dt

May 8th, 2013

Ik probeer weinig dt-fouten te maken. Ik lees veel, en mijn ogen blijven haken als ik grammaticale fouten voel. Maar ik maak er, zeker, hoe hard ik ook oplet.

Mijn collega vind dt-vraagstukken moeilijk, maar kan dat wel weer heel helder uitleggen hoe Excel in elkaar zit.

Mijn lief twijfelt soms bij een woord, maar het is de meest wijze en slimste mens die ik ken en hij heeft zo’n sterk wiskundig inzicht waar ik jaloers van ben.

Mijn vriendin schreef een mail en verbeterde zichzelf in de tweede mail. Mijn vriendin schrijft toch de mooiste en ontroerendste brieven van alle mensen die ik ken.

Mijn eerste lief schreef een liefsdesbrief (met een lijstje erbij van alle cassettes die ik mocht lenen) en hoeveel dt-fouten er ook in te lezen waren, er kleefde zoveel liefde aan dat papier dat ik nu nog week word als ik eraan terugdenk.

Er is de vriend die machtig kan koken, die samen met zijn vriendin altijd zulke goede plannen heeft, en die waarschijnlijk minder goed foutloos werkwoorden kan vervoegen.

De dochter die, ook al probeerde ik haar die vervoegingsregels vroeger meerdere keren uit te leggen, vaak twijfelt en dt-fouten maakt.

 

 

En het kan me hoegenaamd niet schelen dat ze fouten schrijven. Zij kunnen andere zaken veel beter dan mij, en net daarom zie ik hen graag. Net daarom ook dat ik dt-fouten relatief vind, en dat ik al dat gemem en die verontwaardiging een beetje ridicuul vind.

 

Alsof de wereld rond werkwoorden draait, verdorie.

 

 

 

Trouw

May 4th, 2013

Piet maakte machtige film op onzen trouw.

Ik moest deze ochtend de film zoeken voor mijn vriendin die hem nog niet gezien had.

Ik dacht: ik kijk nog eens.

 

Ik zie ons kleinste dolletje, die toen net stapte en bijna nog geen haar had. Ik zie mijn mama en mijn schoonzus evita met hun mooie kleed en de tante die ‘s avonds zo goed zorgde voor de kindjes. De grote dochter die enthousiast hielp achter de toog. De vrienden, de vrienden. De schatjes die ons zoveel hielpen met het eten, en met wie we toen zulke fijne dagen hadden. Mijn schoonmama met haar tijgerprinttruitje (<3) en de onbezorgde schoonzus die zo trots was op haar schoon kleinkindje. Mijn lief met zijn gouden plastron en al die andere fijne mensen uit ons leven.

 

 

Toen zag ik Joeri. Samen met zijn schone Tine op een bankje op het feest.

 

 

Ik zou het beeld willen stopzetten, dan. Ik zou hem uit het scherm willen halen en doen alsof het allemaal ok is.

Ik zou hem willen zeggen dat het veel te klote is op de wereld zonder hem en dat we hem veel te veel missen en dat het nu allemaal gedaan mag zijn en dat we al een maand lang zoveel ons best deden om het te kunnen verdragen maar dat het genoeg is en dat hij terug moet komen nu. Ik zou mijn huis verkopen, en mijn kleerkast weggeven en de auto wegdoen en desnoods in Jezus geloven en elke zondag naar de mis gaan, ik zou zelfs stoppen met mij druk maken in het onderwijs en naar R ‘n B en hiphop luisteren en Redbull drinken en leren programmeren en karaoke zingen in Ieper op Kerstdagavond. Ik zou zelfs in zijn naam een schone liefdesbrief schrijven voor zijn madam, zoals we afgesproken hadden in januari.

Ik zou alleen nooit meer roken, dat niet, want hij was ook gestopt met roken en hoeveel zin ik nu ook heb in sigaretten en hoeveel keer ik op zoek ga naar een excuus om te mogen roken, als ik aan hem denk dan is het peanuts om niet te roken.

 

Héhé.

 

Hij zou nogal gelachen hebben.

R ‘n B en karaoke en geloof in Jezus.

 

Maar toch.

 

Lifter

May 3rd, 2013

We pikten een lifter op, woensdagavond, op de weg van Brugge naar Gent.

Op zijn bordje stond GENT, net waar wij naartoe moesten.

Onderweg vertelde hij over het project waar hij bij werkt, met jongeren in Brussel die moeilijk hun weg vinden in het leven. We hadden het een klein beetje over hoe vreselijk het leven kan zijn als je weg stapt uit je vertrouwde nest. Hij liftte veel, reisde mee met camionchauffeurs en fietste vaak van Brugge naar Brussel.

We zetten hem uiteindelijk af in Sint-Denijs-Westrem, waar hij naar een feestje ging, hij vertelde over de boerderij van zijn vrienden en ik zag een camionette met jonge gasten die naar hem lachten toen hij uitstapte.

Hij zwaaide nog een keer toen wij onze kar draaiden en ik dacht:

stel je voor dat we hem niet hadden opgepikt, omdat lifters gevaarlijk zouden kunnen zijn.

 

Dan hadden we niet samen gereden, en had ik niet het besef gehad dat ik zo blij ben dat er mensen zoals hij bestaan. Mensen die niet veel meer nodig hebben dan een rugzak, een jas en een hoofd vol idealisme.