zomaar op zaterdag

September 22nd, 2012

we hebben allemaal goed geslapen. diepe nachtrust verjaagt altijd alle donkere wolken in mijn hoofd, ook de futiele.

de zon scheen binnen, en we bakten clacoards. we warmden melk en dronken die op.

warme melk is de luxe van de zaterdag. net als kindjes die veel kunnen vertellen, en niet huphupwemoetenvertrekken.

het is ook de belofte van tijd, van alles op zijn plooi krijgen voor de nieuwe week.

het is geen verlangen, de zaterdag, hij is er altijd voor ik er erg in heb.

en mijn hele lijf moet wennen aan de idee dat ik bijna niet moet werken vandaag.

alleen een heel klein beetje.

 

Het meest enthousiast was ze over de dramatiek van de leerkracht van godsdienst.

‘Hij speelt de Bijbelverhalen na, en hij heeft een geel kostuum aan, mét gele schoenen, en een das met smileys.’

Ze vertelt gibberend hoe leuk het is, en hoe lief de juf van Frans is. Ze is notavrij, en dat is blijkbaar iets om lyrisch van te worden. ‘Ik ben altijd beleefd, mama’, zegt ze, en dan legt haar vader uit dat ze credits krijgt als ze beleefd is: thuis al altijd, op school zal dat niet anders zijn.

‘Het is zo’, bevestigt ze de dag dat ze haar agenda thuis vergat, ‘meneer was niet boos.’

Op vrijdag heeft ze praktijk en vorige week kwam ze thuis met zandkoekjes die zo lekker waren dat ik tranen in mijn ogen kreeg.

‘Het ligt aan de goede oven, mama’, zei ze bescheiden, ‘daarom zijn die van ons thuis minder lekker.’

In een klas met 3 meisjes, van wie zij er één is, en twaalf jongens, moet ze haar mannetje staan. Ik hoor dat en ik voel dat maar ik weet dat dat zo is. Ze staat haar mannetje ongelooflijk tussen die vreemde kinderen, en roloogt als meisjes haar vragen of ze al getongd heeft. Mijn hart maakte even een bokkesprong, toen ik dat hoorde, maar ja, kleine meisjes in een grote wereld, zo dat gaat in een mensenleven.

Zelden heb ik zoveel zin en goesting en passie in haar ogen gezien als de voorbije week. Zelden zoveel zenuwen ook, om alles in orde te maken en overal op tijd te zijn.

En wat een gedrevenheid op school, wat een alertheid en wat een betrokkenheid.

Na één week al zeg, ik ben nog nooit zo content geweest met onderwijs in heel mijn leven.

Ze had dit zo hard nodig, die vrijheid, die grotemensenmanieren en die plantrekkerij, ik wist het, ik wist het.

Misschien komt het ooit nog goed tussen het onderwijs en mij.

Nu nog Jan bekeren en het leven zal nog nooit zo zoet zijn geweest.

Ahum. Eerst nog wat koekjes bakken, peisk.

Een kiwi.

September 3rd, 2012

Kleine meisjes worden groot.

Deze ochtend verliet ze het huis in uniform, met een treinabonnement in haar portefeuille, en een hoofd vol honger en goesting.

Ze weet sedert een jaar ongeveer wat ze wil en vanaf nu pendelt ze dagelijks naar Brugge.

Vandaag nog een keer met mijn lief mee, vanaf morgen alleen.

Vol vuur vertelde ze over haar eerste dag.

Over de jongen van haar klas die paniekerig zijn trein niet vond, en hoe ze hem geholpen had. Over de bus, het uniform, de meester die meneer moet worden genoemd, de speelplaats, de lieve juf van Frans.

Dat het eten zo lekker was, op de middag, zei ze.

Ze vertelde gedetailleerd over de venkel, de rozijnen en de malse kippefilet met ‘iets erin’.

‘Voor dessert mochten we kiezen’, vervolgde ze, ‘een kiwi of wat fruitsla.’

Toen ik haar vroeg wat ze gekozen had, zei ze ‘kiwi’ en ze lachte haar meest gulle, veroverende lach ooit.

Het was toen dat mijn hart krak zei. Het was toen dat ik stiekem en voor één seconde hoopte dat ze nog even een klein meisje zou zijn, dat zich net als vroeger nestelde op mijn schoot als ze een nachtmerrie had gedroomd.

Het was maar voor heel even, mijn wens, want toen ik naar haar keek zag ik een dametje in wording, met een hart van goud, een zilveren lach en een goesting in het leven om U tegen te zeggen.

 

 

Instructies

September 2nd, 2012

‘Weet je, Monneke,’ zegt ze, terwijl ze haar boekentasje van vorig jaar uit de kast haalt, ‘ morgen is de grote dag.’

‘Anouk mag naar de grote school in Brugge en wij gaan samen op stap.’

‘Met een koekje in mijn rugzak!’ onderbreekt de kleinste haar wijze zus, en loopt vlug naar de koekenkast om nog maar eens te tonen welk koekje ze het liefst mee wil.

‘Ja, en een brooddoos, met je naam erop: si-monne. Jouw naam begint met de slangenletter, goed opletten dus. En als je moet plassen, zeker aan de juf vragen hoor, die helpt je altijd als het nodig is. Alleen niet als je hard valt en je knie bloedt veel, want dan drinkt ze koffie met de andere juffen in de speeltijd.’

‘In de speeltijd eet ik mijn koekje op uit mijn doosje met mijn slangenletter simonne.’

Clarisse gaat onverstoorbaar verder.

‘Als de bel gaat, is het voor de grote kinderen, en dan pas voor jou. Jij bent een kleine kleuter, maar ook al groot.’

‘En dan eet ik mijn lekker koekje op, zusje, afgesproken?’

‘Ok’, zucht Clarisse, en ze geeft me een knipoog.

‘Ze wil alleen naar school om koeken te eten’, fluistert ze samenzweerderig in mijn oor.

Ik vrees dat ze een klein beetje gelijk heeft.

Maar zin heeft ze wel, oh ja. Heel veel zin in sjoole, mama.