Vader

April 30th, 2013

Ik zag hoe ons kleintje zich nestelde op de schoot van haar vader.

Clarisse kroop er even snel bij, om een groot verhaal te vertellen over een akkefietje op school. Heel gedetailleerd gaf ze relaas van wat er was gebeurd, en ik keek naar hem en zag hem luisteren. Ons kleintje zocht ondertussen het beste plaatsje op zijn schoot en haar gouden blik sprak boekdelen.

Ondertussen was de oudste ook naar beneden gekomen, en die had een vraag voor hem, over een batterij en een gsm en en passant zei ze iets over een toets of een taak voor school.

Ik zag hem luisteren naar de ene, knikken naar de andere en wrijven op het rugje van ons klein broedje, dat voor wat gezelligheid altijd heel dicht bij haar papa kruipt.

Ik rommelde wat verder in de keuken terwijl mijn kinders aan hun vader hingen, en ik dacht:

‘wat een geluk’

‘wat een pijnlijk droevige intense periode, maar ook: wat een geluk met een vader zoals die van hen, die op de meest onvoorwaardelijke manier van mensen houdt en dat zij nu net de opperste chance hebben dat die fantastische mens hun vader is. Wat een fijn gegeven ook, zo’n vader die tijd maakt om te zitten en te luisteren naar zijn kinders, alsof het leven gewoon het leven is nu en hij dat immense verdriet dat ik in zijn ogen zie even aan de kant zet’

Ik rommelde nog een beetje verder, de kinderen gingen aan tafel, mijn lief knipoogde naar mij en het leven leek een beetje lichter dan tien minuten ervoor.

 

Héhé

April 24th, 2013

Ik doe vooral alsof het gaat. Ik knik veel, zeg ca va en bevestig als ze zeggen dat een mens erdoor moet hé. Ik lach als er moet gelachen worden, kus mijn kinders uit routine en roer in de potten maar mijn hoofd is er niet bij. Ik beantwoord telefoons, stuur mails, maak grappen en hang de was aan de draad. Ik ga zelfs naar de zandbak met de kindertjes. Ik maak brooddozen, was tomaten, en ververs bedden zoals ik dat al heel mijn leven doe. Ik heb zelfs paprika’s opgelegd op de wijze van Dorien, beschreven in het boek van Eva, en ik ben al bijna uit mijn bed gerold van het lachen met dat boek. Ik heb ook al serieus nagedacht door het boek, op een verteerbare fijne manier.

Binnenin is het sterven van jewelste.

Ik dacht dat ik het nu al een beetje kon, gemis een plaats geven en verdriet verteren.

Maar niets, oh niets is minder waar.

 

 

Dit is de tweede hardste strijd die ik in mijn leven aanga, en ik moet dagelijks honderdduizend keer naar adem happen om de avond te halen. Hij is rauwer dan de eerste, en oneindiger en gruwelijker en ik ben zo hard gaan beseffen hoe groot het taboe is dat op verdriet rust, en hoe lastig dat dat kan zijn.

Honderdduizend keer.

(maar de paprika’s smaakten wel, dat wel)

 

Circus

April 12th, 2013

Wat een vreemde vakantie.

Een ware uitputtingsslag, met hier en daar enorm verwarmende momenten (de intense dagen met de schoonfamilie, de ontroerend mooie en lieve couragemails, sms’en en bezorgde telefoontjes, dankuwelliefstevriendenvandehelewereld, een huwelijksfeest, Mr.E met Belgian Chocolates met de dierbarekameraden en een vriend van Joeri die ook onze vriend is, de fluisterende droevige gesprekken met mijn schoonzus): allemaal part of the fucking game that is called verlies.

Midden in die tol van emoties trokken Lisa en ik met onze kinderen naar het circus.

Circus op ons plein.

Het was vreemd, net als onze vakantie.

Niet zozeer de in latex geklede ballerina die zwierde aan de trapeze, zodat wij angstig keken of de tent het hield. Niet zozeer de zwierdraaibeurten van de krachtigen van het circus en de dwaze grappen van de clown (die eerlijk waar, onze kinderen in hun greep hadden).

 

Het waren de dieren. De huisdieren, zoals ze werden genoemd. Grijs, uitgeblust, verschrikt en angstig, zo zagen ze er uit.

 

Ik weet niet eens wie het fijn vond dat ze er waren, die dieren die koppig elke act verklooiden, en de duif die op de kop van de kat zat. Komaan, een duif op een kat, dat wil toch niemand? Er was toen weinig applaus, en we keken meewarig naar elkaar en zuchtten dat dat toch echt niet ok was.

Maar ergens was ik niet boos. En ook niet ontgoocheld.

Ik keek naar de oude circusdirecteur, die de show met pikante grappen in het Nederlands aan elkaar praatte, en zag in zijn ogen trots. Het was niet zomaar trots die ik zag. Er waren de kleindochters, kloeke twintigers die veegden (terwijl de show bezig was), liepen, acts uit hun mouwen schudden en trots paradeerden als hun grootvader zei hoe goed ze het deden. Ik zag hoe ze met man en macht sleurden aan trapezes, sukkelden met touwen, vloekten op de half kapotte popcornmachine en ik dacht: deze mensen verdienen dit niet.

