Cinema

January 29th, 2012

Ga eerst eens lezen bij Ilse.

Op zondag doen wij van cinema, de dochter van 4 en ik. Niet dit weekend, want ik ben ziek, en mijn hoofd voelt als een pauk, maar anders wel.

Halfdrie, wij samen op bed, en terwijl ik kousen samenzoek, ligt zij nagelbijtend naar gevlekte honden, weesBambi’s, glazen muiltjes en clownvissen te staren.

Ze onderbreekt de film duizend keer, om telkens hetzelfde te vragen: ‘Wat zal er nu gebeuren?’

Ik antwoord duizend keer: ‘Je moet kijken, dan zul je het zien.’

Tussen de kousen en de Disney-animaties door vraagt ze ook of ik de film al eerder zag. ‘Ja’, zeg ik, ‘toen ik vier was.’

‘Waar was je dan?’

‘In de zetel, bij mijn mama, net als jij hier nu bij mij ligt.’

Dat zij er toen niet bij was, ze snapt het nog maar half, en is content met ‘jij was er nog niet, want je moest nog gemaakt worden.’

We keken ook al naar Cruella, en binnenkort doen we een Sneeuwwitje. Maar een jaar geleden? No way, dat het leven wreed is, daar komt ze wel achter. Daar heb ik geen giftige heks voor nodig eigenlijk.

Neem nu mijn grootvader. Hij was ziek, er was veel bloed en we wisten niet of hij ging sterven. Ja kind, ook als je vier bent, kunnen mensen sterven. En mama weet ook niet altijd goed hoe het zit. Een wonder om te zien hoe ze ermee omgaat, met verlies, maar ik weiger te doen alsof de dood niet bestaat, laat staan mijn kinders duidelijk te maken dat ik bang ben, en  Ze bezocht hem in de kliniek, en vroeg verwonderd waarom hij daar nog een keer moest slapen. ‘Hij was beter hoor’, analyseerde ze serieus.

Niet dat ze het erg vindt, eigenlijk, sterven, want ‘mama’s sterven ook’, vertelt ze mij, ‘ en als jij zou sterven zou ik één dag wenen, en dan zou papa een nieuwe stiefmama zoeken en zou ik veel zussen krijgen.’

Yeah right.

Ik verbloem weinig als het over afscheid gaat, maar zo’n kinderkoppeke ziet dat wel allemaal anders. Geen gruwelbeeld uit de film kan hen dingen leren, maakt hen sterker. Ze hebben daar nog geen ontwikkeld verstand genoeg voor. Zie maar eens hoe ze mijn dood simpelweg oplost met een stiefmoeder en nog wat meer vrouwelijks in huis. Ze voegde er laconiek aan toe: ‘Papa kan ook wel haren wassen hoor. Wel met een potje, maar dat vind ik niet erg.’

Ik denk dus niet dat het iets uithaalt, ongecensureerd naar de drama’s van Disney kijken met een kind dat net naar school mag. Ik denk niet dat je van de tristesse en gruwel van Walt veel opsteekt als je te klein bent.

Ik denk dat het echte leven dat veel beter doet.

En jullie?

 

 

 

14 begod.

January 20th, 2012

Hij zou veertien zijn vandaag.

Veertien zeg, wat een gedoe.

Ik zie het ook dit jaar helemaal voor me: hoe zijn lijfje een klein beetje man aan het worden zou zijn, met buitenproportionele ledematen en een gezicht dat er grillig uitziet.

Toen ik deze middag even door de regen liep, en dacht aan hoe de dag zou zijn als hij er wel was geweest, liep hij plots naast me.

‘Mama’, zei hij. Met een stem die alle kanten uitslaat, zo een beetje piepend met de baard in de keel.

Meer niet, gewoon dat ene woord. Mama.

Het was genoeg voor een stomp in mijn maag en een prikkend gevoel in mijn ogen.

Genoeg ook om hem  even nog een arm te geven, en een beetje op het plein rond te dolen.

Fuck maat, dat verdriet zo ineens een draai maakt en venijnig scherp je richting uitkomt.

Ik was het vergeten, dat snerpend zeer, dat venijn van verdriet.

 

Hij zei niks meer, en ik had de fut niet om iets te vragen, wat ik elk jaar doe als het zijn verjaardag is. Of hij geen koud heeft, en of hij weet wat gemis is, wat hij van zijn zussen vindt. Wat hij graag eet en of het goed voelt zoals het is.

 

Het was een keer anders dit jaar. Het was stiller en rauwer dan vorig jaar.

