tùskom

November 26th, 2016

Naar het schijnt zijn de Denen zeer gelukkig.
Ik heb geen idee hoe ze dat hebben gemeten, en ook niet hoe serieus dat onderzoek was, maar bon: ze zijn dus het gelukkigst.
En bij fenomenen van geluk wordt er daarna altijd met een vergrootglas gekeken, want iedereen wil gelukkig zijn. Dan ontstaat er een theorie, of er komt een goeroe op het toneel, en binnen de kortste keren verschijnen er boeken.

Hygge. Pronounced hoo-ga.

Wij kennen dat in ons gezin.
Het heeft geen naam, en toen ik er gisteren over aan het nadenken was, dan dacht ik dat het het meest aanleunt bij wat mijn lief noemt ‘tùskom’. Hij zegt ook soms ‘kunnen landen’. Thuiskomen dus. Het omhelst veel meer, maar tùskom is het begin.

Het verliest een stuk magie als ik het neerschrijf, maar het is – eerder onbewust – de reden waarom het hier goed gaat, bij ons, denk ik. En misschien, heel misschien, is het wel waardevoller dan ik dacht (niet dat ik het ooit onderschatte, ik stond er meer dan duizenden dagen gewoon niet vaak bij stil).

Het zijn de kaarsen die vanaf de herfst aan tafel altijd branden, de kindjes die ‘s morgens in hun pyama in de zetel boterhammen mogen eten, de Verbinding die we af en toe eens doen (zelden buiten ons gezin, zelden), de altaartjes in ons huis, die herinneringen dragen, de tafel waaraan we heel vaak samen zitten om te eten, en de blijdschap van Anouk als ze ziet dat we er allemaal zijn, en samen eten, de tjoolkleren die ik in het weekend draag, de dumplings die we samen maken op woensdag, als het eigenlijk al bedtijd is, crumble uit de oven, ik die de koffietas voor mijn lief soms klaarzet ‘s avonds, en hij die ‘s morgens altijd koffie voor me maakt, Sigur Ros en geen ander geluid terwijl ik in de zetel zit, lezen en een beetje lachen tussendoor, ons klein oud plekje waar iedereen zo graag is en mijn lief en ik nog het liefst. Frans boek lezen met onze tiener en ons ander dochtertje dat weent en vijf minuten kan bekomen op mijn schoot, de bloemen die op tafel staan. Het zou nog wel duizend dingen kunnen zijn, het ene na het andere schieten mij te binnen.

Het gaat heel heel vaak niet over design en mooie kleren en geld (al weet ik dat wij niks te kort hebben hoor, ik bedoel, het gaat niet over rijk zijn denk ik, of over meer geld willen), werk (ook al werk ik ontzettend graag en heb ik de beste collega’s van de ganse wereld): het gaat nog vaker gewoon over hier, over ons vijf.
Dus als ik alle rest uit mijn leven zou weggommen, dan zou ik nog steeds op deze essentie komen, die van het tùskom.

Ik denk dat mijn lief en ik dat geërfd hebben, door de genen van de mensen van wie wij voortkomen, ik in het bijzonder van mijn grootvader langs mijn mama’s kant en van mijn beide grootmoeders. Genetische manipulatie in tijden dat schaarste evident was, en overvloed ongezien.

Onze kinderen verschillen, maar ze hebben het alledrie op een andere manier in zich. Ik zie het bij momenten vaker en anders bij de ene dan bij de andere, maar ik zie het altijd weer een beetje en het maakt me rustig en blij dat ze het in zich hebben.

Ik geloof niet dat je er boeken over hoeft te schrijven, als het ware handleidingen van hoe het moet. Want dan zit je daar plots, in je perfect verlichte huis, te wachten op iets dat niet komt. Met een stuk warme cake in je handen.

Heel voorzichtig denk ik soms dat er een grotere plek zou moeten zijn in het leven en in het onderwijs voor de waarde van het tùskom. Gewoon een beetje de essentie beleven. Steiner en Montessori zullen er het best bij aanleunen, vermoed ik, maar het is echt zo zo zo belangrijk dat het doorgegeven wordt. Het zou de kring kunnen zijn, in de klas, maar dan een kring waarin iedereen zijn veilig plekje kan hebben (niet een kring die in de leerplandoelstellingen staat), de klaspantoffels die klaar staan als het winter is. Het fruit dat samen wordt gesneden en dan ook samen wordt opgegeten: dat zou pas tùskom zijn.

