Reena Riot

July 22nd, 2013

Het is bijna zeven jaar geleden.

Ik was zwanger van mijn tweede dochter.

Hij zat op een terras, vlakbij het restaurant waar ik toen werkte.

Het was veel te vroeg, want ik moest nog ontbijten en koffie drinken en hij dronk een pintje. Hij zwaaide gul, riep ‘Marietje’ en deed teken dat ik mij erbij moest zetten, en ik riep dat ik moest werken. Ik zei lachend dat hij maar moest wachten tot het avond was, en dat ik hem dan ene zou trakteren.

Hij zat er nog, ’s avond, en ik trakteerde hem een pint.

Ik dronk er zelf ook ene, en we babbelden gretig over het leven.

‘Mijn dochter is zo’n goede muzikante’, zei hij,’ veel  beter dan ik ooit ben geweest.’

Anderhalf uur praatte hij over die kleine godin die de zijne was, over het duwen en het trekken van het leven en over hoeveel pijn leven kan doen. Hij vertelde alles met zijn oh zo lief gezicht en zijn immense aimabiliteit. Ik luisterde maar een beetje en besefte dat er weinig mensen zoveel intrinsieke liefde hadden als Fons. Ik zei dat het in orde ging komen met zijn dochter en dat kinderen van zo’n schone mens altijd op hun poten terecht komen. We dronken nog een pint en nog een pint en terwijl ik daar zat, op het lelijkste terras van Gent, wist ik dat dat één van de beste avonden was van mijn leven.

We namen met afscheid met een keppe eerste klas, hij wenste me geluk met de bevalling en hij zei dat hij wist dat het geen pijn zou doen, deze keer. Ik keek nog om en hij veerde een beetje naar huis, met zijn lange benen die bijna aan mijn schouders kwamen, en zijn warrig haar dat hem zo sympathiek maakte.

Toen ik later het kind zonder grote problemen op de wereld zette, moest ik een keer lachen.

Toen ik gisteren op Sint-Jacobs stond, en zijn dochter met zoveel overgave haar vader zag eren, piekte het een beetje.

Ik keek naar boven en de zon scheen en ik weet zeker dat hij erbij was. Met trots en overgave en bakken vol liefde voor zijn blonde godin op dat podium.

 

(Ik wens u dat. Mensen die erg in de moeite zijn in uw leven. Mensen die het leven omarmen op de meest intense, pijnlijke en schoonste manier dat het kan)

 

Zaterdagochtend

July 20th, 2013

Het is een verrukkelijk moment.

Zaterdagochtend om half acht.

Ik fluister dat ik al opsta en de dametjes, die op vrijdag altijd bij mij slapen, vragen tv.

Dan kan, want door het plaatsgebrek en door de verbouwingen hebben we maar twee kamers en in die van ons staat de tv. ‘Joepie, tv’, fluisteren ze terug.

Ik zet koffie, lees mijn mail, hang een was uit, poets mijn tanden, zet nog meer koffie en maak een boodschappenlijstje voor mijn lief. Ik plan ondertussen een klein beetje wat we zullen eten tijdens de week en kijk op de kalender of we plannen hebben in het weekend.

Plots staat Simonne aan de deur. Ik doe altijd geschrokken en heel enthousiast, daar houdt ze van. Ze vraagt altijd of ze het klokje rond sliep en hoeveel keer.

Ik maak havermoutpap met fruit en appelsienensap voor haar, ik smeer boterhammen met honing voor Clarisse en met speculoospasta voor Anouk. Al doet zij dat meestal zelf.

Mijn lief komt thuis, we drinken koffie en terwijl ik wat verder rommel in huis gaat hij op boodschappen. Ik denk dan na over de boodschappen die ik opschreef, en of hij alles wel zal vinden.

 

Zonder die rust op zaterdagochtend, zonder dat ritueel, ben ik compleet verloren.

Ik wist dat niet.

Ik voel nu pas echt hoe de drukte van de laatste maanden op ons inbeukte en hoe een kalm weekend zoals nu aanvoelt als echt verlof.

 

keppen

July 17th, 2013

‘Mama, als je mijn schoenen dicht doet, dan mag dat altijd op het derde gaatje, alstublieft.’

Clarisse kent mij.

Ik doe haar schoenen goed komt het uit aan, wellicht niet altijd op hetzelfde gaatje.

Met haar smal voetje en haar serieuze hoofdje, ze zal het wel al opgemerkt hebben, want haar schoentje zal de ene keer losser hebben gezeten dan de andere keer.

Het ligt compleet niet in mijn aard om pragmatisch te handelen, maar wel in die van haar. En omdat we zowat elkaars tegenpolen zijn op dat gebied, ontroert het me telkens erg als ik het bemerk bij haar.

‘Keppe, ze heeft geen deugd van mij’, zei ik tegen mijn lief, ‘met al mijn chaos en alle plantrekkerij waar ze noodgedwongen aan onderworpen is omdat ik haar moeder ben. Zowat niets bij mij is geordend. Het viel me op hoe fijn ze het vond toen we gisteren bij Cica toekwamen, en ze vrolijk naar het bankje liep, om vervolgens netjes haar schoenen uit te doen en die in het bankje te stoppen. Een vast ritme, van praktische aard, waar zij zich zo goed kan in vinden.’

