De Bende

October 29th, 2011

Op de hoek van onze straat staat een fietsenstalling. Bijna altijd te vol, maar ook bijna altijd heel gezellig.

Gisteren was er plaats voor de mijne.

Als ik hem er zo in hijs, in dat lelijk aluminimumrek, lijkt het wel een hoogtepunt.

De bakfiets van de buurvrouw, waar Clarisse één keer per week in vervoerd wordt. De fiets van de buurjongen, zijn derde al, want de vorige twee werden gepikt. De oude gammele dan, van de hippiebuurvrouw, met het bloemetjeszadel en sporen van decadent gebruik. De mountainbike van de zelfstandige buurman, die in zijn pak vertrekt, met zo’n rekker rond zijn broekspijp. Een verdwaald exemplaar, dat daar al weken hangt, en waar niemand op wacht. De studentenfiets, van de schone rosse studente uit de straat. Die altijd hoge hielen draagt, zelfs als ze fietst.

Zouden ze babbelen met elkaar, die vehikels? Zouden ze ‘s nachts hun beste ik naar boven halen, pronkend over een nieuw zadel, of stevige banden? Zou er een machtsstrijd aan de gang zijn, zoals bij Gangs? Misschien beseffen ze maar al te goed dat ze hetzelfde lot ondergaan, zo samen. Van hier naar daar, op de hielen gezeten door auto’s, waarvan de bestuurders vaak het verstand hebben van een ei. Misschien hebben ze plannen. Om de stad over te nemen en één grote schroothoop te maken van de vierwielers. David Goliath, zo een beetje.

Ik weet het niet. Ik lig in mijn bed ‘s nachts.

Moest het zo zijn, ik zou het fijn vinden.

Echt.

En ik blijf hopen. Op automobilisten die altijd slim zijn, en fietsers die zich dan wél aan de regels zouden kunnen houden. Op een overvloed aan fietsen en eindelijk plaats in de straten van mijn dorp.

Hoop doet leven.

Montje

October 28th, 2011

Simonne is beste naam ever.

Onze Simonne is de beste dochter ever. De beste kleinste, welteverstaan. Voor ik mijn snetsebelle op mijn dak krijg. Wij hebben een beste grootste, een beste middelste en een beste kleinste, ja. Duidelijk en netjes en vooral eerlijk verdeeld.

Je kunt daar alles mee doen, met de naam Simonne. Mensen die zeggen dat namen verbasteren een schande is: zo verkeerd.

Montje, bonbontje, koekerondje.

Monneke, Simona, Simonne.

Karjonkel.

Ze kent het allemaal. Als ze ‘i’ of ‘on’ hoort, staat ze binnen de korste keren naast je.

‘Ikke’, zwaait ze dan, ‘ikke’

Ze heeft billen waar je in wil bijten en het schoonste koppeke van Gent en ik kan het niet laten, maar ik moet haar kussen. Met haar fladderhaar en haar floddergezichtje.

Zij houdt het zelf echter het meest op Monne.

Monne patatjes eten. Pas-ta, zegt ze ook. Alleen als er echt pasta op tafel komt. Pasta i lekker, mama.

Manonaise kent ze ook. Alleen laat ze zich vangen, dat schaap. Want yoghurt, dat is ook mayonaise. Net als tandpasta.

Monne weet ook precies wanneer ze wat wil. Dat zal ze meehebben van de middelste beste, vermoed ik. Al zijn het wel fijne dingen: Monne is namelijk moe om zeven uur, en Monne wil lapen. Ze weet wanneer ze honger heeft, prefereert mensen die haar voeren en geeft sedert kort échte knuffels, met twee armpjes tegelijk.

Ze viel eens op een fles in het park. Monne dikke lippe was een week het resultaat.

Toen kreeg ze stuk speelgoed naar haar hoofdje, per ongeluk en door een enthousiaste peuter. Monne Kapotoog was een feit.

‘Groei maar, monnie’, fluister ik haar op de fiets soms toe.

‘Veel en groots en boeiend en rijk.’

‘Oké mama,’ antwoordt ze dan, en ze steekt haar handjes uit, zo tegen mijn rug.

In de hoop dat daar een koekje zit.

Amper vier.

Maar ze telt voor twintig. Niet als in roepen en bleiten en zo, maar puur in karakter.

Wat zal het zijn als ze twintig is, vraagt men mij.

Ewel, ik weet het niet.

U zou het haar niet geven, neen. Ze heeft een schoon koppeke en is verbaal zo sterk dat ze u compleet onderuithaalt, de middelste dochter.