Misschien maar best ook.

Verdriet went, maar niet altijd even erg.

Fuck maat.

 

Ze hangt haar kettingen altijd aan het spiegeltje.

Dat hoort zo, want een half jaar geleden spraken wij dat af, en vanaf dan is ze het niet meer vergeten. Mama toch, gibbert ze als ik haar goudwerk op de kast leg, je weet toch dat alles een plaatsje heeft?

Het is gemakkelijk, een duidelijke dochter. Ze is zo doordezee als de lijnen op een blad papier. Ik weet op voorhand exact hoe ze zal reageren, en als het er dan krakboem opzit, dan schud ik eens met mijn hoofd. Elke keer opnieuw, want ze is zo erg anders dan mij, dat het bij momenten overweldigend is.

Aimabiliteit, waar haar zussen extreem mee zijn behept, kan haar ontzettend gestolen worden, en elke keer ze die stelling staaft, leunt ze zo erg naar de kant van haar vader dan het ook weer overweldigend is. Maar als ze het voor je heeft, of jij voor haar, dan kun je bergen verzetten met dat klein meisje aan je kant.

Voor mij heeft ze het, en ik compleet voor haar. Net als het nichtje dat vlakbij woont, en onze cica die al 4 jaar voor mijn kinders zorgt. Net als Marleentje, die haar grote toeverlaat is. Préférées, mogen wij onszelf noemen, en eens je in haar gratie bent gevallen, is niets fijner dan haar vriendinnetje zijn.

‘Wie is jouw beste vriendin?’, vroeg ze gisterenavond, toen ze in haar pyama op mijn schoot kroop. ‘Je mag zelf kiezen, mama’, was het vervolg, en ze gaf ook al een antwoord voor als ik haar de vraag sebiet ook zou stellen. ‘Bij mij niemand. Of iedereen. Meisjes kunnen ook met meisjes trouwen, en jongens met jongens. Maar wie is je beste vriendin, eigenlijk, mama?’

‘Jij.’

‘Ik?’, gibbert ze weer, en ze komt net een klein beetje dichter op mijn schoot zitten.

‘Ja, jij. Jij bent mijn beste vriendin van 4 jaar (met drie dochters moet je ontsnappingspogingen voorzien, anders krijg je dat van ‘beste’ gegarandeerd op je bord). Ik zou je eigenlijk nog dichter op mijn schoot willen hebben, en nog meer zien en nog langer bij je zijn dan ik nu al ben. Ik zou zelfs willen dat je vier blijft, en eventjes stopt met groeien. Dan vieren we geen verjaardag, en doe ik alsof ik je verjaardag ben vergeten, en dan blijf jij het leukste meisje van vier jaar. Akkoord, keppe?’

‘Hmm.’ Dat was antwoord één.

Net zoals haar vader denkt ze eerst, voor ze iets zegt. In tegenstelling tot de andere vrouwen in haar huis, maar kom.

‘Dat kan niet, mama, je kunt niet méér bij mij zijn, ik moet naar school, en naar de turnles en naar oma en ook: ik ben vier hoor mama, weet jij dat misschien niet? Kinderen van vier jaar doen dingen alleen.’

Daarna slaat ze die sterke armen van haar om mijn schouders, kriebelt in mijn nek omdat kriebelen de grap van de week is, en geeft één zoen.

Ik bedelf haar onder gekke zoenen, en ze vindt het allemaal leuk, maar ze geeft zelf geen zoenen meer terug.

Die ene zoen die ik krijg van haar, hij is goud waard.

Hij staat voor alles wat zij is, en alles wat zij ooit zal worden.

Lang leve diversiteit.

Ik denk er vaak aan, op de tram, op mijn werk, bij mijn familie. Wat een geluk dat we allemaal anders zijn, en dat het net iets mooier wordt om te leven daardoor.

Ik denk er ook aan als ik haar in bed stop, hoe haar visie en haar gedachten mijn leven zo hebben verschoond eigenlijk.

In een klein hoekje, soms

January 12th, 2012

We hebben een wolf in huis.

Een huilende dan nog wel.

Huh, zegt ze. Huuuuhhuhhuuuh. Langgerekte ontevredenheid.

Ze loop hier rond, met haar schoudertjes naar beneden, gelijk een gebroken zieltje. Ze huhut de ganse avond, ook al ik haar pak, of als ze samen met mij de tafel mag dekken. Ze wil niet eens lepels op tafel leggen, en haar gehuil onderbreekt ze met een ferm ‘wiltniet!’ zo nu en dan.

