de grootmoeders

March 28th, 2012

We hebben een klein blond godje in de familie.

Geen vers klein broed, hij heeft al een maand of zeven de tijd gehad om aan te kloeken, en met zijn tien kilo is hij daar compleet in geslaagd.

Dit weekend mochten wij twee dagen lang bij hem zijn, en vooral de middelste dochter vindt dat een heuse taak. Met een veel te hoge piepstem laat ze hem gewillig aan haar haar trekken, als teken van echte vriendschap – hij wil altijd bij mij zijn, mama- en liefde. Later zal ze stappen met hem, kirt ze, en het liefst van al zou ze hem als een pop in een speelgoedbuggy persen en gaan wandelen. Het is niet dat wij een tekort hebben aan poppen, maar die kleinste van 2 jaar en een beetje is zo gemakkelijk te forceren niet meer. Met donkere ogen en een boksersneusje, dat zo rimpelt als ze kwaad is, durft ze al eens ‘neen’ zeggen, en ze kan als de beste onmogelijke wensen eisen. Wen maar aan het leven, brulaapje, denk ik dan, want je kunt niet altijd je zin krijgen. Al slaagt ze er meer in dan ik ooit had durven wensen. Met de zwangerschappen is ook de consequentie een beetje weggespoeld, en ik kan mezelf voor de kop slaan, want ik weet dat consequentie de heiligheid van opvoeding is. Alleen wist ik dat tien jaar geleden net iets beter.

Enfin.

Dat kleine blondje godje had bovendien zijn vier grootouders meegezeuld naar de Ardennen, iets waar een kind alleen maar van kan dromen. Een moeder en een vader ook, dat spreekt, want we waren nog niet goed ter plaatse of zijn bedje stond al bij de grootouders van de ene kant (‘oh’, maar we zijn toch vroeg wakker’) en zijn patatjes waren al klaar. Door de grootouders van de andere kant. Hij ging van arm naar buggy, kirde dat het een lieve lust was, en als hij een verse pamper aan moest was er altijd wel iemand in de buurt. Om beurten wisselden de grootmoeders van taak, en terwijl de ene fruit voederde, maakte de andere de buggy voor de wandeling al klaar.

Het was bij dat voederen dat het mij opviel: hoe die twee grootmoeders, die ongelooflijk anders zijn, het zo goed met elkaar kunnen vinden. Geen kritische blikken van de ene over hoe de andere het armpje wegmoffelt om het kind op de schoot eten te kunnen geven, geen gezucht, geen rologen over zonnecrème en hoedjes. Het was gewoon, hoe het altijd zou moeten zijn. Geen gezaag over de schoonmoeders, alleen maar hoe het altijd zou moeten zijn.

Het was dan ook in het donker ‘s avonds laat onder een gigantische sterrenhemel dat de ene grootmoeder stilletjes tegen mij zei:

‘Iedereen is wie hij is, en ik heb respect voor allemans karakter.’

De andere grootmoeder, die mijn schoonzus is, en die ik door de jaren ontzettend heb leren respecteren, was al in bed toen. Ik zei al dat de grootmoeders erg van elkaar verschillen.

Maar ik ben er zeker van dat, als ze wel nog wakker was geweest, ze krak hetzelfde had gezegd.

(En dan heb ik het nog niet eens over de grootvaders gehad.)

24 uur

March 17th, 2012

(Wijvenweek – multitaskend superwijf)

Gisterenavond 17.00u tot nu. Dat is 24 uur.

Ik heb ondertussen goed gegeten. Ben op café geweest. Had wijze gesprekken met zeer wijze mensen, en kwam tot het besef dat Nesta de allermooiste meisjesnaam is die er bestaat. Ik zat te lang op café, maar was slim genoeg om toch nog te vertrekken voor het hek van de dam was. Sliep kort, en droomde ondertussen. Dromen, dat past excellent in mijn multitaskend lijf. Dronk koffie, las de gazet, roloogde met de modeblogster van 12 jaar, hing een was uit, dronk nog wat koffie, streek zich door de voormiddag en bracht de kleuter ondertussen naar de turnles. Daar dronk ik weer koffie, gaf de peuter soep, netwerkte met de schoolmama’s, deed inspiratie op voor de ouderraad, wandeldslenterde naar huis, bakte omeletten en at stokbrood, hing nog een was op en streek de andere hup alsof het niets was. Ondertussen maakte ik nog vlug vlug een uitnodiging voor een lentebbq, bakte met de dochters een chocoladetaart en babbelde met de buurvrouw over de speelstraat. Ik rommelde in de kinderkasten, deed een beetje van opruimen in de slaapkamers en las nog een beetje in de gazet. Ik maakte ruzie met de oudste dochter en troostte de twee andere koters, want warme chocoladetaart, daar mag je niet van blijven eten. Ik deed nog een babbel met het suffende nichtje, maar het is haar eigen schuld dat ze suffend is vandaag, dus je moet geen compassie hebben. Verder zijn er nog een hoop gedachten gedacht, meningen gevormd, plannen gesmeed, zoenen met mijn lief uitgewisseld en heb ik ook al een liter water en 2 appels gegeten.

