over buren en blablabla

June 21st, 2019

Ik schreef 3 jaar geleden dit.

Als ik het nu herlees denk ik:
‘ Man toen was het blijkbaar ook al zo luid ‘
‘ Man zo onbevangen dat ik was ‘
‘ Ik wil nog altijd dat mijn kinderen open in de wereld staan ‘
‘ Mijn hart bloedt nog altijd als ik zie hoe sommige kinderen door het leven moeten ‘

Het verhaal kende geen goede afloop.
Echt helemaal geen goede afloop.

De buren zijn nog steeds onze buren, het lawaai is verveelvoudigd (met een versterkte karaoke aan onze gemeenschappelijke muur) en de spanning is ten top gedreven.

Het is geen verhaal waarin jullie nood hebben aan details, ze zijn toch niet schoon, maar het gegeven heeft een enorme impact op ons gezin, op het welzijn van mijn lief, vooral.
Hij is eigenlijk de meest minzame mens die ik ken. De mens die in al die jaren nog nooit een vooroordeel heeft uitgesproken en die diversiteit zo hoog in het vaandel draagt dat mijn armen van het strekken soms pijn doen. Hij kan zo open naar mensen en de wereld kijken, een mens zou ervan kunnen leren in zijn leven. Hij kan kijken en luisteren en dan maar een paar woorden zeggen en dat is meestal genoeg. Echt, je hebt er geen gedacht van.

Toen kwamen de buren. Toen werd hij ziek. Toen kreeg hij chemo en was hij zo ziek en maakten de buren zoveel lawaai dat ik ten einde raad vroeg of het nu echt niet wat stiller kon. Ze scheldden me uit, riepen op mijn doodzieke man en deden agressief tegen mijn kinderen. Ze = de vader, de kinderen en de schoonzonen.

Nu krijgt hij geen chemo meer, maar de rust is nooit meer teruggekeerd. Op heel veel ongepaste momenten is het zo luid dat wij bijna moeten roepen tegen elkaar, en op zich kan dat ik aan (ik ben ook veel minder thuis dan Jan), maar als wij hen zeggen dat het niet OK is, doen zij gewoon nog wat luider terug. Ze kloppen harder op de muur, ze gooien gebruikte condooms in onze dakgoot, rochelen op het mooie houten staketsel, doen teken dat ze onze keel gaan oversnijden, proberen onze fietsen te stelen terwijl we erop staan te kijken, gebruiken onze dakgoot als asbak en MAKEN VERSCHIRKKELIJK VEEL KABAAL. Mijn hersenen zijn op hun hoede, als ik thuis ben, wat een vreemde gewaarwording.

Het leidt tot conflict tussen ons, want Jan kan zo erg uit zijn doen zijn erdoor, dat ik moedeloos word van zijn gevoelens. Hij kan daar natuurlijk niets aan doen, ik weet dat wel, maar ik wil het wegnemen en ik kan niet en ja, ‘t is ook niet altijd gemakkelijk he, dat leven. Op een keer zat hij helemaal ontredderd al meer dan een uur op Ledebergplein, allee zeg, wat een gedoe.

Ik heb contact met de wijkagent (die mij telefonisch bijstaat, en mij het gevoel heeft dat hij het begrijpt, maar op papier zijn zijn woorden gewikt en gewogen, er zal ook wel ergens iets wettelijks aan hangen).

