Vanonder de mobiel klinkt fel gekraai.
Ik zie twee handjes zwieren, alsof ze de beertjes wil dirigeren.
Haar hele lijfje schudt mee, trappelend en kraaiend. Haar ogen volgen dat ene beertje dat wat schuiner hangt.

Ze protesteert eventjes als de muziek stopt. Ze wil nog nog nog.
Maar aan de beertjes moet je draaien, er zijn geen batterijen.
Dus ze pruttelt voort, wel 5 minuten lang. Zeurend, zagend naar beertjes. En naar muziek.

Ik leg Hannelore Bedert op, dat kreeg ze in mijn buik zoveel te horen, dat ze soms al eens wat meezingt.
Het is ook goed, denkt ze. Met een glimlach op haar mond valt ze in slaap.
Voor een hele poos, zomaar. Twee keer per dag.

Netjes, noem ik dat. Zoals het bij dames moet, ook.
Het is een zielekind, die kleinste. Een windekind. Een karjonkeltje. Een klein verrukkelijk taartje uit een hele grote taartenwinkel. Een stuutje.
Ze is om op te eten, fluistert mijn hoofd.

Mijn hoofd en ik, ze doen het goed dees dagen. Oef. En – eindelijk. En wat-is-dat-toch-leuk-dat-de-zon-al-eens-schijnt.

One Response to “Maar het meest hou ik van de natgekweelde schouder van mijn trui, eigenlijk”

  1. kruimel Says:

    Ik hou van deze stukjes

Leave a Reply