Het begin

March 30th, 2013

(het plan)

 

In mijn gang staat een kartonnen doos.

In die doos staan potten: aardbeiplantjes, tijm, rozemarijn en lavas.

Naast de doos staat een vogelnestje dat de kindjes van de nabije school hebben versierd.

In mijn keuken staan twee tuinbonen te schieten (voor ik met de eer loop: die zijn van de dochters).

In mijn kotje ligt een hangzak klaar voor aan de muur, ligt er veel zaad en heb ik nog wel wat oude potten staan.

Dinsdag beginnen we eraan.

Ik heb wilde plannen, mail Veltkalenders door naar Lisa die wél verstand heeft van zulke dingen en kroop in bed nadat ik een echt plan had gemaakt. Een moestuinkoerplan.

 

Het lijkt alsof ik er een hoop kinders bijheb.

Het belooft alleszins -euhm- uitdagend te worden.

 

Plannen, tips, suggesties en welgemeende adviezen zijn uiteraard welkom. Een beetje zoals Zappy ook, maar dan voor planten, kruiden en ander groen.

 

 

 

Kent u de vaste duif van de bakker in Gent? Ze komt ongegeneerd kruimels pikken terwijl de bakkerin broden snijdt.

Dat mag niet, en de bakkerin weet dat. Maar als ze weggejaagd wordt, fladdert ze de hele winkel door, en dat mag nog minder.

 

Jammer dat vogels geen GASboete kunnen krijgen.

 

 

 

 

Gin keure vo te kiezn*

March 29th, 2013

Ik dacht gisterenavond ‘ik kijk nog een klein beetje tv en dan ga ik vlug slapen’.

Ik zapte naar Canvas, viel net in op de begingeneriek van Panorama en bleef kijken.

‘Mercy Mercy’

Ik heb de reportage uitgekeken met een behoorlijke zware krop in mijn keel en ik heb de hele nacht niet geslapen.

Ik heb geprobeerd om alles in perspectief te zien in dit adoptieverhaal: de radeloze Afrikaanse ouders, de hunker van het Deense kinderloze paar, de camera die focuste en 5 jaar lang film maakte, terwijl de reportage zeer kort is, de hulpeloosheid van de Deense moeder, het immens zware diepe rouwerige verdriet van de Ethiopische vader, echt alles heb ik in perspectief geplaatst. De bemerking van Phara dat niet elke adoptie schrijnend is (een noodzakelijk addendum), echt alles.

Het enige dat ik voor mij ogen zie is dat gebroken kind. Dat kind dat misschien constant licht schudt met haar hoofd, om de pijn en het verdriet en het gevoeld verraad een beetje weg te schudden, weg uit haar hoofd, weg uit haar hartje dat bloedde van gemis. Dat klein broedje, dat in een vreemd land kwam, bij een nieuwe moeder die niet doorhad dat kinderen gebroken kunnen zijn, en heel erg kwaad en onthecht en lastig. Een klein (oh wat is ze schattig) mensje, met een rugzak vol verdriet, dat maar één iets wou:

haar mama.

Ze werd dan maar een beetje gestraft: geen pleziertjes, geen aandacht en de duidelijke boodschap dat ze niet meer bij haar nieuwe ouders kon blijven.

Ze zat daar, en het leek of alle leven beetje bij beetje uit haar lijfje vloeide, ze zei dat ze het snapte, dat het niet meer ging, en ze fluisterde ‘dat ze nu genoeg nieuwe mama’s had gehad’

 

Ze zei dat ze het snapte.

 

‘Misschien wordt je kind ooit president’, hadden ze de zieke moeder in Ethiopië wijsgemaakt.

 

Alsof een echte moeder zoiets kan schelen.

 

 

 

(* Quote van Gilbert uit 1 op 10, de ontroerende reeks over armoede in Vlaanderen - Op het einde van zijn verhaal drinkt hij begod een pintje bij mijn oude vriendin, die vorig jaar overleed)

 

Plan

March 27th, 2013

Er is een plan.