Ik zou een gans betoog kunnen afsteken.
Ik zou kunnen duiden wie wij zijn, hoe wij in het leven staan, wat onze waarden zijn (en geloof me, ze zijn ruim, er zit veel rek op en ze schuwen grenzen en vooroordelen niet), hoe wij onze kinderen laten kijken naar de maatschappij.
Ik zou kunnen duiden dat dit niks te maken heeft met een mislukte multiculturele maatschappij (want dat is: dit is geen mislukt verhaal, het scenario waar het Vlaams Belang zo graag van smult en mensen bang mee maakt. Wij wonen met veel nationaliteiten in onze straat, en dat is wél gelukt en er zijn geen verdere conflicten met andere mensen, jammergenoeg verdwijnt al dat optimisme bij sommigen door één etterende wonde. Niet bij mij, ik zie mijn andere buren nog altijd minstens even graag, zelfs liever, maar de toeschouwers maken daar één pot nat van, één mislukt verhaal).
Ik zou kunnen zuchten bij het verschijnen van het artikel waarbij een actrice aan het Zuid door kleine kinderen wordt belaagd, maar als ik de commentaren lees, dan word ik zo moedeloos: mensen hebben blijkbaar de nood om Groen hiervoor verantwoordelijk te stellen (WTF) of het Vlaams Belang naar voren te schuiven als oplossing. Of ze verwijten mekaar gewoon nog een beetje verder zoals bij het voorgaande artikel. Ik zucht dan ook nog eens als ik grondige journalistiek mis, bij het lezen van het artikel. Spek in de bek om mensen met (al dan niet terechte) frustraties gewoon wat meer gefrustreerd te maken.
Va mij mag je een Romakind een Roma noemen, ik ben er nog niet uit hoeveel stigma er aan kleeft (veel, vrees ik veel), maar als journalist ga je toch wat dieper graven? Wat verder zoeken? Je artikel onderbouwen, nuance brengen, politiek en juridisch kader schetsen? Toch geen open einde waar iedereen slecht uit komt?

Tussen al dat lezen en al dat zuchten heen kom ik maar tot één bedroevende, erg wanhopige vaststelling: er zal niks veranderen.
Er is veel gepalaver, veel ‘ah je moet het melden he aan de politie’, veel, hou u vast, advies van het onthaal van de politie ‘ga in Brugge wonen, daar komt dat niet voor, ik woon daar’ (serieus, echt serieus), veel hoofden die zich omdraaien en doen alsof alles ok is, veel blablabla. Het is niet ok. Deze situatie is niet vol te houden, niet menselijk en niet eerlijk.

Ondertussen worden er naast mijn deur kindjes mishandeld. Mishandeling als in ettelijke nachten zonder slaap, met oorverdovende muziek, geroep, getier, gebrul, gegooi en verwijten. Geen deftige voeding en geen regelmaat.
Ondertussen gaan de kindjes naast de deur niet naar school (NIET) en zit dat klein meisje op de middag zonder boterhammen te wachten op niemand die thuiskomt, met de tranen in haar ogen.
Ondertussen stelen de kinders naast de deur ongegeneerd in de Delhaize en er kan niks worden gedaan want ja. We gaan eens praten met een hulpverlener van wie ik zelf moedeloos word, die geen enkele impact heeft op de kleine brulboeien die ze ondertussen zijn geworden.
Ondertussen hebben zij geen recht om Nederlands te leren, wat hun kansen zou vergroten om zich verstaanbaar te maken, om vrienden te maken buiten hun eigen enge wereld (want ze kunnen als de beste vrienden maken, ik ben er zo zeker van).
Ondertussen hebben zij geen recht om geborgenheid te hebben, maar moeten zij leven in een wereld die hen aan hun lot overlaat, en geloof me, zo rooskleurig ziet hun lot er niet uit.
Ondertussen liegen hun ouders nonstop tegen de politie, in de hulpverlening, terwijl zij (en wij) er gewoon op staan te kijken, zonder enige vorm van schaamte.
Ondertussen werden ze allemaal weggerukt van hun ouders in 2016, met gebivakkeerde politie waarvan mijn hart nog beeft.
Ondertussen werden ze over gans Gent geplaatst, liepen weg, en wonen nu weer allemaal thuis (met af en toe een plaatsing)

Groei daar maar eens op.
Word daar maar eens een grote mens.
Leer daar maar eens wat samenleven is.
Leer daar maar hoe je je leven zin kan geven, wat goed eten is, waarom slaap belangrijk is.
Ik zou ze achter het behang kunnen plakken, die kleine vlegels, maar dat zijn mensen. Dat zijn kinderen die voor geen gram gevraagd hebben om daar geboren te worden en het toch maar moeten doen.
Zonder ouders die er voor hen zijn, in de echte betekenis van het woord. Die zelf nog veel grotere boevenstreken hebben en overal mee wegkomen.

Ondertussen discussieert gans Vlaanderen voort. Grote meningen op fora, meelopen in Klimaatmarsen (ik deed het zelf, dus je moet niet boos zijn dat ik het zeg), affiches aan de deur hangen en statements maken.
Ons allemaal vergapen aan de benoemingen in het Parlement en kijken hoe politici selfies posten.
Blablabla.

