Ge dacht toch niet dat ik naar De Wulf zou gaan eten en dat ik daar niet over zou schrijven?

Kijk, sterrenrestaurants en ik: het wordt nooit wat. Te chique, te duur en een lief dat niet mee wil. Ik vind het ook maar allemaal een beetje bla bla bla. Echt.

Maar voor Kobe zou ik een uitzondering maken. Omdat hij ooit skateboarde, met een veel te wijde broek, en truken uithaalde met spaghettiborden die ik keigraag zelf had gedurfd. Omdat zijn dorp ooit een beetje het mijne was en onze ouders allebei café hadden op een kilometer van elkaar. Omdat zijn zus veel eleganter was dan mij als ik naast haar stond op de bus op weg naar school. Allee, ge weet wel. Ook omdat ik een beetje volg wat hij doet, en mezelf erop betrap dat ik ‘oh’ en ‘slim’ en ‘knap’ zeg.

Het was een beetje terug naar mijn roots dus, zaterdag. Een heel klein beetje veel.

Het waren de vele poepchique auto’s. Op den buiten zeg, allee, die passen daar niet. Neen en neen en neen.

Het was ook een beetje de arm van het lief van mijn nichtje vastpakken en zeggen: ‘Dit is eigenlijk niets voor mij, zich. Ik wil niet als eerste naar binnen gaan en oh help, ik doe dit niet graag.’ Ik had mijn lief niet bij hé, dat zou je onthouden moeten hebben. Mijn lief koopt liever whisky voor zijn collectie, zegt hij.

Maar ik had hakken aan, en een kleedje (‘Let maar op, straks komt mama niet meer terug’) en hakken en een kleedje maken u altijd veel blijer en zekerder als ge op den buiten tjoolt. i. die weet dat goed. Die zou dat daar waarschijnlijk een bos hebben gevonden.

Enfin, er was de entrée, met jassen weghangen en al, op zich al een feest voor mij.

Skip binnenkomen, gaan zitten en dan héhé denken. Zitten en kunnen koekeloeren.

En dan héél véél mensen zien, die bijna geruisloos door de zaal lopen, altijd aan het werk. Aan het werk, aan het werk. Het lijkt niet zo, het lijkt een beetje toneel, met verrassende stemmen en karakterkoppen. Met veel plaats tussen de tafels (wat een heerlijkheid) en een duister dat deugd doet.

Ik ben het een beetje vergeten, wat het allemaal ook al weer was. Geroosterde ajuin, oliebol, iets verrukkelijks met rode biet en yoghurt, pieterman, zeekat, coquilles, kruiden, peer, lam, nog nog nog.

En toen.

Het kan eerst, in het midden of op het einde van de lange rij verrukkelijkheden geweest zijn. Het was geroosterde prei. En ik heb in mijn leven, op de ovenpatatten en lukken van mijn grootmoeders na, nog nooit, nee echt nog nooit zo iets lekkers gegeten. Het was die prei waarvan ik ‘s nachts wakker lag en dacht: ‘oh my, you rock.’ Geroosterde prei, dat is echt wat er op tafel mag als ik moet sterven. Het liefst in Dranouter, maar Ledeberg is ook al lang goed.

Maar nu heb ik je nog niets verteld over de chef die aan tafel kwam, net als de andere mensen uit de keuken. Zomaar, alsof het allemaal vanzelf gaat. ‘Een hel voor de keuken’, fluisterde het nichtje. ‘Zware organisatie ook’, beaamde Kobe later op de avond. Maar wel pretty cool voor de gasten. Even leuk als de extra gang ‘omdat jullie zo stil zijn vanavond’.

Er was nog een grote meneer in de zaal, de sommelier. Die over wijn vertelde net als over baby’s. Alsof ze het beste van de wereld zijn. Mr. Couvreur: merci. Maar dat heb ik al persoonlijk gezegd, want ik dronk bier en hij vond dat gelijk een beetje grappig. Geuze Boon zeg. En Pannepot ook. Njam.

Ik heb je gezegd dat het waarschijnlijk de enige keer in mijn leven is dat ik bij u aan tafel schuif. Maar neen hoor, dat is niet waar. Ik trouw in september en ik ga mijn hele entourage zo ver krijgen dat ik terug kom (bij deze, lieve familie). Met mijn vent. Of ik kom een keer naar Gent, naar uw Vitrine, dat zal misschien meer een ding voor mijn portemonnee zijn. Een beetje rock ‘n roll zo op zijn tijd, daar hou ik wel van, en mijn lief nog meer.

You rock, Kobe. Net als Carl Couvreur. En de rest van heel uw bende.

8 Responses to “Ode aan Kobe – wat had u gedacht”

  1. i. Says:

    het zal u niet verwonderen dat ik daar wel aan ben, aan chique gaan eten. Ik voeg dus uw kobe toe aan de koks die ik nog eens wil proeven.
    Maar wat ik eigenlijk wilde zeggen: hoge hakken en een kleedske zijn altijd een goed idee tegen onzekerheid. Als ge stuntelt, dan stuntelt ge tenminste terwijl ge er lekker uitziet.Dat scheelt.

  2. nonkel choco Says:

    mooi geschreven

  3. Jeroen Beyens Says:

    Wel Marie, Kobe, en al de rest die het wil lezen.

    Beter kon je het niet verwoorden en beschrijven hoe ook ik me voelde toen ik voor de eerste keer over de Wulf-vloer kwam. Ondertussen al verschillende keren de waaawh en de mmm mogen ervaren en het zal zeker niet de laatste keer zijn.
    you all rock!!!

    Jeroen

  4. Nimsa Says:

    Dit is een pakkend vertellement over al wat een mens kan voelen als hij daar zijn voeten op de drempel zet ..

  5. caroline Says:

    ho Marie, wat een mooi vertellement!

  6. Els Says:

    Prachtig geschreven! Mijn herinnering levend gemaakt…
    Ja, ook ik (beter wij, mijn lieve man en ik) hou er van om eens lekker te eten met alle toeters en bellen erbij. Leuk in De Wulf is dat die toeters en bellen geen geluid maken. het is alsof de rust en stilte van het heuvelland binnengedrongen zijn in de zaak, bij het personeel. want ja, er lopen er daar veel, de moeite om te bekijken vond ik. Terwijl mijn lieve man eindeloze gesprekken had met de super sommelier!
    Wij gaan zeker terug. Zowel voor het eten, de prachtige gastenkamers als het overheerlijke ontbijt aan de stoof!
    Maar, dit jaar is Sergio Herman aan de beurt om ons te ontvangen, in het strandhotel weliswaar…

  7. Nimsa Says:

    Ik heb het Kobe verteld, hoe schoon je over hem had geschreven en hij stond te glanzen van contentement (en te trappelen van ongeduld om het te lezen, denk ik ook)

  8. Marie Says:

    🙂

Leave a Reply