Een tuinplan.

Voor u zich omdraait om het uit te proesten bij het woord tuin: een koertjestuinplan.

Mijn koertje is ongeveer 8 m² groot, heeft een vreselijke vorm en verdwijnt volgend jaar.

Maar mijn hart ligt op mijn lelijke koer.

‘Kerel,’ klopte ik hem op zijn stoere borst, ‘tijd dat wij eens het beste uit jou halen, nu het nog kan.’

Hij gaf geen antwoord, hij is nog aan het ontdooien, maar och, wat houden wij twee van elkaar.

 

Groenten dus. Zoveel mogelijk eetbaars op die paar vierkante meters.

Elke week trek ik een foto, en post ik hem hier.

Dan kunt u zien hoe ik het doe, de minst tuinloze onder u allen. Het zal mij ook dwingen, want geloof me, ik zit liever in de zetel te lezen dan dat ik mijn groensels drinken geef.

 

Tijd om de Mme Zsazsa in mezelf los te laten.

 

 

Wandelzand

March 20th, 2013

Zaterdagochtend stonden we om negen uur op het strand.

Het woei hard, de zee was wild en we waren helemaal alleen.

De kleintjes sleurden zich moedig door het tegenwerkende zand.

Om hen courage te geven, vertelde ik over de Zeekoning, die met een paardekar over het strand rijdt. Hij zoekt dag en nacht naar de mooiste schelp, en drinkt ‘s avonds een zeewierbiertje om wat na te genieten.

Ze bleven stappen, en de kleinste overtrof zichzelf door plots te lopen langs de zee.

Het was beuken van de bovenste plank. We keken verlangend uit naar de warme chocomelk die ik had beloofd.

‘En een verkeerde koffie voor jou,mama!’, voegde Simonne er enthousiast aan toe.

Toen we richting dijk klommen, passeerde de échte paardekar van de Koning, vonden we een schelp die in een museum paste en zagen we vogels dansen op het strand.

‘Ik heb koud, mama’, rilde Clarisse.

Haar vader, die weinig van wind houdt, maar nu echt glunderde van onder zijn pet, zei dat hij ‘geacclimatiseerd’ was. En dat betekent heel wat.

‘Stel je voor dat we nu gewoon in de zetel zaten, en naar tv keken,’ fluisterde ik, om de zeemeeuwen niet wakker te maken.

‘Amai’, zei Clarisse tegen haar zus, ‘Monneke, dan hadden we de paarden niet gezien, en de schelp en de vogels.’

‘En de chocomelk!’, voegde die er enthousiast aan toe.

 

Nadien dronken we chocomelk en koffie in de bakkerij vlak bij het strand.

Ik zag blozende wangen aan tafel, van meisjes die rustig slurpten van hun warme melk. Ik zag een lief met goud in zijn ogen.

Wandelen is veel waard, en ik ben zo blij dat mijn kinderen het eindelijk echt kunnen.

(en dat mijn lief soms toch een beetje van de wind houdt)

 

Sneeuw tot oneindig

March 12th, 2013

‘Ik wou dat het vrijdagavondje was,’ zuchtte Clarisse gisteren toen we de bijtende wind te voet trotseerden.

‘Ik ook’, dacht ik, en als troost verzon ik een verhaal.

Een verhaal over sneeuwvechters, die in Lapland leven, en werken voor de Noorderwindkoning.

Via de sneeuwvechters kwamen we bij het kasteel van de Noorderwindkoning, en we belandden bij de meid van de koning, die erwtensoep gemaakt had zonder erwten te weken. De koning brak een tand door de harde erwten, en mocht bijgevolg alleen nog vanillepudding met speculooskoekjes eten.