‘Toch wel’, zei mijn lief sussend en hij keek zo lief naar mij dat ik het echt geloofde, ’ze heeft deugd van jou. Ze zal leren om in die chaos orde te brengen en zelf structuur te vinden. Zoals ze dat doet met dat derde gaatje van haar schoen.’ Ik denk dat hij dat ook doet, zulke dingen.

Ik keek naar haar en dan naar hem en dan weer naar haar.

Echte keppen zijn het, die twee precieuze uit mijn menage, die mij graag zien zoals ik ben, en zich rustig een weg banen in mijn wanorde, in de hoop zelf orde te brengen. Zonder crisissen, zonder frustratie en zonder ook maar ooit al één keer een verwijt.

Echte echte keppen.

 

 

Hoop

July 16th, 2013

‘Is hij al een beetje beter?’, vroegen de dametjes toen we vorige week in de hitte naar huis slenterden. Het is al de tiende keer dat ze bezorgd kijken in mijn richting in de hoop dat ik ‘ja’ zeg.

‘Is hij nu eindelijk niet meer ziek, mama?’

Ik zuchtte een beetje binnen in mezelf. Ze hadden uitleg nodig, want dit is niet zomaar ziek zijn.

‘Weet je’, probeerde ik voorzichtig, en ook een beetje veel neutraler dan het aanvoelt in mijn binnenste, ‘soms kruipt er een beestje in het lichaam van een mens. Een beestje dat heel snel groot wordt en dat die mens ziekt maakt. Dat beestje is zo sterk dat het niet helpt om veel te rusten  of fruit te eten en water te drinken zoals wij doen als we ziek zijn. Dat beestje is erg sterk, zo sterk als een reus. Daarom proberen dokters in de kliniek dat beestje te doen smelten, door het weg te snijden of speciale sterke stralen te gebruiken, samen met pilletjes, om de winnaar te zijn. Die medicamenten moeten ook sterk zijn, ah ja, want anders verliezen ze sowieso. Superkrachten zijn het, gemaakt door dokters.’

‘Ja!’ riep Simonne enthousiast, ‘straalridders zijn het, met dikke spieren van krachten.’

‘Omdat de stralen en de pillen zo sterk zijn, valt je haar soms uit, en worden je tandjes een beetje ziek, want de stralen weten niet altijd goed dat ze alleen op het beestje mogen stralen.’

‘Ah ja,’ zei Clarisse serieus, ‘stralen hebben geen bril.’

Dus kan het zijn dat hij binnenkort kaal is, door al die pilletjes, of dat hij moe is en moet rusten.

‘Kunnen we dan niet meer op bezoek gaan bij onze vriend, bij de speelpleinen, zoals je de vorige keer had beloofd?’, smeekte de kleinste verschrikt. ‘We kunnen toch een pet kopen, een echte mooie, dan ziet niet iedereen dat hij kaal is, en trouwens, ik vind kaal mooi’.

 

‘Gaat hij winnen, mama, denk je?’, vroeg Clarisse plots stilletjes en ze kneep in mijn hand.

Ik moest even draaien in mijn hoofd, slikken en kiezen.

‘Dat weet ik niet, keppe,’ fluisterde ik, ‘dat weet ik niet.’

Erger dan de onzekerheid in een hoofd, zelfs in een kinderhoofd, is valse hoop.

‘Maar ik hoop wel’, zei ik ferm, ‘ik hoop het elke dag honderdduizend keer, en ook nog ’s nachts tienduizend keer.’

‘Kaarsen branden helpt altijd een beetje’, besloot Clarisse serieus, ‘maar nooit genoeg om zomaar iemand te kunnen genezen.’

‘Gelukkig bestaan er superkrachtstralen’, brulde Simonne en ze stak haar arm uit zoals altijd als ze Mega Mindy is.

 

Brandt u toch een kaarsje mee?

 

We waren ondertussen thuis, de buurmeisjes krijtten op de stoep, de boekentassen vlogen in de gang en de dametjes haastten zich om te gaan spelen.

 

Rust

July 8th, 2013

Mijn lief zette koffie.

Mijn twee vriendinnen en ik zaten aan tafel, dronken koffie, aten stokbrood met kaas  en er stond ook nog een kom fruitsla op tafel met aardbeien van uit de tuin van mijn vriendin.

Er was nog een vriendin, die was om koffiekoeken, want er logeerden ook een hoop kindjes bij ons thuis.

De lieven zaten op het kleine koertje, met koffie en een sigaret en de zon.

Er was muziek en in de zetel zaten de oudste kinderen, met nog wat slaap in hun ogen en en een koek in hun handen.

De kleintjes waren verspreid over het huis, sommigen keken op ons bed naar tv, anderen speelden in de kamer.

 

‘Wat doet mijn kleine huis soms zo erg zijn best,’ dacht ik bij mezelf, ‘zo met 9 extra logés, amper twee slaapkamers en een koertje dat de grootte van een zakdoek heeft.

Wat was dat een fijne ochtend, zo allemaal samen, met een vreemdsoortige rust die zelden is als je met zoveel mensen zo dicht bij elkaar bent.