Enkele weken geleden hadden we een feestje voor onze kleinste.
Iedere dochter krijgt een feest, en ik moest mezelf in de arm knijpen, dat mijn kleinste nakomeling ook al zes is en meer.

We logeerden in Wijtschate, op een boerderij bij een echte boer.
Clarisse droomt van boeren en van dieren, en omdat ik liever met een boekje en een koffie in een zetel zit, dacht ik: ideaal, ik op mijn gat en zij tjooln op het erf terwijl mijn lief een keer rondtoert op zijn gemak.
Win-win-win.
Vuile kleren in de auto, en een uur later stonden wij in een godverlaten boerendreef in het immer mooie Heuvelland.
‘Heuvelland is mijn favoriete land’, brulde ons feestvarken, dat pas zondag ging vieren en op vrijdag al volledig in de stemming was.

Ik las natuurlijk niet, ik babbelde met de boerin en met mijn vriendinnen die daar dicht bij wonen en dus voor een keer gewoon een bezoekje konden brengen aan mij, op de boerderij.

Oh, het is niet dat ik het vergeten was, dat ik een zware voorliefde heb voor boeren, het is gewoon dat ik ze zo weinig zie, waardoor die liefde en die bewondering wat op de achtergrond geraakt.

Tot ik een hond op een erf zie lopen.
Tot ik een oude boerin hoor zeggen dat ze nog een vrouw zoeken voor de boer.
Tot ik de boer in zijn overall zie gaan, met een vaste stap, eeuwig op weg naar beesten en grond en land en traktors.

Wat een bijzonder bestaan, het boerenleven. Een geïsoleerd leven, overgeleverd aan de natuur, de aarde, het land en jezelf. Geknelt tussen torenhoge leningen en veel te zware subsidiëringsprojecten uit het verleden. Met grijze Mercedessen en kwaadheid tegen de Groenen. Met prijzen om van te bleiten, waardoor ze altijd meer en meer geklemd zitten tussen hoe het echt zou moeten zijn en hoe het het is. Met gigantische druk van de voedselindustrie en een zware lobby van pesticiden. Dan nog de mensen, die de boeren een beetje vergeten waren, want ze halen groenten en vlees uit de supermarkt, het liefst aan dumpprijzen, met nog weinig voeling met de koeien, de varkens, de groensels, de melk en de boter die ze kopen.
€ 0,79/ voor een liter melk, een mens kan toch niet sukkelen.

Ik zag hem staan, onze boer, toen ik ‘s avonds de gordijnen dichttrok.
Boeren kunnen de lucht lezen.
Boeren kunnen weken geïsoleerd leven, weg van de wereld, tussen de keukentafel en de stal, vloekend of hopend op de regen.
Boeren brengen ons wat het meest nodig is om te kunnen overleven: voedsel.
Voedsel dat wij soms een beetje stiefmoederlijk behandelen, alsof het enkel in de niche van ons leven bestaat, terwijl het eigenlijk om onze fundamenten gaat. We kunnen foeteren over pesticiden en insecticiden. Bij elk nieuw onderzoek dat aantoont dat we veel te veel bucht binnenkrijgen en dat dat kankers veroorzaakt, zeggen we dat een mens tegenwoordig niks meer kan eten, en dat het niet is omdat je groenten eet dat je gezonder bent. De voedselindustrie knelt de boeren vast, en wij zijn boos op de boeren en gaan lekker verder gezellig naar Delhaize of de Colruyt.
Natuurlijk denkt niet iedereen is en het is ontzettend kort door de bocht, maar het is wel, in grote lijnen, hoe de relatie er tussen boeren, industrie en burgers uitziet.

De grootste expertise ligt bij de boeren, en we zouden met zijn allen in een kring rondom hen moeten gaan staan, met de belofte dat we samen zullen werken. Dat zij uit die knelgreep kunnen ontsnappen, en dat wij met respect voor hun producten een eerlijke prijs zullen geven. Zij zouden dan misschien wat op hun plooi kunnen komen, en bezig zijn met wat boeren bezig moeten zijn: met zorgen voor de beesten en de groensels die we nodig hebben. Met dialoog met gemeentes, en zoektochten naar betere gewassen zonder al die vuiligheid die gesproeid wordt. Met hulp en debat, zodat hun leven draaglijk wordt, en wij begrip hebben in plaats van als dooddoener te zeggen dat ‘de boeren in de jaren zestig toch wel veel geld hebben verdiend hoor, en dat ze toen wel niet klaagden’. Boeren die willen luisteren naar ‘de groenen’, zodat ze samen kunnen werken, in plaats van kwaad te zijn op elkaar, want ze verschillen minder van elkaar dan ze zelf denken. Boerinnen die niet weglopen van de boerenstiel en koppels die af en toe eens kunnen ontsnappen aan hun boerenleven, om het allemaal niet te geïsoleerd te houden.

Krachtboer is een festival, zondag, in Dranouter, dat dit debat opent.
Het is een blik op de hoopvolheid van de landbouw, met landbouwers die durven nadenken en wars van alles hun eigen koers varen.
Het is een begin.
Elk signaal dat de boeren speekselmedailles geeft en deuren opent voor debat, is een begin.