Woesten

October 14th, 2015

‘Traag lezen’, je gaat rouwen als het uit is’, ze zei toen ze zag dat ik het boek Woesten had gekocht.

Ik treur nu al, en het is geeneens uit.
Het ligt klaar te wachten op de rand van de zetel, voor een laatste rondje.
Ik ga eerst de keuken opruimen, de kindjes in bed stoppen, mijn lief zoenen en mijn strijk in de kasten leggen.

Dan pas zal ik verder lezen.

De schoonste tante van de recente Nederlandstalige literatuur, tante Zoë.
De allerschoonste tante.

Woesten, Kris Vansteenberge, Uitgeverij Vrijdag, 2013, ISBN 978 94 6001 195 5

beter

October 10th, 2015

We komen elkaar tegen in ons smal keukentje.

Hij ledigt de vaatwas, ik de boekentassen. De patatjes staan op, de kinderen zijn aan het zagen tegen elkaar en er is nog een lijstje van jewelste voor we alles gedaan hebben dat moet. Brooddozenkoekjesstukjesfruitohjahetiszwemmenmorgenenikmoetnaardespecialistwiegaatomdekinderenenwatzullenwemorgenavondetenanoukheeftnogwatstrijkvoorschoolenikmoetmailsbeantwoordenvoorschool.

Maar dan danst hij een klein beetje met mij, in ons keukentje, en zeg ik ‘mo wie we hier hebben’ en dan zoent hij mij en ik hem en ik ben plots geen regelmoeder meer maar zijn lief. Een echt lief met vlinders en alleen maar één minuut tijd en zin in hem.

Dan komt Simonne bleiten dat ze geen potlood vindt en gooit Clarisse de deur dicht omdat ze kwaad is.

Het lijkt lichter, na het dansen in de keuken, het leven. Draaglijker en heerlijker als ik weet dat hij rond me dwarrelt en mijn ogen zoekt in een massa volk.

Beter dan dit wordt mijn leven niet, denk ik vaak, echt beter kan het niet meer worden.

Verbouwingshoofd

October 6th, 2015

Mijn hoofd is een werf.
Een stoffige werf vol gyproc, plaaster en houten plankenvloeren.

Ik heb daar soms niet veel last van, van het eeuwig dwarrelend stof dat danst tegen mijn meubels, mijn vloeren systematisch vaal maakt en mijn stofzuiger overuren doet kloppen.

Maar op andere dagen, in andere weken, andere maanden, wordt mijn hoofd een bouwvallige werf. Zo een hoofd waar dringend een potrel in moeten worden gemetst, voor alles het begeeft. Dan pieker ik over de vele kosten die we hebben, over de kostbare tijd die mijn lief – die ik liever bij mij wil hebben – spendeert aan ons huisje en over de vloeren, de muren en de meubels die maar geen plekje krijgen. Dan wordt mijn slaap lichter, mijn hoofd voller en mijn lijf een beetje verkrampter dan voorheen.

Dan komt mijn vriendin Famke over de vloer, en met haar mooie kleren aan gaat ze mee met mij op stoffige bovenverdiepingen staan en kijkt een beetje rond.

‘Goed hé’, zegt ze dan, ‘zoveel werk dat jullie al hebben gehad, amai. Wat een mooie ruimte. Ja, als je dan hier de zetel zet, en de lampen zo hangt en de bouwaanvraag zo indient en met dat venster wacht tot binnen vijf jaar, en oh ja, dat zal hier gezellig zijn. Je ziet dan wel later, met die vloeren, of probeer het eens zo, met die plank, je ziet wel hoe het voelt. Je kan perfect een kast achter je zetel plaatsen en die muur wordt dan de plek voor tv en muziek.’

Dan valt alles weer netjes op zijn plaats.

Dan zit ik verwoed tekeningen te maken van mooie kasten en hoekzetels en schone lampen op plekken die ik niet had vermoed. Dan zie ik fijne vensters, gezellige hoekjes en plek voor iedereen in ons gezin. Ik zie het plaatje dan weer helemaal, dan wordt mijn slaap rustiger, mijn hoofd blijer en lichter en mijn lijf een beetje onwennig door de opluchting die het voelt.

Ze is goud waard, mijn vriendin aka verbouwingsadviseur en mentale coach in één. Goud waard.