Soms ben ik zo ontzettend multitaskend dat ik preus ben op mijn eigen.

In tegenstelling tot wat ik deze avond van plan ben: spaghetti op de scouts en Silent Witness tot ik in slaap val. Met een glas wijn en mijn gazet.

Een wijf kan niet altijd aan het werken zijn, niet?

Zelfcensuur

March 17th, 2012

Moest je weten wat er af en toe in mijn hoofd ronddraait, je zou er niet goed van zijn.

Hier is ook niet de plek waarop ik dat zal delen.

In de armen van mijn lief kan ik alles kwijt, en hij kijkt nooit eens rologend, laat staan dat hij zucht als een wijf.

Ik sla mezelf voor de kop als ik te bot doe voor die fantastische mens die zowat mijn hele leven uitmaakt, en mij altijd de kans geeft om terug te keren.

Met een aai over mijn kop, een duw tegen mijn schouder, of een mail met alleen maar drie woorden erin.

Je hebt er geen idee van hoe slecht mijn gedachten soms zijn en hoe het af en toe niet goed zit in mijn kop, echt.

Hoe ik dat lief een duw kan geven die hij niet verdient, een knak die niet voor hem is bedoeld.

En altijd is hij daar opnieuw, op zijn eigen rustige manier.

 

Dromen

March 15th, 2012

Ik heb een missie.

Ik heb vrienden.

Mijn ultieme droom is er zelf achter de toog te staan.

Met het toilet dat uitkijkt op de koeievelden, de schone bruingebrande boeren aan de kaarterstafel. Met mijn vrienden van de zondag, Johan en zijn vrouw, Freddy, Krulle, mijn camionchauffeur en Paula aan een tafeltje. Met mijn schoonbroer die een keer zou binnenspringen na zijn werk, en een hoop jonge wielertoeristen die in 3 haasten een pintje naar binnenkappen. Met de schone vloer en het pandertje om de flesjes te rammaseren.

Het bloedt in mijn hart dat ik er maar zo weinig langs kan gaan, en echt, ik zou liever tachtig kilometer rijden tot daar, dan mij op een terras aan de Graslei zetten.

Ik weet dat het niet zou lonen. Ik weet dat een mens niet rijk wordt van een café deesdaags. Ik weet dat ik Gent zou missen, en mijn Ledeberg, maar mijn heimwee zou daar minder erg zijn dan op elke andere plek in de wereld.

Maar daar, waar de wereld minder complex is, de haast minder snerpend, de weiden talrijker, daar in dat rare dorp dat uit één straat bestaat, daar ligt mijn droom.

Mijn echte grote droom.

 

Een mening.

March 14th, 2012

Ik kwam haar tegen langs de straat. Een blauw oog, hand in bloed.

Of ik haar half pak sigaretten niet wou kopen, voor 5 euro.

Ik had geen handtas en geen sleutels bij, ik was gewoon eventjes op bezoek bij mijn broer en zijn lief, neen, ik kon haar met de beste wil van de wereld niet helpen.

Ik was wel bezorgd, want ze zag er verwaaid en verward uit. Misschien net die mevrouw waar een ander met een boogje omheen zou lopen, maar ik niet. Ik kan daar allemaal vrij behoorlijk tegen, eigenlijk. Diversiteit, weet u wel.

Het was haar baby, 10 maanden, die al 2 dagen zonder eten en drinken zat. Ze kon er niet meer tegen, dat kind krijste en ze had niet eens gewone melk, terwijl haar kind poedermelk moest drinken. Haar man zat in de gevangenis, zei ze, en ze wees naar haar blauw oog.

Ik legde haar rustig uit dat een baby beter gewone melk kon drinken dan 2 dagen niks, en dat ze ook al patatjes zou kunnen geven. Ik had 2 euro bij, en stelde voor dat ze al naar de nachtwinkel zou gaan om een liter melk.

Er was radeloosheid in haar ogen, en ze gaf me haar adres. Ik zou straks langsgaan, beloofde ik, en meer melk meebrengen.

Zo ging ik een paar uur later met een grote zak van Delhaize op zoek naar haar huis. Mijn lief, die bij zulke toestanden stilzwijgend meewerkt, had beschuiten en eitjes en melk en toastjes in de tas gedaan.

