Bouillon

November 27th, 2013

Ik heb dat geleerd van Dorien, mevrouw Jonge Sla.

Dat restjes groenten de perfecte bouillon vormen.

Ik las dat eens op haar blog, of in haar boek, ik weet het niet meer.

Natuurlijk weet ik dat wel, dat je met groenten bouillon kunt maken. En ik deed dat zelf ook af en toe.

Maar nooit met zoveel liefde als het laatste jaar.

 

Ik maak namelijk altijd restjesbouillon. Wat verlepte selder, een halve ajuin die op moet, een teentje look dat uitgedroogd is. Een stuk wortel, peterseliesteeltjes en een beetje paksoy dat nog in de lade ligt. Ik kieper daar ook soms nog wat gember in, een stengel citroengras of andere kruiden die ik liggen heb. Peperkorrels ook, of wat andere gedroogde kruiden uit mijn kast. Het woord restjesbouillon doet ferm oneer aan de heerlijkheid die ontstaat, ik moet dringend op zoek naar een liever woord.

 

Het is vreemd, maar ik word daar zo blij van, van zelfgemaakte bouillon.

Het is de krachtige smaak die het hem doet, en het feit dat al mijn restjesgroenten verheven worden naar echte koninginnen in mijn keuken.

Ik maakte al risotto, bouillonsoep, noedelsoep en ik verwerk hier en daar een liter van die godinnendrank.

Simpele bouillon zeg.

Dat een mens het daar zo warm van kan krijgen.

 

Fijne dingen

November 26th, 2013

Met dank aan deze lieve madam (www.kerygma.be) , om me te voorzien van een blog, een gebruikersnaam en een grappig paswoord. Ik moet juist nog een beetje leren hoe ik mijn Dashboard moet gebruiken.

November was een fijne maand. Net als oktober.

Zachte rustige warme lekkere maanden. Genoeg warmte van de zomer in mijn lijf en net voldoende zin naar kaarsen, dekens en stoofpotten die in zware potten op tafel staan.

Ik maakte voor het eerst in mijn leven echt hutsepot en oh boy, ik at er zelf van. Hutsepot, moet u weten, is het allerenige dat ik echt niet lust. De enige maaltijd waarvoor ik respijt kreeg van mijn mama, mijn grootmoeder en mijn tante, enkel en alleen omdat ik alle rest toch altijd opat.

Maar nu lukt het me al een beetje, die hutsepot, met veel mosterd en zeer weinig vlees, op wat gebakken rookworst na.

Gebakken rookworst, ik hoop dat ze dat in de hemel serveren, weet u.

 

Ik deed een winterslaap nog voor de eerste vrieskou kwam en het warme lijf van mijn lief was als een adapter voor mijn lege lichaam en mijn moe hoofd.

Ik dacht wel elke dag: hé, daar moet ik nu toch eens over schrijven en toch vergat ik het elke avond opnieuw. Zo gaat dat met een moe hoofd en een leeg lijf.

Maar toen ging ik met de dochters naar mama, een heel weekend lang, en ik dacht wel honderd keer ‘oh vertellementen’ en zo komt het dat ik hier zit.

Het voelt een beetje als thuiskomen, hier zijn, en ik denk dat het zes jaar geleden is dat ik hier begon.

Wat zijn dat een hoop dagen.

Een berg gedachten waar ik nu om giechel, verzuchtingen die ik mij niet meer herinner en gebeurtenissen die ik al lang was vergeten. Ik dacht glimlachend terug aan die keer dat i. reageerde op iets van een fiets van Achilles van haar Henk en hoe trots ik was dat ze hier las. Ik glim nog altijd een beetje als ik denk aan Michel (http://blog.zog.org/) die hier een reactie achterliet, en hoe ik toen blonk. Dat waren namelijk twee van de vier blogs die ik volgde toen ik hoogzwanger rondtjoolde in het leven. Naast die van Kelly (http://www.talesfromthecrib.be/), die ik toen verslond. En nu nog. Er was toen ook de fijne plek van An Nelissen, Donkere Kamers.

