Vervreemd

August 22nd, 2012

Ik zat op de tram, samen met een hoop andere mensen.

Ze viel onmiddellijk op, want ze was oud, wat onverzorgd maar vooral: ontzettend stijlvol gekleed.

Haar schoenen waren te groot, maar hadden wel klasse. Haar kleren grauw, en te ruim voor haar magere oude lijfje, maar toch; ze was elegant in haar plunje.

Haar haren waren vettig, haar ogen wat verdwaasd. Ze leek afwezig, en las mee in de krant met de man die voor haar zat.

Ik hou van meelezen in kranten van andere mensen, dus ze was sebiet mijn held.

Er was gegniffel op de tram, zenuwachtig geschuifel door nette mensen die wat uit hun lood waren door de vreemde dame. Een dame lachte meewarig, haar blik was nietsontziend, hij zat vol met ‘tsss’ en met ‘amais’ en de verontwaardiging op de tram werd groter.

Toen ze een halte voor mij afstapte, de mooie oude slenterdame, leek het alsof iedereen moest bekomen. Er was wat gezucht, mensen probeerden de blik van een ander te vangen, in de hoop dezelfde gedachte te delen.

Ik vond haar heerlijk. Mooi, en verrassend ook.

Ik was geschrokken van de reacties, van de verontwaardiging, van de schuddende hoofden en het Oordeel.

Het kan soms zo pijnlijk zijn om te zien dat we zo ver zijn verwijderd van alles en iedereen die niet voldoet aan de Norm die standaard is.

Ik hoop dat mijn kinders er dicht bij blijven staan, bij alles en iedereen die anders is. Ik hoop dat ze het schone kunnen zien van wie niet altijd in de pas loopt, en dat ze opletten met oordelen en meningen over dingen en mensen die net een beetje anders zijn.

Ik hoop dat mijn gebroed dat kan, later.

Ik ben er nu al bijna zeker van.

 

 

 

Eén dochter

August 17th, 2012

Ze mocht bij mij in bed in slaap vallen, had ik beloofd. We zouden eerst verhalen lezen en dan superlang met elkaar babbelen.

Dat is het summum van exclusieve aandacht hier: helemaal alleen iets mogen doen.

Haar zussen zijn in de Westhoek, en aan hun enthousiasme te horen staan ze niet te springen om terug te komen.

Ze is alleen dus, met mij en Jan, en op de koop toe mocht ze gisteren bij mij in slaap vallen in bed. Er kwam plots vreselijke migraine op bij mij, en we stelden het verhaal uit, maar het samen-in-slaap-vallen, daar kon ik met de beste wil van de wereld niet onderuit.

‘Weetje,’ zegt ze honderd keer na elkaar, en dan volgt elke keer een verhaal van hoe haar dag was. Het zijn altijd fijne vertellementen, met af en toe een beetje verontwaardiging erin – want verontwaardigd zijn, man, ze kan het beter dan haar vader en haar moeder samen. Ze redeneert, trekt conclusies, stelt af en toe een vraag en kijkt zeer fronsend als het niet lijkt te kloppen. ‘Maarja’, zegt ze ook, als ze ergens tegenin wil gaan, en ook nog ‘nubenikhetechtbeu’. Het gaat steeds over onbenulligheden, maar de verontwaardiging in haar hoofdje moet enorm zijn. ‘Zolang je beleefd blijft, patatje, mag veel’, leg ik haar uit als ze tekeer gaat en dan vloekt ze met alstublieft erbij.

Ze is de Ongrijpbare, de middelste. De sandwichdochter, die zo hevig kan brullen omdat het niet loopt zoals het moet. Ze kan van humeur omslaan in een niet, en dan sta je ernaar te kijken, en hoop je dat het overgaat. Ze is diegene van wie mensen zeggen dat het een speciale is, en ik beaam het meestal, vaak gewoon om er van af te zijn. Ze gedijt het best als enig kind, want als ze niet moet strijden, dan is ze op haar best. Zeg, als je maar één kind hebt, is dat dan altijd zo, dat ze meestal heel erg meegaand en flink zijn?

Het is fijn om met haar alleen te zijn, zij en ik kunnen dagen met mekaar leven zonder te botsen. Ik doe wat water bij mij wijn, en zij nog zoveel meer, zonder dat ze het beseft.

‘Wij zijn vriendinnen hé, mama?’ vraagt ze aarzelend, maar haar handje vast in mijn hand ( en mijn hoofd dat kraakt van de pijn). Ja hoor, zeg ik, we zullen nog veel dingen samen doen, jij en ik, en altijd blij zijn als we mekaar zien. We zullen later veel kunnen praten, zoals nu, en lachen met elkaar.’

Ze zucht een beetje.

‘We zullen niet altijd altijd blij zijn om mekaar te zien hoor, vrienden maken soms ook ruzie, toch? En we zullen niet altijd altijd lachen met elkaar hoor, dat doen we nu ook niet, toch?

Tja, en toen viel ze in slaap.

 

Gouden mens.

August 4th, 2012

Toen ik hem leerde kennen, zaten we samen met een fles rosé aan de ronde keukentafel bij mijn tante. Hij dronk wijn, ik water, want ik was nog een kind.

Hij was oprecht curieus in mijn leven, zo onbevooroordeeld ken ik niet veel mensen.

Later zaten we nog vaak samen aan tafel, toen het met mij minder ging, en ik wel al wijn dronk.

Zijn curiositeit en betrokkenheid bleven.

Het was in die tijd dat hij opa werd gedoopt door de oudste dochter. Hij mag dan wel de man van mijn tante zijn, en aangetrouwd, hij is opa gebleven.

‘Opa’, zei Anouk.

‘Opa Rrrroooger’, zegt Clarisse overdreven gearticuleerd.

‘Opasjee’, zeg Simonne, en sedert een jaar doet ze alsof hij alleen van haar is. Ze kijkt samen met hem naar het nieuws, leert tellen tot tien, mag met hem samen aperitieven en op restaurant, en als ze over hem spreekt, glundert haar gezichtje voor tien.

‘T is mijn opasjee,’ benadrukt ze dreigend en dan steekt ze een litannie af over de tante, die haar beste vriendin van groot is, want bij tante is er altijd tijd en veel werk en o wee als ik thuis alleen de gordijnen opendoe. ‘Ik heb da geleerd van tante’, prevelt ze gespeeld pruilend.

Hij is al een beetje oud nu, en ik had dat door de jaren niet echt opgemerkt, met al die kinders te krijgen en altijd maar bezig te zijn.

Maar ik ben oh zo blij dat hij daar zit, samen met de tante, aan die keukentafel.

Moest u nood hebben aan een open visie, een kritische blik en een ongelooflijke gastvrijheid, ‘t is daar dat ge moet zijn.