Het is een moeilijke tijd: we hebben alles wat we willen, minstens elk twee schermen per dag en een hoop tv er bovenop, we hebben onlineshopping als constante bevrediger, we kunnen overal naartoe en er is altijd wel iets belangrijker en fijner en spannender dan tùskom. Allemaal zeurende stoorzenders, voor je het weet ben je het verleerd

Maar er is nog veel tùskom rond mij.
Ik hoor het op de koer, als mijn buurvrouw tegen haar zoontje zegt: ‘kom, we gaan gezellig samen boekjes lezen straks’, terwijl zij en ik beiden de was ophangen op onze eigen koer. Ik zie het als het kleine moksje van mijn vrienden met haar handje op de zetel slaat, waarmee ze teken geeft dat ik naast haar moet zitten en niet snelsnel moet beginnen opruimen. Ik zie het bij mijn schoonmoeder, die van tùskom tùsbluvn heeft gemaakt (ze is 80, en ze is het allerliefst in haar eigen huis), bij mijn collega, die op vrijdagavond altijd frietjes eet samen met zijn vrouw en dochters. Oh ik zie het echt zo veel.

Het is de grootvader van mijn lief, die al jaren gestorven is, maar die ‘s avonds aan de stoof Franse boeken las, met een sigaret in zijn mond.

Het was als gisteren, toen mijn lief rare muziek oplegde, en ik vroeg of het iets anders kon zijn. Hij zette de plaat af, en ik zei: anders moet jij boven (in onze nieuwe living) wat muziek gaan luisteren, en hij schudde zijn hoofd en zei: ‘Ik wil bij jullie zijn.’

Tùskom. Ik zei het al.

denken

November 9th, 2016

mijn middelste dochter en ik gingen een nachtje naar Brussel, enkele weken geleden.

zij mocht kiezen wat ze wou eten, en ook wat ze wou doen.

ze koos het stripmuseum. we namen en passant het MarcSleenmuseum mee, en genoten om ter hardst. Zij kreeg carte blanche om élke letter die ze tegenkwam te lezen, en ik tjoolde mee met haar, verwonderd over haar immense geletterdheid en haar serieuze gedachten.

We aten op restaurant en toen we ‘s avonds te voet naar ons hotel wandelden, in de Koningsstraat, verdwaalden we een beetje. We passeerden de Finance Tower, ze was onder de indruk, en ik weet niet of het komt door de verlaten duisternis of door het feit dat zij Brussel associeert met aanslagen, maar ze begon plots over oorlog.

Het leek alsof ze al haar gedachten had opgespaard, in een doosje in haar hoofd, en nu, na lange tijd, dat doosje eindelijk eens open kon maken. Niet dat ze niet babbelt hoor, en ook niet dat ze niet denkt, maar haar redeneringen gaan soms verloren in de drukte van een gezin, het gedoe als je van hier naar daar vliegt en er altijd wel iets belangrijker is, of luider of drukker.

Ze begon een ganse monoloog, die zo belangrijk was voor haar, dat we ons hotel passeerden en nog wat verder wandelden, want ik had het gevoel dat dat moment voor haar zo belangrijk was, dat het niet mocht worden verstoord, al zeker niet door een lift, een bed of een donsdeken.

Ze vertelde over hoe hard ze had nagedacht, toen ze voor het eerst over de aanslagen hoorde, en hoe ze alle verdriet van iedereen had vergeleken met elkaar (‘ook al weet ik dat je verdriet onmogelijk kunt vergelijken, mama’). Over de rol van het Westen, de toevoer van wapens, het feit dat ISstrijders ooit mensen waren die boterhammen aten en weenden als ze pijn hadden. Ze snapte de kwetsbaarheid van mensen, en de gretigheid van écht kwaad, om in te spelen op wie zwak is. Ze praatte maar, en ze praatte maar, en ze legde me wereldpolitiek uit, genuanceerd, met voorbeelden, linken en een gigantische portie relativiteit. Ze had het over Trump, die muren wilde bouwen, en hoe hard zij kwaad was geweest met mensen die muren willen bouwen tussen landen. Ze vermeldde dat iederéén die sterft in oorlog slachtoffer is, en dat ze één keer in haar leven graag zou willen praten met iemand die eerst denkt dat hij bommen moet maken en doen ontploffen, om dan later iets anders te denken. Ze gelooft dat mensen echt kunnen veranderen, ‘van in hun binnenste’, noemt zij het, als je voldoende met elkaar praat en ook een beetje luistert naar iemand anders. Ze had het over de luxe die wij hebben, om geen honger te hebben, geen bangheid voor de volgende dag, geen pijn zonder naar de dokter te gaan. Ze denkt dat hersenen van mensen écht kunnen veranderen als ze honger hebben of boos zijn, en ze gaat ervan uit dat, als je die boosheid kunt wegnemen, dat je dan ook hersenen weer beter kunt maken. ‘Ik ga nooit blij zijn met gevechten, mama, want we kunnen zo blijven de schuld op iemand anders steken, zonder ook naar onszelf te kijken. Ik noem dat geen overwinning hoor, zoiets, maar oververlies.’