Het is hier niet ‘anything you say can be used against you’, het is hier altijd van ‘will’. Ze moet een vlijmscherp geheugen hebben, en praat gespeeld nostalgisch over ‘toen ze nog klein was’, maar ze zit er altijd boenk op. (‘Je kunt niet elke dag dezelfde paarse rok aandoen, Clarisse. zij, na 2 seconden: ’Waarom moet ik dan wel elke dag dezelfde schoenen aandoen?’)

Logisch, denk ik dan. Want uw eigen broed, dat is toch altijd het beste. Precies de logica van haar vader, denk ik ook, waarop hij nog een keer naar haar kijkt en zij hem met haar schoon ogen doet smelten.

Ze kan ontzettend lief zijn. Maar voor wat hoort wat, ja. Het liefst massages op haar rug (wat haar vader blijkbaar veel beter kan, maar ze strikt ons toch altijd allebei. mij eerst, want dan kan ze elke avond zeggen dat ik nog veel moet oefenen hoor. waarop ze haar papa vriendelijk uitnodigt), in tweede rangorde een verhaal (of vier, ze is alleen nog niet slim genoeg om door te hebben dat de verhalen van Dikkie Dik maar uit vijf zinnen bestaan. en ik wel.)

Ik noem haar nu de Dappere. Want ze is geboren met panische angst voor vliegen (de beesten), een extreme angst voor geluid en voor de stoom van het strijkijzer, en een neiging om zwaar pathetisch te wenen als haar onrecht werd aangedaan. Mishandeld zou u denken als u haar in zo’n bui tegenkwam.

Nu heeft ze die angsten overwonnen. Ze wappert in de zomer met een vliegenmepper, en dat helpt. Aan dat hysterische geween, daar wordt nog aan gewerkt. Zo zegt ze het zelf: ‘Ik moet toch de tijd hebben om te groeien zèg’.

Vorige week spoorde ze de overgrootmoeder nog eens aan ‘want er staat geen enkele foto van haar tussen de foto’s van de andere achterkleinkinderen’. Jawel, maar toen was ze baby en ‘ze kent haar zelf niet meer zo hoor’.

Nu wil ze alleen naar de bakker. En moet ik haar afzetten aan de poort op school. Als ze elf is gaat ze alleen wonen en wij mogen daar op bezoek.

 

Als we haar rug willen masseren, tenminste.

 

 

 

 

Historisch

October 22nd, 2011

Belangrijke Dingen verdienen een plaats hier.

 

Ik heb net anderhalf uur in de gazet gelezen. Met mijn deken over mijn armen want het is koud in mijn slaapkamer. Zo slim mogelijk het blad draaien, om zo min mogelijk kou te krijgen.

Daarna aan tafel, met de zon van de herfst op mijn rug en een zat kaffie in mijn rechterhand.

 

 

Zaterdagochtenden zijn het beste van het leven.

parel

October 18th, 2011

Het gebeurt niet meer vaak dat ik een goeie blog ontdek. Vroeger wel, en iedere keer was ik zo blij.

Ik heb een zeer korte lijst, ik lees niet meer veel, en ben zeer selectief. Mijn tijd is kostbaar en ik lig evengraag in bed. Of aan tafel met mijn lief. Muziek luisteren, babbelen, onnozel doen.

Vooral onnozel doen, de laatste weken.

Soms wil ik een kind zijn, al zijn mijn kinders een stuk volwassener dan ikzelf. Dat zie ik aan de vette knipogen die ze hun vader toewerpen, aan de rologen en aan het gezucht.

‘Mama staat weer op de koer, met haar ogen toe, ze doet dat altijd in de herfst, Clarisse. Maar het gaat over hoor.’

Toen leerde ik deze blog kennen.

Ik las hem van het begin. Zo maand na maand na maand. Met een potje chocomousse in mijn hand.

i love haar verhalen so much.

Ik wil een column.

Nu.

 

Voornemens

October 15th, 2011

Ik zou ne keer een lijst moeten aanleggen, net als Mme. Niet uit gevaar om in een zwart gat te vallen, maar gewoon, om mijn hoofd vrij te maken.

Geen vlees uit den Delhaize meer eten zou alvast op één staan.

Maar ik durf het niet te hard roepen, sebiets kom ik u tegen in mijn supermarkt en roept u zo ongeneerd iets over vlees.

Oh en straks heb ik zin in gebakken spek met eieren, of in gedroogde worst voor bij de aperitief, en dan?

Ik ben nog aan het broeden, het rijpt in mijn kop en ik tast de alternatieven af. Die zijn interessant, dat wel, er is het lamsvlees en dat van een varkentje dat ik heb van de beste mensen uit de Westhoek. Daar kom ik al een heel eind mee weg.

