Evy, mon amour

July 27th, 2015

‘Het voelt een beetje als verliefd zijn, hé?’, zeiden mijn wijze vriendinnen toen ik hen vertelde over mijn verse vriendin.

Elle s’ appelle Evy.

Menig mens zou overdonderd zijn door haar felle manier van doen.
Ik ook. Twee minuten.

Daarna zat ze in mijn hart. Boenk vanbinnen erin.

Soms gaat dat zo in mijn leven, dat ik mensen instant graag zie. Zo graag dat het een beetje pijn doet vanbinnen, maar ook deugd, veel veel deugd.
Het gaat nooit volgens de boekjes, komt onverwachts en heeft niks te maken met de opgelegde wensen van de maatschappij waar ik in leef. Er valt niks te halen, er komt geen netwerking bij te pas en er is geen gemeenschappelijke basis, laat staan vrienden die we delen.

Evy is een mokerslag. De pijnlijke echtheid van hoe het leven ook is, weg van mijn rustig fort van tevredenheid. Evy is alles wat ik niet ben en mijn stoel dendert een beetje achteruit als ze kwaad wordt.
Maar als ik twee minuten later dicht bij haar zit en de warmte van haar arm voel, kom ik thuis van een verre verre reis. Zo alsof je met de voeten onder tafel schuift en van je grootmoeder warme patatjes geserveerd krijgt met verse mayonaise. Evi deelt blauwe plekken uit aan het leven, en ze incasseert ze met een elegantie waar ik met open mond naar sta te kijken. Als ze haar vuist balt, dan omklemt ze mijn hart en haar blauwe plekken maken dat we een gemene deler hebben, een fort van begrip.

Ik kneep in haar schouder toen we afscheid namen, liet mijn telefoonnummer achter in haar notitieboekje waar ze sierlijk, met een bloemetje, mijn naam onder schreef. Ze heeft geen telefoon, en ik denk dat internet haar ding niet is, dus het wordt moeilijk afspreken met elkaar.

Maar boy wat hou ik van haar.

Ik kan drie boeken tegelijkertijd lezen. Niet meer, en liever ook niet minder. Het aantal varieert door de jaren.

Elke keer als ik stop met lezen in een boek stop ik er een nieuwe bladwijzer tussen. Als ik klaar ben weet ik perfect in hoeveel beurten ik mijn boek heb uitgelezen. De bladwijzerverzameling gaat in een boekje apart, en hoewel dat compleet zinloos en dwaas is, ik herbeleef de tijd door de blaadjes, papiertje en rekeningen, treinticketten en tramkaartjes die ik in boeken bij mekaar verzamel.
(Mijn nicht, van wie ik bijna alle boeken leen en lees, stopt ook bladwijzers in haar boeken. Soms kan ik dan zien waar ze is gestopt, en heel vaak snap ik dat je stopt waar zij stopt. Soms vind ik geen bladwijzer als ik lees en dan snap ik ook waarom.)

Als ik een boek uitheb moet er minstens een nacht overgaan voor ik aan een nieuw begin.

Ik stop het liefst op pagina’s die eindigen op 8. Of op 4 als 8 nog te ver weg is.

Ik treur altijd een beetje als ik een fijn boek uit heb, een beetje zoals de treurnis die ik heb als ik mijn regels moet krijgen. De gedachte die dan het vaakst door mijn kop gaat is dat het niet beter of mooier kan. Echt vaak gebeurt het niet.

Ik leerde deze week een meisje kennen dat na één avond al zo diep in mijn hart zit dat de hele wereld mag rologen en dat ik het toch niet storend vind. Moest ik een schrijver zijn, ik schrijf een trilogie over haar. Ze kwam net op tijd, op het moment dat ik het nodig had om het leven te zien gelijk het ook elders is: onvervalst maar boy zo heftig. Ik kan niet alleen maar omringd zijn door mensen die rustig zijn en alles voor mekaar hebben, ik heb ook ander leven rond mij nodig, met vuistslagen en open harten. Hartjes voor mijn nieuwe vriendin. Ontzettend veel hartjes voor de mokerslagen die zij aan het leven geeft.
Het maakt mij wakker en gulzig en doet mij op een andere manier naar de wereld kijken. Het doet mij beseffen dat mijn kindertjes nog veel moeten zien en proeven en lezen en horen en altijd opnieuw met veel honger en liefde naar de wereld moeten kijken, met respect voor mensen op de wereld, ook voor de mensen die met een potje in hun hand de deur van het station voor me openhouden als ik in Brussel ben.

