als een wolk, hun stilte, vol goede dingen, en omringd door een beetje heimwee. Voor de ene naar het rijkelijke leven in zijn burgerhuis achter het station, voor de andere naar de slaaphoeken ergens in Indonesië.

Ze zaten naast elkaar, met hun schouders broederlijk dicht, en ook al kenden ze elkaar nog maar net, ze leken zielsverwanten. Vanbinnen. Want vanbuiten waren ze grappig naast elkaar. Omdat tegenovergestelden mekaar versterken, soms.

Zo zou het altijd moeten zijn.

7 Responses to “Zo zou het altijd moeten zijn”

  1. patricia Says:

    zucht, zo zou het altijd moeten zijn

  2. hotelmama Says:

    heel mooi beschreven…

  3. Els Says:

    zo mooi…
    Toch knap hoe je altijd opnieuw uit eenvoudige dingen kracht haalt, hoe je het bijzondere van deze zaken opmerkt en ook nog eens kan verwoorden! Ik geniet nog maar eens…dank!!!

  4. elke Says:

    heel schoon stukje. Zo zou het inderdaad altijd moeten zijn.

  5. Machteld Says:

    Ach Marie, ik kan niet zeggen hoeveel deugd jouw stukjes mij soms doen

  6. Bieke Says:

    zalig schoon verwoord

  7. animuz Says:

    Zo mooi geschreven! Het moet een plezier geweest zijn dit tafereel gade te slaan.

Leave a Reply