meer en minder

October 7th, 2016

Hoe meer de wereld in vuur staat, hoe dichter ik bij de ├ęchte wereld sta.
Hoe feller de stemmen van alle mensen zijn, hoe ontroerder ik word van de dingen heel dicht bij me.

Ik zie een oud koppel aperitieven, en ze lachen zo schoon naar elkaar dat ik, als ik mijn regels zou moeten krijgen, zou bleiten.
Ik zie een zware man zwoegend joggen, helegans in zweet en ik denk waw wat moedig. Mijn collega Philippe treedt op in de Kinky Star en ik ben plaatsvervangend trots omdat hij zo’n fijne mens is en daar nu staat te brullen in een micro.

Ik fiets naar onze vriend Matton, die in een kraakpand woont. Een dierbare vriend van mij, die mens, ik draag hem dieper in mijn hart dan hij kan denken. Mijn dochtertje van 9, dat mee fietste, keek vertederd naar Noentje, zijn hond, die net moeder was geworden.
‘Ik vind hen leuk, die mensen, mama’, besloot ze toen we op de fiets naar huis zaten, ‘ik hou van mensen die dingen een beetje anders doen dan iedereen. Zij wonen samen met honden zoals ik samen met een hond wil wonen en ik hou van hun kleren.’
Och kind toch, denk ik ontzettend blij, de wereld zit in je hart en je zal altijd een plekje vinden, wat een luxe heb je toch.

ik denk aan i., mijn lunchvriendin, met wie ik de diepste grieven deel, en doordat we elkaar niet wekelijks zien, vind ik het bevrijdend dat ik met haar kan gaan eten. zij is mijn vriendin die snapt waarom vrouwen hun regels moeten krijgen, en als ik weer helemaal ondersteboven van de emoties ben, dan denk ik aan haar, en haar agenda. Ik duim aan de zijlijn mee voor haar Henk, die met iets nieuws is begonnen en ik denk wel minstens een keer per week: hoe zou het met Ilse zijn, en met Henk? Ik gniffel als ik via via hoor dat Henk en ik in de zwemles samen worden opgemerkt en ik denk: ojoo, Ilse, jouw vent is een bv. Zij smst mij ontzettend uitgebreid als er hier ten huize dingen voorvallen die ons droevig maken, en mij wanhopig, maar dan is zij daar, rustig en bedaard en troostend. Oh de vriendschap toch.

Ik moet bijna janken als ik mijn collega’s zie, dicht bij elkaar, in Zeeland, omdat mijn baas ons trakteerde en dat zo belangrijk en fijn is, al die mensen dicht bij elkaar. Ik heb zoveel fijne mensen rondom mij, echt waar, je zou jaloers zijn.

Ik kijk naar de blinkers in de ogen van mijn lief, want op woensdag gaat hij workshoppen en zijn ogen blinken als hij erover vertelt. Ik besef weer dat dingen graag doen zo belangrijk is dat een mens dat meer moet doen.

ik krijg een bericht van mijn lieve vriend Vic, die ook diep in mijn hart zit, en die mij altijd weer warm maakt met al zijn liefde.

mijn vriendin Eva broedt op een plan en ik ben zo dankbaar dat ik er deel van mag uitmaken, ik popel om in Dranouter te zijn, bijna bijna bijna.

ik ben plaatsvervangend babysit op de plek waar mijn dochter dat doet, en toen ik in de rust nog wat kon werken dacht ik: oh zo stil.

we verwelkomen robbetje, het kleintje in onze familie, en hij is zo mooi en schoon en fijn dat ik een beetje verliefd op hem ben.

Ik zie mensen fietsen, wandelen, lezen, wenen en dansen en ik denk:
het is hier zo slecht nog niet.
het is hier helemaal niet slecht.

en het kan zijn dat de wereld naar de kloten is, en dat het allemaal onheilspellend dichtbij komt, maar
het is vooral, bovenal ontzettend goed hier.

moesten we mekaar nu allemaal een beetje liever zien, en goed kijken naar al de schone dingen en mensen en muziek en boeken in het leven,
zou het dan niet een beetje helpen?

een heel klein beetje wel, maar toch?

als we nu allemaal mekaar een beetje graag