Evidenties

February 27th, 2016

Met nieuwjaar moest ze brieven schrijven. Nieuwjaarsbrieven.
Het aantal mocht ze zelf kiezen, maar ze gaat gauw in overdrive: voor jou en papa! voor oma! voor moedertje! voor tante! en hup ze is vertrokken.
Eén is ook goed hoor, zeg ik steeds, omdat ik weet dat bestemmelingen kiezen leuker is dan kramp in je vingers en inkt op je hand.
Ze doet het vol overgave, en in een meesterlijk net handschrift, nu al het derde jaar op een rij.

‘We mogen kiezen tussen 2 brieven’, zegt ze op een dag in de Kerstvakantie serieus, ‘maar eigenlijk vind ik dat gek, want in die brieven staan altijd dingen die ik niet meen, zoals ‘ik wil je zoenen’, en jullie weten dat ik niet van zoenen hou. Of wensen die ik geef die niet bij jullie passen omdat ik jullie ken en de juf niet. Raar dat ik niet zelf mag kiezen wat ik schrijf.’

Ze doet uiteindelijk altijd braaf wat van haar verwacht wordt, maar in haar hoofd klopt het niet helemaal.

Volgende week vertrekt ze op sportklas. Ze zullen een brief schrijven. Ze piekert een beetje, ‘want ja, als ik vragen stel en ik stuur die brief op, dan hebben jullie toch geen tijd om te antwoorden, dus hoe moet ik dat dan doen?’ Het zijn vragen die vaak verdampen in de drukte van het leven, de dingen de kinderen bezig houden. Ik heb tijd, omdat wij stappen naar school, en dat is hét moment waarop ze zulke dingen vraagt. We spreken af dat ze niet hoeft te schrijven, als ze dat niet wil, of dat ze gewoon maar dingen moet vertellen en niks moet vragen. Ze is gesust en zegt dat ze het zal proberen.

Zij gaat ervanuit dat, als mensen vragen stellen, er een antwoord volgt. Niet meer, niet minder, maar wel altijd.
Zij snapt niet dat je brieven schrijft waarin dingen staan die je niet meent, of niet eens wenst.

Ik kan duizend dingen opschrijven die zij niet snapt. Geen grote drama’s hoor, hier, maar wel af en toe hartverscheurend verdriet omdat ze dingen helemaal niet begrijpt, meestal dingen die ook helemaal niet te begrijpen zijn, maar die wij allemaal doen, gewoon omdat het al lang zo in elkaar zit op de wereld.

Ik heb nog zo’n exemplaar hier, diegene die naast me ligt als ik wakker word en op dit eigenste moment hierboven aan het verbouwen is. Hij die in crisissituaties altijd de slimste en de meest wijze is, en al mijn vragen kan beantwoorden, maar tegelijkertijd dagen kan zoeken naar het juiste profiel voor de hoek van de gordijnenbak. Ik ken zijn rimpels vanbuiten, de rimpels die ik zie als het teveel ineens is, of helemaal niet volgens de logica van hun beider hoofden. Voor mij is het meestal charmant, voor hen vaak heel erg onbegrijpelijk.

Maar wat leren ze mij veel.

veerkracht

February 22nd, 2016

‘Stel je voor dat we alles zouden hebben wat we willen, maar echt alles.’

Vaak leidt één zin tot heel veel gedachten, hier, en komen mijn ladies dagen later nog eens terug op iets wat we vroeger dachten, of zeiden.

‘Stel je dat eens voor zeg.’

We kwamen niet ver, want er waren weinig dingen die we wilden en niet hadden. We zochten verder. We zagen wel dingen die we voor andere mensen wensten, en af en toe iets kleins voor onszelf. Een kleine tuin, een wat groter huis, een zus zonder allergie en dus een hond. Maar die tuin hoeft dan plots weer niet persé, en dat huis ook niet (ik maak hier wel een nestje, keppe, zegt mijn lief dan) en de honden hebben de buurman en de buurvrouw en die nemen de ladies mee op wandeltochten.

‘Wij hebben eigenlijk alles wat we willen he, mama.’

