Broodverdriet

November 28th, 2011

Mijn metje bakte vroeger verrukkelijk brood.

Ik was er veel, en ik kan me zo weer voor de geest halen hoe ze het deed.

Vooral over hoe ik dan een stukje deeg kreeg voor mijn eigen klein broodje. Terwijl ik het deeg waarschijnlijk helegans verpieterde door er een vorm aan te willen geven, stond ze te kneden. Zo een beetje berustend, zen zouden ze dat in Delicious waarschijnlijk omschrijven, maar ik denk dat zij vooral aan het denken was aan haar was en haar strijk en haar bouillie die stond te garen.

Het brood rees in de warmte, met een doek erover, en ook al mochten we eigenlijk niet onder dat doek kijken, ik deed het toch, toen zij haar was aan den draad hing en ik binnen aan het spelen was met een oude harmonica. Het kleine deegje met de elegante vorm trok eigenlijk op niks toen het uit de oven kwam, maar ik at het helemaal op, warm, met buikpijn als gevolg.

Mijn overgrootmoeder, metje Madeleine ( van wie ik de naam zo graag aan één van mijn dochters had gegeven, maar ge zijt altijd met twee om te kiezen, en Jan heeft haar nooit gekend, dus hij kan niet even goed weten waarom), bakte koekebrood. Dat was op zaterdag en mijn oud metje ging daar poetsen, bij haar oude oude moeder, die zeurde over kinders die op reis gaan en naar den tv kijken. Ja, de hele wereld was om zeep en dat was allemaal de schuld van den tv. Ik moest op het hoge oude bed zitten en doordat mijn benen nog te kort waren, kon de vloer goed drogen en zat ik daar een beetje te zitten.

Als alles droog en netjes was, zette ze water op in haar moor, ik denk voor koffie, en terwijl ze nog een klein beetje verder zeurde over de verloedering van haar kinders, mocht ik koekestuutjes eten. Met boter. En als mijn grootmoeder niet keek, omdat ze nog in een of ander hoekje Mariastolpen aan het afstoffen was, kreeg ik een klein pikeurtje. In zo’n geneverglaasje, met een knipoog erbij. Want net zoals ze ervan overtuigd was dat den tv alles naar de bliksem hielp, zorgden pikeurtjes ervoor dat je sterke kinders kreeg. Die niet ziek werden en al.

Ik vond het niet lekker, dat kruidenvocht.

Maar omdat het verboden was, dronk ik het bijna leeg in één keer. Om het dan door te eten met zeven koekestuutjes.

Nu mis ik goei brood. En een goeien bakker. Negen op de tien keer zcuht ik ik een beetje in mezelf als ik een boterham aan het eten ben, want het wil zeggen dat mijn kinders nooit echt brood gekend zullen hebben. Alleen behoorlijk smaakloze hompen waar je veel charcuterie op legt omdat je het anders nog vlugger door zou hebben dat het op niets trekt. Al een geluk dat de tante af en toe een brood in ons richting gooit.

Ik spaar dus voor een oven (merci voor uw tips, ze zijn me goud waard in verbouwingstijden). Het zal wel nog een eindje duren voor ik er ben, maar kom, ooit zullen mijn kinders op hun blog kunnen schrijven dat ze zo’n zagende moeder hadden, van wie ze niet onder het doek mochten kijken, terwijl het brood aan het rijzen was. Maar dan zullen ze net als ik tenminste kunnen klagen dat het brood van de meeste bakkers flut is.

En och, dan geef ik ze wel een pikeurtje. Met een knipoog en een litannie over Facebook erbij.

 

 

Help mij een keer

November 16th, 2011

Zeg een keer wat u niet zou kunnen missen in uw keuken.

Een oven – een rek voor mijn kookboeken – plaats voor mijn mixer zodat ik niet elke keer moet zoeken – zijn alvast mijn favorieten.

 

Groeten van een naarstige keukenplanner die een duidelijke inventaris wil voor haar keuken.

I love weekends, lange weekends.

November 13th, 2011

Als weekends beginnen op woensdag en op zondag nog altijd keihard bezig zijn, dan is het liefde hier bij ons.

 

 

Samen Domino spelen, Harry Potter kijken. Tot in de nacht krant lezen en een lief dat zachtjes dj speelt. Verjaardagsfeestjes in de Westhoek. Bij mijn broer en schoonzus op bezoek in hun mooi huis vlakbij. Iedereen doen slapen in de namiddag, buiten mezelf. Mezelf vindt dat heerlijk, weten dat iedereen er is, en toch niemand horen. Bij mijn vrienden bij Paula passeren. ♥ mijn vrienden van Paula. Al een chance dat ik niet in Geluveld woon. Echt. Bij mijn grootvader in de kliniek. Naar de koeien en de kerken kijken, die je van uit zijn raam kunt zien. Ik wenste keihard dat we samen konden wandelen naar die kerken en die koeien. Damn ouderdom, damn you. Met mijn grootmoeder wafels gaan eten in Poperinge. Zeker als ze haar oude muts aandoet, en we Anna passeren in haar automatische rolstoelbrommer op de Werf. Anna is 90. Eat this, ouderdom. De lieve overweldigende sms van de tante. De vele vele emoties in mijn kop. Het keistraffe optreden van The Mudgang in een cool café. Mijn lief en mijn dochter die samen slapen. En het besef dat ze keihard op elkaar lijken, die middelste dochter en de liefde van mijn leven. Het boenkbesef dat ook al zijn uw kinderen zo vreselijk verschillend je ze toch allemaal zo graag ziet. Al dat eigen bloed dat groter wordt. Simonne die weeral eventjes een dikke lip had, maar zelfs dan nog altijd om op te vreten is. Zelfs zonder suiker.