Ze bleef maar redeneren, en ik sprong hier en daar bij, want een hoofdje van 9 kan soms wat ondersteuning gebruiken, maar meestal was ik stil. Ik werd pas écht stil toen ze zei dat ze had geteld hoeveel Moslims er in haar klas zitten, want bleek dat de helft van haar vrienden Moslim is. ‘Dat zijn mijn vrienden, mama, echt, denk je dat mijn vrienden zulke dingen goedkeuren, en mama, denk je dat ik mijn vrienden niet graag zie en het leuk vind als mensen zeggen dat Moslims stom zijn?’ Ik ga nooit van iemand zeggen dat hij stom is omdat hij gelooft, ook al geloof ik zelf niet echt in een God.

‘Ben je bang voor aanslagen?’, vroeg ik. ‘Neen,’ antwoordde ze onmiddellijk,’ ik ben niet bang voor zoiets. Ik hoop dat het niet meer gebeurt, maar ik ben niet bang. Ik ben niet zo snel bang voor mensen, zelfs als ze slechte gedachten hebben, want dan kun je altijd bang zijn en dan vergeet je dat het ook veel keer niet nodig is en dat het mooi is op de wereld.’

Er flitste vanalles door mijn hoofd, en ik kwam bij mijn grootmoeder terecht, die zes dochters had, en drie zonen, en die nooit de kans heeft gekregen om met één van haar kinderen alleen op stap te gaan, op hotel te slapen en twee keer op restaurant te gaan, allemaal in één weekend, terwijl de rest thuisbleef (nuance: de rest was ofwel op scoutsweekend ofwel gaan vissen in het noorden van Frankrijk). Nooit eens tijd om uren alleen met één van je kinderen te zijn, te horen hoe ze denken, doen en wat hun wensen en dromen zijn. Zou je je kinderen dan kennen, vroeg ik mij af, zou je dat niet missen, die unieke momenten? Ik dacht aan alle ouders op de wereld bij wie deze luxe geen mogelijkheid is, wegens geen geld, oorlog, spanningen, ziekte en ik dacht dat ik geluk had, met mijn dochter met haar immer humane blik op de wereld, die ze steeds verder ontwikkelt, daar in dat kopje van haar.

Ze was toch een beetje bang zei ze onderweg naar school, voor de muren van Trump, deze ochtend, en ik met haar.

1 november

November 3rd, 2016

Er staan wel honderd stukjes klaar, in mijn drafts en in mijn hoofd.
Ik denk minstens één keer per dag: oh ja, daar schrijf ik over!, en dan belanden de gedachten ergens in een gezellige living in mijn hoofd, en besluiten ze daar te blijven zitten.

Net als dinsdag.

De kindertjes waren bij mijn mama en mijn tante, en wij waren he.le.maal. alleen thuis.
Tegen ten drieën belandden we beiden in de zetel, hij voor de koers en ik met een boek en een sarzetje. Hij viel in slaap en ik kon ongegeneerd melige series kijken. We dronken koffie samen (de bakker was gesloten, we hadden beiden zin in taart), ik keek eindelijk nog wat verder Wanderlust. We luisterden muziek, hij keek ook wat mee, we lieten decadent eten leveren aan huis en aten – tegen onze eigen regels in – in onze nieuwe zetel. We soezelden, ik las nog wat en Jan viel in slaap dicht bij mij. Ik lees het liefst in de zetel, in stilte en met het lijf van mijn lief erbij. Ik ging naar beneden om wijn en water en begod, het was nog altijd even netjes als we het hadden achtergelaten enkele uren ervoor.

We zuchtten een beetje: zo kan het leven er ook uitzien, dus.

Dinsdag was zo’n dag dat het leven anders is, uitgestrekt, met stilte, met mijn lief die zegt mokketje en vraagt of hij naast me mag kruipen, en ik die kan lezen en tv kijken zonder ook maar één keer echt recht te moeten staan.

Stel je voor, droomden we, dat het leven zo zou zijn, dat onze weekends vol zulke dagen zouden zijn. Met gigantisch veel niks en ontzettend veel tijd.

Ojoo. Ik ben er nog van aan het bekomen.

De ladies zijn ondertussen al in volle glorie gearriveerd, en de decibels en de rommel zijn toegenomen. Ik kreeg daarnet telefoon van 2 van hen, ze zijn boven aan het spelen, om een bestelling te plaatsen voor een nieuwe armband, uit hun zaak De Vliegende Schaar. De derde dochter is het huis ontglipt, en speelt bij de buren en ik denk:

deze week is het beste van alle werelden.
ik zou het een niet tegen het ander kunnen en willen ruilen: dit is werkelijk hoe het het best kan is.

TIPS
* Wanderlust – Canvas – reeks nog te bekijken op hun site
* Mohamed Choukri – Gezichten – ISBN 9789491921155
* niet rechtstreeks te linken aan wat ik hier schreef, maar wel waar ik zin in had toen ik dinsdag in de zetel doolde:
Frambozenmeringue van Arcadi uit Brussel (dé allerbeste taart die ik ooit at)