Maakt dat die kinders van hier naast maar eens duidelijk.

Dat het niet over hen gaat.
Dat wij wel elders gaan discussiëren.
Ons groot gelijk halen.
Af en toe eens een hol artikel in de krant, 80 verontwaardigde commentaren en dan weer over naar de orde van de dag.

Blablabla.

over angst

June 19th, 2019

Laatst logeerden wij in een prachtig huis in een schone streek in Frankrijk.
Wij: Jan, de ladies en een deel van mijn schoonfamilie.
Het huis was oud maar mooi: grote traphal, grote kamers, lange zware gordijnen, overal deuren en badkamers, een huis uit een sprookje met een adembenemende tuin.

Clarisse was de oudste van 4 kinderen.

De eerste avond, toen ze hun tanden poetsten voor het slapengaan piepte ze ‘ik ben bang’.
Ze kon niet echt duiden waar die angst vandaag kwam, toen ik het haar vroeg.
Toen was er ook nog een insect in de lavabo en begon ze te wenen: het kind dat met haar hoofd in de bek van een kwijlende Rottweiler zou kruipen, ja dat kind.
Mijn dochter die naast beren zou lopen, angstige klauwende poezen zou temmen, dat kind was zo bang dat ze trillend bij mij in het toilet kroop om te bekomen.
Het lukte niet echt, ze bleef angstig rond zich heen kijken.
Ik nam ze nog even op schoot beneden, en toen gingen ze met 3 slapen.

Ze was nog steeds bang. Ook in bed. Ook al waren er 2 kinderen, waaronder haar eigen zus en haar neefje, bij haar in de kamer, ook al kon ze ons horen praten door de vloer.
Ook al was er niks dat haar echt bang had gemaakt, het was een vage angst (het onbekende huis? de deur langs weerszijden in de kamer?).

Ik bleef even bij haar liggen. Het hielp niet, dacht ik. Ze bleef met ogen open liggen en toen ik na een kwartier vroeg of het beter was, zei ze ‘neen’.

Ik ging nog even naar beneden, maar kwam na 5 minuten terug en ze lag muisstil wakker bang te wezen.

We gingen zelf slapen, ik vroeg of het zou lukken, ze zei dat ze zou proberen maar stond 5 minuten later wenend aan onze deur.

Jan en ik keken naar elkaar, we dachten allebei ‘dedju daar gaan onze plannen (:-))’ maar ze kroop bij mij in bed en Jan bij onze jongste.

Twee minuten later sliep ze als een steen.

‘s Morgens kwam ze rustig wakker en zei ‘ik ben niet meer bang’.

De nacht nadien ging ze zonder morren en zonder angst slapen en was er niks aan de hand.

Ik blijf maar denken: wat een geluk dat zij bang mag zijn. Wat een geluk dat ze angst als een normale reactie kan beschouwen, die komt en gaat en die soms irreëel is en soms ook heel echt logisch te verklaren.
Wat een goede basis in haar hoofd: niemand die haar zegt dat ze niet bang mag zijn, dat dat niet normaal is, dat ze dapper moet zijn, blablabla.
Gewoon: ik ben bang en het zal wel overgaan. Ik help wel denken met haar, en Jan wrijft over haar rug, want we zoeken wel hoe het komt dat ze bang is, maar ja, een mens weet soms zelf niet waarom hij iets voelt, zij wellicht ook al eens niet.

Want eigenlijk: dapper zijn en angst hebben, dat is toch iets raars he, dat wij vinden dat mensen ‘dapper’ moeten zijn als ze bang zijn, waarmee we eigenlijk willen zeggen dat angst geen terechte emotie is en bedoelen dat iemand zijn angst aan de kant moet schuiven. Angst is voor kleine kinders en voor mensen die het niet allemaal hebben.
Alsof je in angst niet dapper bent, amai.
Zelfs al ben je bang en blijft die angst hangen, ik vind eigenlijk niks dapperder dan dat.

Ik zei het haar, dat ik dat het dapperst van al vond, dat ze uit haar bed durfde om te komen naar onze kamer om te zeggen dat ze bang was. Want ja, als je bang bent, dan is er niks dapperder dan in het donker uit je bed sluipen om te zeggen dat je bang bent.
‘Mama toch’, zei ze lachend, maar ik denk wel dat ze het begrepen heeft.