Misschien ligt het aan haar zalige vakantie, bij de tante, naar wie ze nog minstens één keer per dag vraagt. Twijfelend, en fluisterend ook: ‘Monne tante flinke meid?’.

Ze heeft er ook een hoop nette manieren aan overgehouden, aan haar unieke vakantie. Want als je hoest, moet je ‘handjevoorjemondje, mamaaaa’. En als je opstaat moet je pantoffels aandoen, anders heb je ‘koudevoetjesmamaaa’. Tussendoor drink je ‘eenkleinmelkjemamaalstublieft’ en ‘s morgens eet je geen gewone boterhammen, maar zeg je gedecideerd ’ikwilkoekestuutjeseten’.

Het is een beetje zielig, zo’n wolf, maar bij momenten ook verrukkelijk en grappig.

Ik had eerder al een aap, een brulaap dan nog wel, en ook een hond, een echte stratier, en nu krijgen we er een wolvenjong bij.

‘We moeten het hier feestelijk maken, denk ik’, zegt Clarisse serieus, waarop ze haar lichtje dat ze van oma kreeg prompt op tafel sleurde.

‘Ziezo meid, nu is het feest en moet jij stoppen met huilen als een wolf.’

Ik denk niet dat het echt geholpen heeft, het lichtje, maar kom, de gedachte alleen al is genoeg.

 

 

2012

January 7th, 2012

In mijn hoofd had ik u al lang gewenst.

Wensen zijn de schoonste dingen van het leven. Ze kosten niks en vragen alleen maar verbeelding.

Ik wens jullie alles.

7 keer per week allemaal samen kunnen ontbijten. Met een krant, verse boter en goede koffie.

dekentjes, voor in de zetel of in bed.

the Killing. Vooral voor de vertolking van de vader. Birk Larsen zit in mijn hoofd, en in mijn hart.

dochters of zonen als je kinderen wilt.

stilte en veel muziek.

eten dat als vanzelf op je bord komt, en een waw van je tafelgenoten. Je kunt natuurlijk ook gaan eten.

een hele dag in je pyama kunnen rondlopen.

de Lembeekse bossen, en onderweg die ongelooflijk gezellige kantine met die vergane speeltuin.

mooie verlichting die licht geeft zoals je het wil. of een oude lamp die je van je grootmoeder krijgt.

een goede gezondheid, ja, dat vooral.

een goede goede gezondheid en geen pijn.

 

Werken, zei ze, ik wil werken.

January 6th, 2012

Onze dochter is wijs.

De tijd die ze dit jaar erbovenop krijgt is ongelooflijk. Het is een beetje zoals elke dag een uur meer krijgen, zomaar.

Ze blijft wijs oh ja, en ze wordt groot.

‘Ik weet wat ik wil, mama.’

‘Ik wil naar de kokschool mama. Ik wil een frietkot opendoen, misschien, of een sterrenrestaurant, en ik zal in het weekend gaan afwassen als ik 15 ben, om centjes te verdienen om de kokschool te betalen.’

In die ene minuut veranderde haar leven een klein beetje, en dat van mij veel. Of omgekeerd.

Ze wist verdorie twee maanden later nog altijd wat ze wou, surfde op websites, vroeg me wat een paletmes was en bakte merveilleuxtaartjes. Helemaal alleen.

Ik stond er een beetje bij, er zo naast, toen ze enthousiast vertelde dat ze zin had om te werken, en dat ze eigenlijk niet zo heel graag studeert. Maar ze wast af, en sleurt met boodschappen, maakt feestmaaltijden klaar voor ons, en kijkt dan serieus mijn kant uit, hengelend naar een compliment.

Ik balanceerde ook een beetje, op mijn hoede voor de glitter, de tvkoks, de weekends waarin je moet werken, de druk, de onzekerheid. Wel trots voor zoveel goesting, doorzetting en drang om te werken. Een beetje glimlachend ook, over hoe ik zelf verlangde naar Latijnse woordjes, en naar moeilijke grammatica.

Je handen zijn goud waard, dochter, dacht ik stilletjes, toen ze het eiwit van de broodrooster en van de kasten wreef.

Ze hoorde het niet, neen, maar toen ik de honger las in haar ogen, wist ik allang dat het goed was.

Ik ken haar bijzonder goed, dat kind van mij, en ik ben jaloers op haar gedrevenheid.

Maar dat compenseer ik wel door later veur niets  bij haar te gaan eten, naar het schijnt is dat gepermitteerd.