Ik had toen een baby aan mijn borst.

Hetzelfde dametje dat nu heelder woorden leest, wat zeg ik, heelder zinnen. Gent Dampoort, Zwijnaarde, Zara, slagroom, chocolademelk. Ze leest zo goed als alles wat ze ziet en ik hoor haar letters fluisteren, zingend, om woorden te horen. Net zoals het hoort. Zoals het in de boekjes staat, en zoals je het leert als je zelf een juf wilt worden.

Ik herken dat zo goed, die honger naar woorden. Die dwang om alles te verklanken en de frustratie als een letter niet lukt.

Jongens toch, wat gaat de tijd snel.

Samenslapen

November 2nd, 2013

Anouk slaapt samen met Clarisse. Naast hen ligt Simonne (op een matras, want er is pas plaats als de volgende kamer is afgewerkt). Ik slaap bij mijn lief, en mijn lief – gelukkig – bij mij, en als hij niet thuis dan slaapt er een kind of twee of drie bij mij. Als ze ziek zijn slapen ze tussen ons, als ze onrustig zijn slapen ze tussen ons, als ze wakker worden nemen we ze in bed. Anouk sliep jaren bij ons, dicht bij mij op de grond op een matras (we hadden geen plaats voor een eigen kamer) en van zodra ze kon kroop ze stilletjes dicht bij mij. Mijn baby’s dronken halfslapend aan mijn borst en ik werd soms pas wakker als de ochtend er al was. Mijn armen waren een harnas voor hun lijfjes en ik vond het verrukkelijk om in het halfdonker de mooiste meisjes van de wereld te zien als ik mijn ogen opendeed. Soms slapen we allemaal samen, en dan kiest iedereen zijn favoriete plek. Mijn lief neemt het minste plaats in, en die schikt zich naar al die dametjes in zijn bed. De kleinste ligt het liefst helemaal dicht tegen mij, met haar handjes rond mijn armen, fluisterend: ‘mama, i love you’. Clarisse is de woeligste slaper, door de jaren, en slaapt stiekem het liefst alleen (maar kruipt bijna even graag tussen ons). Anouk maakte er vroeger een erezaak van, om via een brief te vragen of ze bij ons mocht slapen. Alledrie slapen ze bij mijn mama in bed als ze daar op logement zijn. Niet meer gelijktijdig denk ik, maar afwisselend per twee. Mijn zus en ik spraken vroeger altijd stiekem af om in het donker bij elkaar te slapen, gewoon omdat dat veel gezelliger was.

Ik denk vaak dat samenslapen (en niet persé de vorm waarin iedereen in één bed ligt, want ons bed is ondertussen te klein) helend werkt. Slapen bij ons zorgt altijd voor rustige, voldane en stevige nachten.

Geruststelling, denk ik dan.

Geruststelling dat je niet alleen hoeft te zijn als het nacht is, want dat deed je net een ganse dag. Zeker als je klein bent, en de wereld is zo groot en vaak zo onduidelijk: dan is samenslapen zowat het duidelijkste en het fijnste dat er is. Samenslapen als ik moe ben, en verdrietig, en ik de troostende armen van mijn lief voel, of zijn warme lijf dicht bij mij. Dat is zoals een oplader als mijn batterijen vlugger op zijn dan gewenst.

Ik herinner mij de ietwat ontgoochelde blik van de familie toen we – hoogzwanger en al – geen intenties hadden voor eigen babykamers, ik kreeg ook al de vraag wat dan met seks, net zoals de waarschuwing dat Anouk nooit zou leren om alleen te slapen.

Allemaal geen zorgen daarover, in de hoogste graad niet. Zolang er warmte en veiligheid was, sliepen mijn kinders goed en Anouk is nu bijna 14 en die wil uiteraard liever niet meer vaak bij ons slapen. Ons seksleven regelen we zelf en ik zie voorlopig geen trauma’s opduiken bij de kleintjes, omwille van het gebrek aan een babykamer.

Je moet het ongetwijfeld, in één of andere vorm, eens proberen, om samen te slapen.