We probeerden een keer een week, de dochter van 11 en ik. Ottolenghi aan onze zij en een halve dag gespendeerd in de keuken. Maandag. En woensdag. En donderdag was ik mijn keuken zo beu dat we maar frietjes aten. Van het frietkot. Met een garnaalkroket. Zo’n ding waarvan ik niet wil weten wat erin zit.

Allemaal goed en wel, en verrukkelijk en een lief dat dan altijd zo smeltend kijkt als ik zo zonder vlees en gigantisch veel groensels kook, en mij nog meer dan anders zomaar een keer vastpakt en zegt komekirierkeppe.

Maar ik heb daar geen tijd voor zeg. Dedju. En geen plaats. En ik ben dan zo dat als ik kook zonder dieren, ik zo compleet wil gaan, en ontdek dat knolselder en linzen en hazelnoten de max zijn samen. Wat vermoeiend is.

Maar ik geef niet op, want ik las de Humo een paar weken geleden, meer bepaald dat van hormonen en maffia en nu kan ik er niks meer aan doen.

Langs alle kanten krijg ik te horen dat vis sucks en dat groensels vol pesticiden zitten en dat zelfs water niet te betrouwen is. And I know.

Maar dat van vlees dat al jaren bedorven ligt te wachten in een container tot het een frituurhamburger wordt, ik weet het niet hoor. Net als dat verhaal van dat blauwwitrund, dat zodanig miskweekt is dat het zijn eigen kalvers nooit meer op de wereld kan zetten. Ja, dat, dat waarvoor uw beenhouwer reclame maakt, kwaliteit en labels en zo voort.

En die supermarkten die de boeren onder druk zetten, en al dat gesjoemel dat daaruit voort komt.

Hoe lang zou het duren denkt u, als we massaal de supermarkt mijden? Hoe lang?

‘De voedselbanken zouden kwaad zijn, mama’, merkte de dochter nuchter op.

Dedju, weer een dilemma.

9 9

October 7th, 2011

Ik ben het vergeten zeg.

Ik ben voor het eerst vergeten dat onze dochter verjaart op de dag dat onze zoon is gestorven.

Ik dacht er pas aan op 12 september.

Toen ik in bed lag, moe maar met een lijf dat nog niet wilde slapen. Neen, het wilde dansen met het lief in de living, zoals een uur ervoor, en ruiken aan bloemen die het gekregen had. Het lijf wou, en het hoofd nog meer, nog eens denken aan al die mensen die erbij waren, en wat ik in een zatte bui weer ook al allemaal gezegd had.

Ssst, lijf, siste ik, het is gedaan nu. Je bent moe en je moet slapen.

Toen deed ik mijn lijf iets heel gemeens aan.

Ik spelde zachtjes het woord verbouwing.

Het woord verbouwing, dat helpt normaal. Dat helpt zeker om mijn serieuste ik naar boven te halen, een architecturaal gezicht op te zetten en verder na te denken over isolatiematerialen en EPB.

Maar plots schoot het door mijn hoofd.

Hé. Hé zeg. We zijn Jelle vergeten.

Oei, zei mijn lief, verdorie.

Oef, repliceerde ik, want ik dacht aan de jaren waarin ik elke avond dacht wanneer er een dag zou komen dat ik eens niet aan hem dacht.

Die dagen kwamen, net zoals de gemene mokerslagen als ik er niet aan dacht.

Maar dit jaar was er de Dag. En ik was hem vergeten. Niemand die durft denken, daar herinneren we haar aan, wat is dat toch met mensen en verdriet?

Maar ik moest lachen.

Op de Dag dat Clarisse zéér verontwaardigd had gedaan over taart met slagroom die er anders uitzag dan ze had bedoeld, op die dag waren wij blij.

We hadden veel gewerkt, en we zaten met 4 in een restaurantje, waar we eigenlijk niet meer binnen mochten. In Ieper sluit de keuken soms om 9.00, jawel. Op vrijdagavond, zeer zeker. Maar we hadden beloofd dat we braaf zouden zijn, en niet zouden plakken, en dan mochten we wel nog binnen, dat scheelt.

We hadden zo’n fijne avond daar, met ons vier. We dronken een cocktail die niet was wat hij moest zijn, maar we aten verrukkelijk vlees en zeiden allemaal ‘oh’.

We liepen later over de markt en we hoorden onze mannen fluisteren dat, als ze gewoon bleven stappen, we het niet eens door zouden hebben dat ze recht het café binnen liepen.

9 september was fun, dit jaar.

Echt, ik zou hem zo weer over doen.