Oh wat is het leven toch soms zo schoon.
Als ik dat allemaal weer eens ten volle besef.

Bonita Avenue - Peter Buwalda – ISBN 978 90 234 5729 9
café Au Laboureur - rue de Flandre 108, 1000 Brussel

Alles komt altijd goed

July 10th, 2015

‘Oh neen’, dacht ik 2 juli verschrikt. ‘Help mij uit deze kinderhel.’

Het liefst was ik weggelopen, ver weg, met een valies vol boeken, wat muziek en mijn breiwerk.
Ergens naar een onbewoond eiland, met een temperatuur van 25 graden en een kok aan mij zijde die om de zoveel uur lekker eten serveert, zelf de afwas doet en mijn rug en schouders masseert als die stijf zijn van het lezen en het breien.
Een bed met hemeldoek, zonder muggen en zonder plakkerige kinderbilletjes die me ‘s morgens vervoegen.

Mijn huis was ontploft, mijn kinders aan het zagen, bleiten en zeuren en ik was veel te luid aan het roepen op hen.

‘Mama, jij bent serieus veranderd’, zei de oudste, pubers hebben nu eenmaal een genuanceerd beeld van hun moeder.’Zo boos en zo zagen en zo serieus zeg’, voegde ze eraan toe, alsof het eerste nog niet genoeg was.
Want naast een bende zagen kreeg ik ook een internaatsdochter terug thuis, met een berg was, een rommelkamer en een lief.

Toen kwam het boek van Kim en Eva.

We maakten zelf plasticine en alles werd beter.

Het gezeur nam af, de frustraties kneedden ze weg, ze giechelden toen we net kleurstof hadden toegevoegd aan het deeg en plots uren zonder water zaten. De kamer van Anouk raakte proper, mijn was is bijna weggewerkt en mijn lief heeft al af en toe wat minder file dan in juni. Ik vond wat ritme in de ritmeloze dagen, dropte de kindertjes af en toe bij hun favoriete onthaalmama ever (waar ze bleven slapen waardoor mijn lief en ik plots kinderloos werden op een zonnige avond) en ik kreeg opgewekte, blije, dankbare en toffe kinders terug. Simonne steekt wel te pas en te onpas haar hand op naar iedereen, waarna ze fluistert ‘je middenvinger opsteken kun je beter doen met al je vingers erbij, dan is er niemand die zaagt op jou maar je kunt wel fuck you zeggen (zucht, ze is vijf)’ maar in plaats van te foeteren dacht ik: ‘ach kind, als je die later maar onthoudt, je zult hem nog nodig hebben.

Ik ben ondertussen weer wat gewend aan de rommel van een vijftienjarige en ze stelde voor om te strijken terwijl ze naar films kijkt. Ze denkt waarschijnlijk ‘dan ben ik van haar gezaag af’, maar het is win-win, denk ik dan.

Gisteren schreeuwden de kleintjes wel nog even ‘ik wil een andere zus’ naar elkaar, maar daarna gingen ze de ganse dag zoet piraat spelen. Ze ruimden hun brol op (na een tirade dat ik geen meid ben, ik moet eerlijk zijn) en gingen gisteren slapen met piratenhoeden op, ooglappen en doodskopvlaggen. De piraten van de Vliegende Rattekop.

In het midden van deze nacht voelde ik plots plakkerige kinderbilletjes tegen die van mij, en ik dacht:
‘Er is geen plek waar ik liever wil zijn, en er zijn geen mensen bij wie ik liever ben dan bij mijn drie kinders en mijn lief.

Alles komt altijd goed.

pirates