Er bleek geen kind te zijn. Er waren alleen twee volwassen verslaafde mensen, die zware miserie hadden met elkaar, zo wisten de buren mij te vertellen.

 

Toch ben ik blij dat ik geweest ben. Toch blijf ik voorzichtig met mijn mening over mensen die zo moeten leven. Toch zijn er situaties zoals deze waar er wel een kind ligt te wenen, en een moeder radeloos wordt. Toch zijn er vaders die moeders aftroeven, in welk milieu dan ook. En soms lijkt het of de klappen van een verslaafde minder erg zijn.

Ik wil nooit mijn schouders ophalen voor geweld, om welke zinloze reden dan ook.

 

Porselein

March 12th, 2012

Ik zie me nog zitten, een half jaar geleden.

Mijn mama had gezegd dat haar schminkvriendin mij wilde schminken. Voor onzen trouw. En ik had ja gezegd, maar zeker tien keer naar mijn moeder gebeld om te zeggen dat het niet te te te mocht zijn. En mijn moeder had tien keer gezegd dat ze het zo subtiel zou doen dat je het niet eens zou zien.

Tja, waarom zou ik daar dan gaan zitten, eigenlijk?

Maar kom, ik gunde mijn moeder ook iets, en zo liep ik helegans alleen, met mijn trouwkleren op mijn arm, door het centrum van Ieper, van de kapper naar de schminkster.

Ik schmink nooit. Zelfs geen lijntje of geen blush, en ik twijfel nog altijd of een eyeliner nu voor uw ogen of voor uw wangen is.

Maar ze pakte mijn gezicht vast, zei iets van bleke huid en roodheid en subtiel en ondertussen haalde ze borsteltjes en sponsjes en crèmekes uit, genoeg voor alle vrouwen op mijn feest. Ze corrigeerde, en terwijl ik mijn gsm negeerde (ze hadden me nodig, in de zaal) dacht ik plots dat schminken zo erg nog niet was.

Zeker niet als iemand anders dat voor u doet.

‘Kijk een keer of je het goed vindt.’

Ik zag iemand anders staan, eigenlijk. Iemand met een veel schonere huid dan mezelf, die er stukken frêler uitzag dat ik had durven dromen.

‘Je bent precies van porselein’, zei mijn lief later, en bijna had hij mijn gezicht vastgepakt, maar dat kon uiteraard niet. Wegens schmink erop, tiens.

En nu wil ik al een halfjaar geschminkt worden. Eigenlijk iedere dag. Ik maak mezelf wijs dat ik er slimmer en beter uit zal zien.

Ik hoop gewoon keihard dat iemand nog eens een feest geeft, en dat het in Ieper is, en dat ik dan zo gespeeld nonchalant kan zeggen:

‘Ik moet eerst nog eens bij mijn schminkmadam passeren.’

 

 

#wijvenweek, oh man ik heb er weer zin in.

Sweet morning

March 10th, 2012

Om mijn bewust kinderloze collega’s te plezieren, kan ik af en toe een horrorochtend rapporteren. Niet dat ze die nodig hebben, maar toch. Horrorochtenden zijn een deel van mijn leven.

Ik ben eigenlijk meestal alleen met dametjes ‘s morgens, en de wanhoop overvalt me soms.

Maar hé.

Er is de gouden keerzijde. Oh ja.

‘Mama’, vroeg ze stilletjes, ‘welk liedje legde papa gisteren op? Je weet wel, van die zoon, en Springfield, of zoiets.’

We belden de papa op, die in de file stond en die moest lachen. Ik hoorde het niet, en ik kon het niet zien, maar ik wist het wel.

Dusty Springfield. Op de cd van Pulp Fiction.

Het was tien over zeven, we hadden nog een zee van tijd. 18 minuten.

Ik moest het nog eens horen, dat andere liedje, dat liedje dat de dochter van mij cadeau krijgt als ze een echte mevrouw wordt.

 

Het was tien over zeven, in de ochtend. We dansten terwijl we chocoboterhammen binnenpropten. We moesten lopen om onze tram te halen.

Maar het was de beste ochtend van mijn leven.

Ik heb het niet aan mijn kinderloze collega’s verteld.

 

Ze zouden het niet begrijpen.

(O! Het is bijna Wijvenweek! Minstens één keer per dag moeten we toch een grote dame laten horen, neen?)

 

We are the bloggers

March 10th, 2012

Ik zei het vorig jaar, dat ik van The Parsons hou, en ik heb me toen voorgenomen het minstens één keer per jaar te zeggen.

Niemand in de hele wereld slaagt er voor mij in om emotie zo sterk te pakken als dat gelovige gezin van aan de overkant van de oceaan.

