café

January 13th, 2016

De Kerselaar

Zo aan de toog aanschuiven, een pintje bestellen en wat voor je uit zitten kijken. Er komt iemand anders binnen, die je kent, en je geraakt aan de klap. Met een schotelvod veegt de doorwinterde bazin de toog af en toe eens proper, en daarbij heft ze elk glas precies op. Er wordt teveel gedronken, de madam vloekt al eens en er worden stilzwijgend burenruzies bijgelegd. Er staat een beeldje van horen zien zwijgen en de beste cafémadammen handelen daar ook naar. Veel zien, veel zwijgen, het kan bijna niet anders. Het wc is meestal op de koer, en de deur heeft een hartje en het toilet geen sjas. De asbak staat aan de achterdeur en roken aan de voordeur is een schande. De tabaksreclame is zorgvuldig afgeplakt, want dat mag niet meer, en de radio kost vierentwintig duizend Belgische franken Sabam en billijke vergoeding.

Ze verdwijnen, de doorwinterde bazinnen, die hun hele leven achter de toog hebben geleefd.

Ik treur steeds een beetje, als ik naar hen luister, en een pink zou geven voor de levenswijsheden die ze aan hun toog hebben verzameld. Mijn allergrootste favoriete cafémadam Paula, die ondertussen gestorven is, prevelde me het toe, doodziek, in haar zetel in de living naast haar café: het is allemaal des mensen, wat je aan de toog ziet. Het is de kunst het voor jezelf te houden.

Zullen we het redden, vraag ik me nadien af, zonder échte cafés? Zal er geen ziel verloren gaan, geen plaats waar mensen gewoon bij elkaar kunnen zitten, babbelen en eenzaamheid en verdriet wat lichter zien worden, of een beetje zwaarder? Gewoon een beetje lachen en luisteren naar elkaar.

Ik weet het niet. Ik hoop het.

De Kerselaar 2

2016

January 3rd, 2016

Ik liep met mijn kleinste dochter rond in de stad, en ze had gevraagd of ze haar Spaans prinsessekleed mocht aantrekken. ‘Och, dacht ik, wij tooien ons dezer dagen helemaal op, met blinkers en strikken en schmink en juwelen, een Spaans prinsessenkleed is er niks tegen, doe maar aan.’
Het was een klein beetje grappig, met haar blauwe winterschoenen eronder, en roze K3kousen, maar ach, zei ze zelf sussend ‘niemand kijkt naar je kousen als je zo’n mooi kleed aanhebt’.

Er liepen twee mevrouwen voor ons, die steeds achter hen uit keken, en toen zo een beetje giechelend tegen elkaar begonnen te praten. Het was misschien ook geen zicht, mijn prinsessendochter met ongekamd haar en ik was ook maar eens vlug vlug de straat opgetrokken en vond het niet zo erg om mijn trainingsbroek aan te laten, het feest begon toch maar ‘s avonds.

Wij stapten sneller dan de kraaknette giechelende dames, en toen we hen passeerden zei de ene luid genoeg tegen de andere: ‘Sommige moeders weten niet wat ze hun kinderen aandoen door hen in verkleedkleren op straat te laten lopen’. Ik draaide mij om en kon nog net subtiel genoeg mijn middelvinger uitsteken, een reactie heb ik niet meer afgewacht.

‘s Avonds vierden we Oudjaar, dicht bij lievelingsmensen uit mijn leven, rond een warm vuur met muziek en eten en drank en cadeautjes. Mijn lief en ik knepen in elkaars hand toen het middernacht was en mijn dochters gaven zoenen en knuffels.

Ik wens je veel in 2016, maar vooral dat je het hoofd niet verliest als iemand op straat anders is gekleed dan jijzelf. Dat je niet roloogt als iemand op een andere manier eet, anders gelooft of drie cognacs drinkt op oudjaar. Dat je zelf niet zo’n kraaknette dame mag zijn, of heer, die in het leven bitter weinig diepte ervaart omdat ze constant moet kijken naar hoe anderen eruit zien.

En als er toch een tegen komt, dan wens ik je een middelvinger, in het echt of in je hoofd, zodat je irrelevante oppervlakkigheid gewoon weg kunt wensen.

Ik wens je voor de rest een goede gezondheid, een lief dat zo machtig is als dat van mij en veel plek in de zetel om te lezen en bij de mensen die je graag ziet te zitten.

(ik heb een cadeautje, maar het is nog niet af! het komt eraan, en ik probeer er veel te maken dat ik veel mensen er een kan geven. ik heb ook nog lijstjes, maar die horen meer bij dit jaar dan bij 2015, dus ze komen eraan!)