Het verhaal begon onderweg naar school en duurde voort tot gisterenavond, toen we allemaal op bed lagen, op onze rug, en de kleintjes gierden met de norse meid en de koning met zijn dikke vanillebuik.

Ze sliepen als echte sneeuwvechters, dapper en onvermoeibaar trots.

De sneeuwlaarzen staan nu klaar, ik wikkel de kinders in fleece en denk aan de verkleumde dotjes na een halfuur sneeuwgetjol, maar echt oh echt:

er is geen wandeling die ik liever doe. er is geen moment dat ik meer geniet dan als ik met hen door die verse sneeuw tjool, op zoek naar krokussen en een nieuw verhaal uit mijn hoofd.

‘Soms wou ik dat jij een boek voor me schreef’, zuchtte Clarisse nadien, een pak minder zwaar dan haar gezucht van in de ochtend.

 

Here we come, allerallerlaatste sneeuw. Je kunt maar zien dat je de laatste bent, serieus, de verhalen geralen op, en mijn energie vindt alsmaar moeilijker de weg naar mijn lijf.

Maar heerlijk vind ik het stiekem nog steeds.

**

 

dès potron-minet

March 9th, 2013

Wij gingen, als uitloper op een fantastisch vrouwenweekend, wijn proeven in Aalter.

We schoven aan aan de lange tafel, Hans opende een fles en de toon was gezet.

‘Amai, ik zal hier veel terugkomen’, zei de meest enthousiaste onder ons, ‘met mijn vent.’

We babbelden de wijn weg, nét wat we nodig hadden op een zonnige maandagnamiddag.

Ik dacht werkelijk dat wijn proeven saai zou zijn, en we hadden op voorhand tegen elkaar gefluisterd ‘hopelijk wordt het niet té moeilijk’.

Maar jong.

We moesten geen glazen in de hoogte houden om de helderheid en kleur te bespreken, we moesten allerminst gespeeld proeven en dan moeilijke smaken kunnen herkennen, neen, Hans vroeg gewoon: ‘Wat vinden jullie ervan? Lekker?’

Het was zoals elke proeverij zou moeten zijn: een tafel vol mensen, elk een glas en dan een beetje proeven. Een boeiend gesprek hadden we, over perceptie, etiketten met verhalen, was, de geschikte temperatuur en waarom fruitige wijnen niet zoet zijn.

We proefden witte wijn, met de verrukkelijke naam Potron Minet, vrij vertaald het moment in de nacht waarop het dag wordt, de magische draai tussen het donker en het klaar, het punt waarop marktkramers wakker worden en benevelden het licht zien. De wijn, met zijn naamsymboliek, schoof uitstekend aan bij onze voorbije nacht, waardoor hij voor altijd verbonden zal blijven met het magische weekend.

We proefden bier met een Westvlaamse naam, dat zo Japans klonk dat mijn dialect bloosde in zijn vel.

Hans heeft een wijn- en bierhandel, en de wijnen die hij verhandelt zijn natuurlijke wijnen, zonder sulfiet of additieven. Voor mij een zegen, want ik kan bijna geen glas wijn meer drinken zonder barstende koppijn en een zwaar sinusitisgevoel.

Vandaag en morgen zijn er openflessendagen in Aalter, absoluut de moeite, want de wijnen zijn lekker, betaalbaar en het domein is prachtig. Goed nieuws voor de Gentenaren onder jullie: binnenkort komt er een winkel in Gent, daarvoor moet u op zijn website zijn.

 

 

De meesten onder u weten het niet, van vroeger.

Dat hoeft ook niet, wees gerust, er zit een zware filter op wat ik schrijf.

Soms komt dat van vroeger een beetje dichterbij dan anders, meestal als ik doodop ben, en moe en verdrietig, maar evengoed als ik in euforie leef.

Het was in het weekend, we waren met tien vrouwen op stap.