Wat minder oorlog, en dieren die graag worden gezien, dat wensten we de wereld toe, en ook mensen die stoppen met kippen te behandelen alsof ze stom eten zijn en niks anders. We wensten alle kippen een leven zoals dat van de kippen van mijn nonkel, die honderd kippen heeft en geen enkel hok (of zoiets). Flanellendekens, zei de koukleun, en toen herpakte ze zich want ze had net flanellen dekens gekregen van mijn nicht.

‘Stel je voor dat we iets kwijt zouden zijn, dat we heel graag zien’, was de andere zin.

‘Een mens of een ding’, vroegen ze zich af, want dat was natuurlijk een verschil.
‘Bij een mens zouden we verdriet hebben, bij een ding ook, maar ander minder erg verdriet.’

‘Wat als je een koffer zou moeten vullen, zo groot als de tafel?’

Ze kwamen tot niet veel, en legden zich plat op tafel op te zien of ze er op pasten, zo samen, om mijn koffer te vullen.
Fiew. Ze pasten samen in mijn koffer, en met wat gepuzzel kon hun vader en grote zus er ook nog bij. Eerst vroegen ze nog wat boeken, maar écht belangrijk leken die niet meer, want verhalen in hoofden nemen geen plaats in en zijn ook heel goed. Eten gingen ze onderweg vinden en drinken aan de bronnen van rivieren.

Geen verdriet voor een auto (wat zou je willen), geen afhankelijkheid van een scherm (toch niet als je maar heel weinig mag hebben, dan hadden ze liever een koek), aan kleren dachten ze pas later (toen het in het echt ook kouder werd) en alle andere spullen kwamen ook niet aan de orde.

Wat een ongelooflijke veerkracht heeft een kind toch, dacht ik nadien, om zomaar het leven in gedachten te kunnen herleiden tot noodzaak, zonder tralala. Zelfs de kracht om niet afhankelijk te zijn van een auto, waarschijnlijk een van de sterkste krachten die een mens kan hebben. begrijp me niet verkeerd en voor de anoniemen hier weer nood hebben om kritisch te zijn: mijn ladies en ik zitten soms eens in een auto, maar oh boy wij gaan nooit denken dat een auto écht belangrijk is. nooit nooit nooit.

‘Bananen’ brulden ze, blij dat ze iets werkelijks hadden gevonden dat nog net in de holtes van hun oksels paste, toen ze op tafel lagen.
‘Dan hebben we tenminste eten als we honger hebben.’

Het was wrang, het besef dat pas later kwam, dat deze denkoefening, luxe van de bovenste plank, werkelijkheid is voor mensen zoals zij en ik.

dagen zonder vlees

February 14th, 2016

Ik denk niet zoveel na over de zin of de onzin van een actie als Dagen zonder vlees. Er staan mensen genoeg in rijen aan te schuiven om linken te delen, pro en contra’s te spuien en wellesnietes-spelletjes te spelen. Laat ze maar doen.

Het is wel zo dat mijn dochters kritisch zijn, en dat een van hen zelfs tv kijken aan de kant deze week, ‘om nog even gewoon te kunnen babbelen’. Echt gewoon was het niet, want onze tiener had vragen over ‘hoe stom je kunt zijn om IS te geloven’, en voor ik het wist waren we weg voor een half uur. Over hoe moeilijk het soms is, in het leven, en over hoe mensen niet altijd de keuzes hebben die wij voorgeschoteld krijgen op een plateau. Over hoe kinderen langs alle kanten worden gebrainwasht, en hoe zat het ook al weer met de wapens in Amerika. Over genadeloosheid van terreur en zinloosheid van geweld. De kracht van geld en macht en de kramp van hypocrisie. Ach, ze luisteren en fulmineerden en dachten na en na een tijd beseften we dat de wereld vreselijk gruwelijk is, en dat we af en toe eens mogen stilstaan bij alle evidenties die ons overspoelen.

‘Maar mama, zei mijn denker een dag later, hoe zit het eigenlijk met al dat vlees dat wij eten, en al die dieren die sterven daarvoor?’