Niemand.

Zwaktes.

March 7th, 2012

Allee hup, voor het Wijvenweek is.

Mijn zwak voor rare mannen. En voor adembenemde vrouwen.

‘Man, jij bent mooi.’

Het was eruit voor ik er zelf erg in had. Ik sloeg mezelf figuurlijk voor de kop, zo aan de paskotjes in de H&M. Niet meteen de meest fantastische plek om spontane schoonheid te bejubelen.

‘Dank u’, zei ze en ze draaide haar schone lijf om, waardoor ik het eigenlijk prompt nog een keer wou zeggen, hoe mooi ze was.

1.90m pure elegantie. Ook al had ze rubberlaarzen aan, met daarin gefriemeld de onderkanten van een jumpsuit met bloemen. Haar korte haren en sobere make-up, man, ik ging bijna door mijn knieën, zo schoon was ze. Haar jas was mannelijk, hij stond haar echter beeldig, net als haar sjakos en haar ene ring rond haar vinger.

Ik vertelde het thuis aan tafel, over hoe schoon ze was. Mijn lief kent mij, en pikt altijd een graantje mee van mijn beschrijvingen van mooie vrouwen. Win-win, noem ik dat.

De dochter verslikte zich bijna in haar avondeten. ‘Hu, je bent lesbienne, mama, amai.’

‘Och kind, misschien in een ander leven, ‘ suste ik, ‘maar mama houdt het meest van mannen. Als het over relaties gaat dan toch. Met zo’n man aan tafel als papa, wat wil je?’

Win-win, ik zei het al.

Ik moest het haar nog eens uitleggen, over mijn groot zwak voor mooie mensen, waarbij het er niet toe doet als het een man van dertig of een vrouw van zeventig is. Het probleem is dat ik het altijd zeg, ook op de tram, of aan de kassa in de Delhaize. In tegenstelling tot wat ik anders soms zeg, levert het hooguit een beschaamde blik op, alsof je beschaamd moet zijn omdat je mooi bent.

Ze was niet overtuigd, dat dametje aan mijn tafel.

‘Laat ik je eens wat schone mannen zien, zoetje, als we klaar zijn met eten, dat je niet twijfelt aan mijn hetero-aard.’

Niet dat mijn aard er toe doet voor mijn kinders, die snappen hier helemaal goed dat jongens bij jongens kunnen horen, en meisjes bij meisjes.

Maar voor mij een excuus om mijn all time favourites nog eens te googlen.

Bij John Malkovich draaide ze zich resoluut om.

‘Mama, echt, zeg dat het niet waar is.’

Bij Win Butler, de zanger van Arcade Fire, met zijn innemende vrouw, proestte ze het uit.

‘Ik kan niet meer volgen, mama, echt niet.’

Toch was ze gesust, mijn kind, ik zag het in haar ogen.

 

 

Wacht maar tot ze zelf 31 is.

 

Vuurwerk

March 4th, 2012

‘Kindertjes, mama moet iets speciaals vertellen’.

Het was gisterenavond, ze zaten met geschminkte koppekes aan tafel, nog nagenietend van de carnavalstoet in onze straten.

‘Het is een groot geheim, vandaar dat ik het nu nog maar vertel.’

‘Ikke!’, riep Simonne, die bij de minste opmerking denkt dat er iets te rapen valt. Ze zou maar eens een pannekoek moeten missen zeg. Of een zatje kervelsoep.

‘Ikke ikke!’ stuiterde ze van enthousiasme, en Clarisse vond het broodnodig om uit te leggen dat je nog niet ‘ikke’ kan zeggen als er nog geen vraag werd gesteld.

Toen werd het stil. Zoals altijd als de slimste spreekt met overtuiging.

‘Morgen, als het pikkedonker is, en we eigenlijk allemaal al in bed moeten liggen, is er vuurwerk op het plein. Als we nu morgennamiddag allemaal veel rusten, zo stil, zo lekker in ons bed, dan hebben we misschien tijd genoeg om naar het vuurwerk te gaan. Dat kan alleen maar als we eerst wat slapen, anders zouden we in slaap vallen op het plein.’

‘Ikke!’, riep ze weer, bang dat ze in één of ander avontuur niet betrokken zou worden.

‘Ja, jij ook, Montje, jij ook.’

‘Allemaal, mama. Papa en mama en zussen en ik.’

Nu broeit er al van deze ochtend een vreemde spanning in ons huis.

Pikkedonker. Vuurwerk kijken. Niet moe. Vuurvlieg in de lucht.

 

Man, ik hoop dat het niet regent en ze het vuurwerk alsnog annuleren.