10 fantastische vrouwen, waarvan ik de ene beter ken dan de andere, maar allemaal dames bij wie ik zo op mijn gemak was.

Het was zo, maar dan ook zo erg fijn, dat ik er nog een beetje op teer. Een berichtje in onze facebookgroep, een sms, een hilarische telefoon. Een sjakosj die niet van mij is in mijn gang, en teveel drank in dozen die nog moet worden opgepikt door de eigenaars.

Toen ik met de vriendin naar de parking liep, zat er een dakloze aan de kant. De vriendin is de vriendin van lang geleden, en ze heeft me al zoveel serieus geholpen in mijn leven dat ik eigenlijk altijd haar pollen zou moeten kussen als ik haar zie. De vriendin verdween uit het zicht, en is terug en ik ben daar blij om.

Die schone mens die daar zat, op zijn deken, met zijn hond en zijn lief en zijn vuil gezicht, keek naar ons en wij naar hem.

Mijn vriendin en ik keken vervolgens naar elkaar.

Het maakt niet uit hoeveel jaar wij twee elkaar niet hebben gezien, op zulke momenten is er dat gedeeld verleden dat hard snerpt in mijn ziel. En in dat van haar.

‘Wat ben jij een fijn mens,’ dacht ik toen ik naar haar keek.

Wat hou ik toch ongelooflijk veel van je. Met je mooie binnenkant, je zorg voor een kudde en je luide klok.

Ik ben verankerd met haar, daar, ergens op dat beste plekje in mijn hart heeft zij een gouden plaats veroverd.

Voor altijd en voor altijd.

 

 

 

lente

March 1st, 2013

Er is maar een fijne streep stoep op Ledebergplein. Ze zijn het gemeentehuis ferm aan het verbouwen en het ziet er bijna beter uit dan dat van Gent.

Dus gaat het een beetje moeilijk op het plein, om er voorbij te wandelen. Er staan nogal wat mensen op die stoep, te wachten op hun bus, met het ochtendhumeur nog in hun kleren.

Ik passeer er vaak, ‘s morgens, met mijn kroost, boekentassen, buggy en soms ook nog een kinderfiets.

Mijn kindertjes hebben er geen erg in, oh neen, er zijn kranen, camions, en vorige week zelfs kermis.

Vorige week waren we zwaar geladen. Er stond een volwassen dame, samen met haar zoon, te wachten op de bus.

Nu passeren daar ook nogal wat auto’s, met bestuurders die ook hun ochtendhumeur in de kleren hebben. Dat kan allemaal gebeuren, ik heb een ochtendhumeurdochter gebaard 13 jaar geleden, ik kan er bijna al mee om.

Maar wij moeten wel op de stoep stappen, en kunnen op dat uur onmogelijk even op straat springen. Of we moesten ons leven beu zijn.

‘Pardon’, zeg ik. ‘Excuseer.’

Ik ben zelf zo vaak verward, dat ik dat snap, dat je niet altijd alles door hebt.

Ik kuch een beetje. Ik zeg, halfluid, ‘als die mevrouw plaats maakt, dan vertrekken we weer hoor dames.’

Niets.

Of toch.

Stilletjes, bijna onverstaanbaar.

‘Ik ben ‘t beu. Ik stond hier eerst.’

 

Ik ben gepasseerd hoor, en ik heb haar niet in de nadars geduwd. Net niet. Neen, ik denk alleen zulke dingen. Soms zeg ik ze luidop, maar iedereen die mij kent weet dat ik geen mensen in nadars duw.

Verder kreeg ik nog te maken met een felle voorsteker in de Delhaize, een zuchter op de bus, een kwade mail en een kind dat keihard tegen mijn been schopte en toen pas zag dat zijn moeder naast me stond.

 

Tijd dat het lente wordt, zeker?

Tijd dat we vogels horen, en zon voelen en tijd dat de krokussen in het Zuidpark echt bloeien.

Hoogste dringendste tijd.