wens

December 23rd, 2017

We zaten gisteren met ons twee in het Paard van Troje, en we aten een croissant en we dronken koffie.

Een erg lekkere croissant met nog wat extra boter erop: ik denk dat dat behoort tot het allerhoogste geluk.
Ik vind dat zo royaal en zo luxueus dat je als mens de chance hebt om je dat zomaar op een vrijdagvoormiddag te veroorloven.

We stonden net daarvoor aan de bank, om wat geld, en er stond een chique mevrouw naast mij, aan het andere automaat.
Ik keek rechts van mij, ik zag haar staan, en haar handtas was zo mooi dat ik niet anders kon dan het haar bij het wegwandelen te zeggen.
Ze lachte lief, haar man nam haar vast en vroeg wat ik had gezegd en ik voelde haar blijheid tot over mijn schouder stralen.
Er zijn op de wereld niet veel handtassen die ik werkelijk mooi vind, maar als ik ze zie dat moet ik het zeggen.
Ik hou van ernaar te kijken, ik hoef ze niet te hebben.

Mijn dochtertje maakte kaarsen op school, en toen ik onze kaars deze ochtend aanstak, bedacht ik hoe wonderlijk een kaars is, en hoe lang mensen afhankelijk waren van het licht ervan, en we er zo weinig bij stilstaan, in de drukte van het leven.

Sedert vorig jaar kopen wij geen geschenken meer, niet voor de Kerst, niet op Oudjaar, niet op Nieuw. Wel op verjaardagen, en ook wel voor de Sint, en eens sporadisch iets omdat het mooi is, maar niet meer structureel. Ik vind het ontzettend fijn om iets te geven, en ook om iets te krijgen, maar zodra ik mijn hersenen moet pijnigen, pas ik.

Wij hebben daardoor tijd gekregen om in de drukte croissants te eten samen. Om uren te breien in de zetel. Om lukken te bakken, wat ik morgen doe samen met mijn lief, voor het eerst. Tijd om te kijken naar al het moois dat ik in huis heb, waar ik soms aan voorbij zou lopen als ik nog meer zou hebben, nog nog nog.

Ik wens je dat, die rust.
Ik wens je de luxe van croissants met boter, of opgeklopte melk bij je koffie.
Een paar minuutjes tijd om te kijken naar alles wat je hebt, naar de warmte van je huis, je zetel, de mensen dicht bij je, het boek dat op je ligt te wachten.

En een gezondheid, dat bovenal.
Ik wéét dat, dat dat overal boven staat, in alle gradaties en bij elke mens.

En als het allemaal een beetje te melig wordt, dan schuif ik een Debra Morgan op je baan.
Er is heel wat schoonheid en zachtheid in de wereld waar ik dankbaar voor ben, maar er moet ook gevloekt worden, nu en dan.
Zij is mijn compagnon de route geweest dit jaar, en ik hoop dat ze nog een tijdje op mijn schouder vertoeft.
(Oh wat vind ik vloeken machtig)

Warme feesten, mensen, tot volgend jaar.
XX