♥ ♥ ♥ ♥

 

 

J.E.F.

November 4th, 2011

(Dat ik over J.E.F. schrijf, dat is een keihard voorrecht voor u, liefste lezer.)

Ik dacht gisteren meer dan een keer: ‘Ik hou het gewoon voor mezelf.’

Tot ik er binnenkwam gisterenavond.

Ik stond met open mond te kijken, en ik zat nog geeneens aan tafel.

‘Dit is zo mooi,’ zei mijn immer verstandige hoofd tegen de rest van mezelf, ‘en dat is zo als je het beste bij het beste brengt.’

Zij heeft een vreselijk goede smaak voor interieur en vorm. Ik zou een pink weggeven voor een inzicht als dat van haar. Waar ik in een tijdspanne van een jaar enkel over de kleur van mijn vensters heb beslist, tovert zij in een paar maanden een oud, verlaten pand om tot een bijou. Ze let op alles, en ik word week van schone lampjes en perfecte klinken en machtige boterkommetjes. Ze maakt de wereld een beetje fijner, echt, daar in haar parel in de stad. Ik ben zo blij dat ik haar ken.

Hij is een tovenaar, zegt mijn lief. Ze noemden hem ook kunstenaar, gisterenavond, en ik kon alleen maar knikken. Hij is één van de 3 Flemish Foodies, en als ik hem bezig zie in zijn keuken, dan weet ik al op voorhand dat het goed komt. Nimsa zei het ooit zeer schoon, ik zou het niet beter kunnen doen.

En toen zat ik nog altijd geeneens aan tafel.

Neen, we stonden buiten, en zeiden ‘oh’ en ‘ah’ en ‘waw’ en we dronken een glas met iets verrukkelijks. Ik moet dringend eens leren onthouden wat ik drink, en gelijk een echte zo vanalles opschrijven, i know.

Toen gingen we aan tafel.

We moesten kiezen en mijn lief zei dat het best is als je vis en vlees afwisselt en ik geloof mijn lief altijd en zo aten wij hetzelfde, zo geheel trouw aan elkaar en al.

 

Gerookte makreel. Geitenkaas.

Ik heb, toen ik dacht dat er niemand keek, met een stukje brood mijn bord leeggegeten. Omdat het einde van een bord altijd het beste is. Omdat ik toen al heimwee had naar de makreel.

Ik proefde aan de varkenswangen van mijn buurvrouwtje. Zwinnekoaken, zo gemaakt dat ik ze prompt op het lijstje van mijn Laatste Avondmaal zal zetten.

Haas royal. Kweepeer. Spitskool. Sjalot.

Haas kan mij altijd krijgen. Koninklijke haas nog meer. Ik eet het weinig, omdat ik nooit teleurgesteld wil worden en omdat de smaak me doet denken aan intense herfst.

Het was toen dat mijn lief het zei, dat Jason een tovenaar is. Ook dat haas en spitskool (machtig machtig geprepareerd – dat niemand spitskool ooit nog een kneusje durft te noemen) dansen met mekaar.

Aan de andere kant van de tafel kwam bloemkool – Pas de Rouge. Er was peterseliewortel, en volgens het andere buurvrouwtje waren er overweldigende paddestoelen.

Ik dopte mijn stuutje in de saus en kreeg ik een stukje bloemkool. Bloemkool en ik, dat zijn altijd maten. Maar zelden zoveel als bij J.E.F.

We hadden nog dessert, dat minstens evenveel kracht uitstraalde, maar ik was te gretig naar het amandelijs en de appel dat ik de foto vergat.

Wat ik wel deed, dat was kijken naar dat ander schoon volk dat daar werkt.

Nelis naast Famke in de zaal. Dat voelt zo goed.

Gilles Demeere naast Jason in de keuken. Het is een tandem, die twee heren.

Ziet ze staan zeg.

 

U weet dus weer waar u heen moet. Zo met uw lief om te vieren dat u elkaar graag ziet. Of met uw vriendinnen om te kletsen over de nieuwste naaipatronen. Met uw maten, content dat de vrouwen voor een keer thuisgebleven zijn.

————

 

J.E.F.

Lange Steenstraat 10, 9000 Gent

Open di-wo-do-vr & zaterdagavond (12-14u/19-22u/vrijdagavond eet J.E.F. laat tot 1u!)

Reserveren op 09/336.80.58.