Moederhart

June 11th, 2015

Ze is keihard zwaar gevallen met haar fiets, enkele weken geleden.
Ze wou tonen hoe hard ze kon crossen en ze koerste me zwierig voorbij.

In de draai ging het mis, klets de grond in, bloed overal en een krijsend kind.
Niks ernstigs, maar ze is altijd volledig buiten zichzelf als ze pijn heeft.
En wij hebben het dan altijd geweten. Terwijl de kleinste wat spuug op haar bloed wrijft, drie keer slikt en eens diep ademt, krijst Clarisse de wereld bij elkaar.

Ze wordt het best gesust met ruggewrijf. In enkele minuten is ze dan bedaard en ze draait haar lijfje naar me toen, hunkerend naar nog een beetje. Woorden maken haar tureluur dan, zeker als ik zeg dat het dan echt wel genoeg is geweest. Zonder woorden lukt het beter.

Vandaag gaan ze naar Planckendael, met de klas.

'Mag ik alstublieft zo'n ovenbroodje van de bakker, mama?' vroeg ze gisteren beleefd, want ovenbroodjes met kaas, wortel sla zonder tomaat en een klein beetje mayonaise zijn traditie als er iets ergs fijns met de klas op het programma staat.

Haar rugzakje gevuld met een grote fles water, een thermozakje en een flessenkoeler, zonnecrème en een pet met een flapje achteraan. Tegen een verbrande nek.

Deze ochtend fietste ze voor het eerst opnieuw en ze was een beetje opgewonden zenuwachtig. Misschien voor het fietsen, of misschien voor de centjes die ze in een oude portemonnee meekreeg, waarmee ze gegarandeerd een ijsje uit haar mond zal sparen om een knuffeltje in de shop te kunnen betalen. Misschien voor de dieren die ze zou zien of de lange busrit, zich afvragend wie haar busvriendinnetje zou zijn. Ze herhaalde nog een keer duidelijk de tijdstippen die zouden aangeven wanneer ze zich moest inwrijven, voor en na het middageten en misschien ook al een keer op de bus op weg.

Ik stond aan de poort toen ze vertrok en ze zwaaide met een schuchter handje nog een keer mijn richting uit.

Niks bijzonders, zou je denken, banale dagen in het ouderschap, maar om de een of andere reden ontplofte mijn hart duizend keer toen ik haar de bus op zag gaan. Zo hard ontploffen van iemand zo graag zien dat ik vlug wegwandelde en mezelf een beetje uitlachte, sissie die ik ben.

Maar wat verlang ik tot ze thuiskomt.

Sissie, ik zei het al.

IMG_20150523_163141

Gêne

June 4th, 2015

We stonden samen in een wc. Het mannenwc, maar dat was per ongeluk en ook al geleden van toen ik vijftien was en in het geniep sigaretten rookte.

Mijn vriendin was jaren geleden heel ziek, en haar lichaam draagt daar sporen van.
We fluisterden zelfs niet, we hadden het over littekens, pampers en toegetakelde lijven. Over teveel badjassen, revalidatie en correcties. Ze toonde haar lichaam aan mij en ik vond dat het schoonste vrouwenlichaam dat ik in eeuwen had gezien. Omdat littekens mensen echter maken, dapper ook, en omdat ik niet van perfectie houd. We knepen elkaar in de arm en als spitsbroeders zeiden we dat het leven soms lastig is, maar dat we fucking geluk hebben. Zij had veel meer geluk dan mij nodig, en ik stuur het nu nog elke dag in tonnen haar richting uit.

Onze mannen stonden toevallig beiden aan het urinoir toen wij uit onze schuilplaats kwamen en we keken naar elkaar. Dat geluk van ons, dat ligt voor een deel in die machtige mannen die we beiden hebben. Echte venten, die van in het begin het ganse pakket namen, all-in zoals ze bij Thomas Cook zouden afficheren. Met of zonder littekens, kloteziektes, pampers of teveel te lang avonden in kamerjassen omdat al de rest suckt en pijn doet.

Het leven tussen vrouwen kan zich al eens afspelen tussen de ‘oh’s’ en ‘ah’s’ van nieuwe handtassen, het échte leven speelt zich af in toiletten waar vrouwen zonder gêne samen kunnen zijn.

Vuistjes dus, voor alle weggekieperde taboes en overboordgegooide gènes. Vuistjes voor echte lijven, topwijven zoals mijn vriendin en venten of vrouwen die van hun vrouwen houden, helegans gelijk ze zijn.