Verlof II

August 29th, 2013

We gingen dit jaar wel op reis.

Het was jaren geleden, jaren jaren jaren.

Het was ook jaren geleden dat Jan en ik samen meer dan zeven keer slapen samen waren zonder dat we moesten werken.

We zagen de Alpen, begroetten ze en zeiden dat we in ons leven nog nooit zulke mooie bergen hadden gezien. We stonden op de Bastille in Grenoble en zuchtten dat we nog nooit zo dicht bij de hemel waren geweest. Toen zwaaiden we naar onze zoon, naar Joeri, naar mijn grootvaders en naar alle andere mensen van wie we hielden en die er niet meer zijn nu. We daalden samen naar beneden en we stoeften met de krachten van de kleintjes, die stapten alsof hun leven ervan afhing.

We bezochten een fantastisch pirateneiland, gingen naar een wondermooi dorp, logeerden bij onze lieve lieve vrienden die ik nu al weer mis en hadden veel tijd voor elkaar, alle vijf voor elkaar.

We aten, we dronken, we babbelden en we lachten. We weenden ook een beetje, want als het leven heel schoon is dan komt pijnlijk gemis nog sterker naar boven. Dat is zo in het leven. Dat is even wonderlijk als het feit dat ik besef dat een mens adapteert aan verdrieten, dat het leven vooruitgaat op een andere, rauwere maar even schone manier. Vreemd leven, denk ik soms, je mag het even rustig houden nu. Ik zie je graag, leven, maar het is even genoeg geweest. Ik roep je wel als we bekomen zijn.

Verlof

August 29th, 2013

Een touw. Een wasmand. Een doekje. Een blauwe overtrek voor een kussen. Een lepel. Een bordje. Wc-papier. Bananen. Een stuk stof. Een gehaakte sjaal.

Ze hadden veel nodig, deze ochtend. Ze spelen cowgirls en zwieren met imaginaire lasso’s door hun kamer. Ze maken een poppenhotel, spelen hond en baasje en komen af en toe naar beneden voor een prul. Soms zijn ze jaguar, dan weer dolfijnen en een enkele keer zijn ze kwakkikkers, een soort die ze zelf hebben verzonnen.

Een lasso. Een bad voor de poppen. Een pamper. Het bad. Een lepel voor de pap van de pop. Een bord voor de pap van de pop. De pop heeft kaka gedaan. We hebben echt honger. Een verkleedkleed dat ze zelf knoopten. Een omasjaal voor oude mémés. Met alles wat ze vragen verzinnen zij een

Hun fantasie nam deze zomer gigantische sprongen en samen leven ze in een universum waar ik nauwelijks binnen durf te gaan.

Ze entertainen elkaar, geven toe, knipogen naar mij als ze denken dat ze slimmer zijn dan de andere en maken maar heel af en toe ruzie.

Ze kennen elkaar, mijn kleintjes, ze kennen elkaar beter dan ik had durven hopen toen ze aan mijn borst lagen te drinken.