zielemensje

April 18th, 2018

‘Mijn vriendin heeft een tweedehands trui’, zegt mijn dochtertje deze week.

‘Ze kreeg daar opmerkingen over van haar vriendinnen. Ze zeiden dat ze dan eigenlijk niet kon weten wie die trui voor haar had, en ook niet of hij gewassen was, iew, zeiden ze ook.’

‘Wij trekken ons dat niet aan he, mama, zulke opmerkingen. Ik alleszins niet, ik vind dat belachelijk dat je iemand zulke dingen zegt, want ik hou van tweedehandstruien, en ook van tweedehandsbroeken, eigenlijk hoe ik van dingen die al eens zijn gebruikt, ik vind dat net leuk.’

Ze kan tegen een behoorlijk stootje, dat kind van mij, dat stelt mij al jaren gerust.

Ze analyseert enorm veel situaties en legt mij dat allemaal uit. Ik luister veel, daag haar vaak eens uit, en dan giechelt ze en vraagt ze verwonderd: ‘hoe weet jij dat allemaal, mama?’.
Ze typeert mensen, vangt hun krachten en hun moeilijkheden op, kan relaties inschatten (en echt, ze kan dat zo treffend doen, met zo een behoorlijk inzicht, ik kijk daar maar een beetje naar) en zich omringen met heel veel mensen die erg verschillend zijn.

In haar klas zit een jongen die het lastig heeft. Hij is gemeen, heeft erg stoute dingen gezegd tegen mijn dochter over de ziekte van haar vader. Echt vreselijk gemene dingen.
Ze vindt dat niet fijn, en kan dat zo verwoorden, ‘dat ze dat echt niet te doen vindt, verdorie’.

Hij herhaalde die gemene dingen maanden later nog eens, en weer zei ze ‘wat doe jij echt gemeen tegen mij.’

Ze fluisterde het me, ze wou haar vader niet overstuur maken, maar ze zei dat ze het echt wel aan mij wou zeggen.
Ik vroeg haar of ze boos was, of verdrietig. ‘Beiden,’ zei ze,’ van alletwee een beetje.’
‘Maar ja,’ voegde ze eraan toe, ‘ik weet niet wat hem bezielt jong.’

Na al die tijd blijft hij haar vriend. Dat zei ze plots. ‘Hij is misschien wel niet mijn liefste vriend, maar hij is wel mijn vriend.’

Toen schreef hij een brief. Een sorry-brief.
Het kwam niet uit zijn hart, dacht ze, want hij moest die schrijven van de juf. Ze voelde dat aan zijn woorden.
Maar ze was er zo blij mee. Ze relativeerde zijn schrijfstijl, koppelde vaak terug naar mij en toonde zijn brief trots aan ons.

Ze heeft een sterke ziel, zou mijn grootmoeder zeggen.
Oh ja, denk ik dan, oh ja.

IM

April 3rd, 2018

Eén van mijn allerbeste vrienden stierf vijf jaar geleden.

Hij overleed plots, en we moesten wel een jaar bekomen van zijn plots afscheid.
Langer, zelfs, maar het eerste jaar moesten we zo vaak naar adem happen dat we er misselijk van werden.

Hij was de zoon van mijn schoonzus en mijn schoonbroer, en wij waren zijn nonkel en zijn tante, maar door ons kleine leeftijdsverschil en zijn heerlijk zijn (oh wat een mens) werd hij snel een van mijn beste maten. Oh wat hebben wij gelachen. En gebabbeld, veel gebabbeld, toen hij nog een puber was en ik al een moeder en dat verschil heel erg duidelijk werd. Dat verschil minderde hoe ouder hij werd, en hoe ouder we beiden werden, hoe gelijklopender onze gedachten.

Ik moest mijn draai vinden zonder hem, moeizaam verliep dat.
Hij zat op kot vlak bij mijn werk, en het was zo fijn te weten dat hij dicht bij ons was. Hij landde af en toe, in zijn druk bestaan, en dat was altijd zo fijn, zo erg fijn.
Het laatste jaar had ik zoveel nood aan hem, wou ik wel duizend keer dat hij er weer was, dat het allemaal veel gemakkelijker zou zijn als hij er was, dan konden we samen lachen (hij met zijn zwarte humor) en bleiten ook een beetje.

Elk jaar vieren we een beetje. We vieren zijn leven, zijn warmte die hij naliet, zijn grappen en zijn zijn.

En toen we zaterdagavond allemaal dicht bij elkaar zaten, en ik keek naar de mensen die bij ons waren, was ik blij.
Blij dat hij al die verschillende mensen samen bracht. Echt allemaal heel erg verschillende mensen.
Mensen die anders kijken naar het leven, die anders leven tout court.

Meerdere van zijn vrienden zitten ondertussen diep diep in mijn hart.
We smeedden plannen voor een vervolg bij ons thuis, met chicons in espe, aan onze simpele keukentafel.

Ik heb daar deugd van.
Alle kleine beetjes vriendschap die hij achterliet in de vorm van allemaal andere mensen, vormen een warm deken van diversiteit rond mijn hart en rond mijn hoofd.

Hoe hard gemis soms kan inhakken, hoe hard het ook de schoonheid van het leven toont.
Het is me soms wat.