Ze verdienen niet dat mensen omwille van zware principes nooit naar het circus willen (als het over dierenmishandeling gaat, dan zijn we allen hypocriet) en hun kinderen weghouden van spectakel eerste klas.

Zouden we het hen niet kunnen vertellen, feitelijk, aan hun tafel in de woonwagens die voor hen zorgen tijdens hun nomadenbestaan? Zouden we niet duidelijk kunnen maken aan hen dat we even graag komen als er geen dieren zijn, en dat we de show met de spiegel en de natte spons zo subliem vonden dat er echt geen ganzen op glijbanen nodig zijn? Zouden we niet sussend kunnen zeggen dat het best fijn is als het wat rommelig ligt, en dat de dieren per expres niet willen meewerken, en dat ze maar beter hun beesten op pensioen kunnen laten gaan?

Zou dat niet een veel beter idee zijn?

Ik dacht het wel.

 

 

De Duizend

April 10th, 2013

Mijn maat is recent gestart met een machtige blog:

Duizend Platen Die Je Gehoord Moet Hebben Voor Je Een Baard Laat Staan.

Heerlijk, niet alleen omdat ik vanaf nu allemaal nieuwe muziek leer kennen, maar ook heerlijk omdat mijn vriend fantastisch veel weet over muziek en sappig kan schrijven.

 

Soms kan het leven toch verrassend fijn zijn zeg.

RIP Joetje

April 5th, 2013

Het vreet aan ons.

Het eet ons hart op en laat de binnenkant leeg achter.

Ik kijk in de treurige ogen van mijn lief en het trillende lijfje van de dochter.

Ik ben al lang niet meer bang om zelf te sterven, maar wel voor de gigantische leegte die deze mens achter zal laten.

Het is een krater van jewelste en ik zie en voel die diepe diepe diepe rouw bij de mensen die zo dicht bij me staan. Ik wil helpen en zorgen en hij zit op mijn schouder en zegt dat het zal lukken. Ik weet al lang dat ook het rauwste verdriet ooit een plaats krijgt, in bijna ieders leven. Ik ken het rouwproces van groot verlies, ik weet een beetje wat er komt, waar de hel zit en waar de modder zo diep is dat je verdrinkt als je niet oplet. Die diepe diepe band binnen mijn schoonfamilie, die immense warmte die daar heerst, om iedereen op zijn eigen manier te laten rouwen, het is een wonder. Het is de sterkste kracht die je hebt als je zoveel verdriet moet meemaken. Ik zie de schoonzus die mijn hand vastpakt en bezorgd is om mijn verdriet terwijl ze net haar zoon verloor. De bloemen van onze Evi voor mijn verjaardag, twee dagen na de dood van haar broer. Ik sta op de koer met Kenny en beloof op mijn communieziel dat we zijn verdriet zullen helpen dragen. Het is de mooiste familie die ik ken, en ik ben vereerd dat ik er zo dicht bij sta.

 

Maar hij mocht niet sterven.

Hij niet, niet die mens die ons leven verrijkte, die zoveel voor iedereen betekende, die altijd overal het fijne en het goede in zag. Die held in ons leven, die zoveel warmte gaf en met een blik ons hele hart verwarmde. Hij echt niet.

We zullen hem eren, ons hele leven lang, we zullen heel vaak over hem spreken zodat de kinderen weten wie hij was en hoe graag we hem zagen.

We zullen hem altijd, altijd, altijd met ons meedragen.

 

 

Buddy

April 2nd, 2013

Mijn buddy in mijn schoonfamilie is gestorven.

Hij was 27 en hij is zo plots uit ons leven verdwenen.

Ik heb getwijfeld of ik dit hier kan vertellen.

Maar het is zo’n fundamenteel deel van mijn leven dat verloren gaat, als het hier geen plaats krijgt doe ik hem oneer aan.

Hij zou lachen nu, en me een duwtje geven en zeggen dat ik er wat van kan, van kindertjes maken. En van emotionele crap.

Ik heb gefoeterd op hem (drie keer zijn vijfde middelbaar zeg), gelachen dat ik bijna in mijn broek pieste, gebeld en gemaild in het oneindige voor allemaal kleine dingen die hij voor me regelde. Ik herlas zijn sollicitatiebrieven die hij plots dringend moest versturen en ik sms’te hem dat ik duimde voor de job. Hij voerde me rond in Ieper toen ik dringend ergens moest zijn en hij zei toen dat hij wel zou wachten tot ik klaar was om me op te pikken.

Hij voerde me rond toen ik moest trouwen en met een geschminkt gezicht zat. Hij was toen voor die ene keer in gans mijn leven de meest emotionele van ons twee en hij zei dat hij blij was dat ik eindelijk geringeld was aan zijn nonkel, omdat ik dan nooit meer weg zou gaan. Ik antwoordde dat hij zo diep in mijn hart zat, dat ik zo trots was dat ik in zijn leven mocht zijn.

Het verdriet om hem is zo gigantisch zwaar, dat het inhakt op alles wat wij zijn, op die kleine hechte familie waar hij zo’n belangrijk deel van uitmaakte.

Het gaat tot op het bot en terug en harder en terug en het raakt de ziel van ons bestaan.

Ik zou eens willen schoppen zeg, tegen dat kloteleven dat beukt en duwt en pijn doet in elke vezel van ons bestaan.