Het is dat al die vragen vanuit het diepste van hun hoofd komen, en ik kan en ik wil daar niet omheen gaan. Ik weet ook dat mijn waarheden vaak die van hen worden, en dat is toch een balans die ik soms moeilijk vind, als ouder, die spiegel die je je kinderen voorhoudt. Ik hoor dan hoe de oudste dochter van leeftijdsgenoten giftige verhalen over vluchtelingen hoort, en hoe sommige jonge mensen korte bochten nemen in hun gedachten. De bril waar ik door kijk is misschien niet de enige, met alle respect, maar een kind krijgt toch het meest de bril van zijn ouders opgezet, niet?

Daarom doen twee dochters en ik echt veel mee met Dagen zonder vlees. De rest van mijn menage doet ook mee, maar zachter, en minder frequent dan de hummel, de puber en ik.

Ik zou willen dat ik dat dan half kan doen, en wat kan teren op veggieburgers met gekookte patatten en groensels, maar ik kan dat niet. Ik vervloek mezelf een beetje, want de tijd die ik nodig heb om wat orde te brengen in mijn huishouden verdampt helegans als ik droom over echt lekker vleesloos eten. En in plaats van in een opgeruimd huis een koffietje te drinken de zondagachternoen, sta ik vullingen te maken voor uien, kook ik bouillon waarin ik de uienrokken kan garen en later nog pompoensoep mee in elkaar kan flansen. Ik stoof ajuinen omdat ajuinen altijd lekker zijn en ik droom van weekavonden met geroosterde groenten, preikoekjes van Ottolenghi (wat een werk maar wat een heerlijkheid ook) en rijst met erwten en veel kruiden erdoor. We hadden al paneer met spinazie (helemaal zelf gemaakt, helemaal) en curry en Indische rijst en we doen misschien ook nog van falafel (oh! dan wil ik zelf groenten pickelen en fermenteren en paprika’s marineren en och daar gaat mijn huishouden) met hummus (die ik dan ook op de stuutjes kan smeren met wat groenten en een gekookt eitje erbij) en van de hummus kom ik bij de linzen en dan zie ik linzenpaté voor me, die ik ooit eens at en sedertdien niet meer wil eten op een ander omdat dat de lekkerste was en ik het recept kwijt ben.

Oh wat is de wereld spannend zonder vlees. Oh oh oh. Misschien wat rommeliger en met wat hemden met kreuken erin, maar oh wat zijn de vleesloze dagen spannend in mijn hoofd en in mijn keuken.

Ik hoop dat ik dit jaar mijn lief kan overtuigen om een ganse werkweek eens vleesloos te leven en als dat lukt en hij is niet gestorven dan gaan we dansen in de living.

Als jullie nog dingen weten die ik echt eens moet uitproberen, geef ze graag in de commentaren.
Mijn huishouden zal misschien eens vloeken, maar ik ben er content mee.

over poting

February 5th, 2016

Als onze kast nog wat oud brood verstopt, dan maak ik poting.

Het simpelste wonderbaarlijkste recupgerecht dat ik ken. Eitjes, melk, wat suiker en af en toe een overrijpe banaan of een verrimpelde appel. Soms met chocolade of met nootjes erin en een enkele keer met appelsienensap en rozijnen en zonder suiker. Bovenaan strooi ik altijd wat rietsuiker, vermengd met havervlokken en ik maak ook al eens crumble als bovenkantje.

Oh wat is iedereen hier thuis blij met een stukje poting. Het liefst eten ze die lauw, maar omdat ik die vaak maar ‘s avonds laat maak, lukt dat niet veel. Enkele weken geleden hadden we geen boterhammen meer en mochten ze poting eten als ontbijt, wat een heerljkheid was dat. Mijn lief houdt er ook van, want hij ontbijt niet en dan smaakt een stukje gebakken brood in de voormiddag zo goed dat hij zelfs ogen flikt als ik hem wat poting toestop voor hij vertrekt.

Sommige dingen liggen bijna voor het rapen en een mens zou er in de rapte van het leven aan voorbijrazen.

Poting toch. Jij heerlijke held van verloren brood.