Fiew.

September 28th, 2011

Het moet twintig jaar geleden zijn, denk ik.

Ik verslikte mezelf bijna zonet in mijn koffie, dat ik al dingen kan schrijven van twintig jaar terug zeg. Zwaar erover, dus, maar wel echt.

We gingen op bezoek mijn grootvader, die in Leuven in de kliniek lag.

Kleine meisjes die van Poperinge naar Leuven moeten, ik moest het geweten hebben, dat klinkt niet goed. Ieper, dat klinkt goed. Of op zijn minst minder erg. Roeselare, dat is erg. Maar Leuven, dat is de verste en de ergste kliniek die er is. Zeker als je in de Westhoek woont, en koeien en hoppevelden gewoon zijt.

Wat er mis was, dat wist ik niet. Ik zag alleen maar mijn peter liggen in zijn netjes gestreken pyama, terwijl de rest van de familie over koetjes en kalfjes aan het praten was.

Kliniekgeuren zijn geen fun, dat is. Kliniekgeuren voorspellen altijd miserie en ongeluk, voor mij. Nog altijd, feitelijk.

Ik herinner me vaag iets van ziek zijn en controleren en ‘dat het allemaal wel goed komt’.

Het kwam goed, zeker, mijn grootvader is 86 en ge zoudt hem 70 schatten. En in zijn hoofd 50.

Fiew, dacht ik dus een keer om de vijf jaar, gelukkig dat het allemaal niet erg was.

Nu ligt hij weer in de kliniek. Niets erg, wat mankementen als je bijna een eeuw leeft, je lijf zou voor minder eens iets van zich laten horen.

Dus bel ik hem elke avond. Op zijn gsm. Waarop hij, integer als hij is, als een kleine gelukkige mens babbelt, en zijn menu van de dag voorleest. Natuuraardappelen op kop. Dat een mens zo dankbaar kan zijn voor een ziekenhuisbed en een plateau eten met een deksel erop.

‘Ik bel je morgen terug, peter’, zeg ik nog net voor hij de telefoon doorgeeft aan mijn mama die daar op bezoek is. Wat hij altijd doet, de telefoon doorgeven aan mijn mama of aan mijn metje.

Fiew, denk ik nu elke dag, veel serieuzer dan vijf, tien of vijftien jaar geleden, gelukkig dat het allemaal niet erg is.

De lezer.

September 25th, 2011

We hebben ze in alle maten, dochters. Hoe ouder ze worden, hoe duidelijker de verschillen.

Het is aangenaam kijken, vanop de zijlijn, om te zien hoe verschillend ze zijn, en waar ze wel gelijkenissen vertonen. Op zoek gaan naar kwaliteiten die ze van ons geërfd hebben, of verbaasd staan bij zaken die we bij onszelf niet detecteren.

Zo leest de oudste de laatste maanden tegen een koortsachtig tempo dikke boeken. Ze wil vroeger naar bed, zit om half tien stiekem nog te lezen en zeult haar boek in een zelfgemaakte tas met zich mee. Naar school, om te lezen in de pauze, naar onze streek, om er bij oma verder in te lezen. Wat ze leest, dat doet er eigenlijk niet toe, bedenk ik als ik haar deken opschudt. Ik ben al lang blij dat ze leest. Een halfjaar geleden las ze enkel op commando, vluchtig, ondoordacht en een beetje verveeld. Ach wat, dacht ik, niet ieder kind kan een lezer zijn. Gelukkig maar, voegde mijn hoofd eraan toe, stel je voor dat de wereld vol lezers zou zitten. Ik ben er zelf één, de laatste jaren een pak minder dan vroeger, maar wel echt een lezer. Mijn pogingen om haar de liefde voor boeken bij te brengen, beperkte zich ook. Niets zieliger dan een ouder die met de wanhoop nabij zijn kind boeken onder de neus duwt. Stel u maar eens voor dat uw vader van motors houdt, en u die liefde wil overbrengen. Of voetbal. Stel u voor zeg.

Ik las wel verhalen, voor het slapengaan, een verplichting die tot de rechten van het kind zou moeten behoren. Want voorgelezen worden staat aan de andere kant. Ach, verhalen hebben we verslonden, hele boeken zelfs, met voorliefdes en boeken die ik dertig keer na elkaar las.

Daar stopte mijn opvoeding. Mijn leesopvoeding. Ze ziet boeken, dat wel, en vroeg zich soms af waarom ik er zo moe uitzag. Lezen, schat, zei ik, lezen tot een gat in de nacht.

Nu leest ze zelf, zomaar. Ik glimlach als ik haar dik boek op tafel zie slingeren. Ik doe voorzictig haar licht uit om tien uur, als ze met haar wang op haar boek in slaap gevallen is. Als ik haar roep, antwoordt ze vaker dan anders dat ze eerst haar bladzijde ‘af wil lezen’ en nu en dan vertelt ze flarden van het verhaal.

Ik ben blij voor haar, euforisch zelfs, dat ze passie kent.

Maar dat haar passie nu lezen is, dat maakt me weinig uit. Het had evengoed schilderen, naaien, schrijven of fietsen kunnen zijn. Het staat pal naast haar voetbalvoorliefde, zelfs.

Zolang ze maar passie kent, dat wel.

Dan ben ik vrij gerust in die dochter van ons.

Muziek

September 21st, 2011

Anouk zou nooit meer muziek doen. Zo zei ze het, serieus en plechtig, op een avond in de vakantie op ons koertje.

Nooit meer.

Ze moest dubbelen voor notenleer, zat even zonder accordeon en moet voor de nieuwe notenleerles naar de andere kant van Gent.

Ik ben zelf een luie, dus ik zei dat ik het begreep.

Maar we hadden niet gerekend op de slimste en de rustigste uit dit huis. Hij vond het namelijk veel stommer dat je zoveel hard werk en zoveel oefening, zomaar zou opgeven.

Dus hij stelde zijn veto. Wat hij niet veel doet, dus we bogen en Anouk gaf toe.

Al is het naar organisatie een ramp, ze doet voort. Al was het maar omdat ze zo schoon accordeon kan spelen, en omdat ze haar jaar notenleer opnieuw doet bij de fantastische meester Kristof.

‘Je mag nooit stoppen met muziek’, had hij haar toegefluisterd. Ze vertelde het me toen ze dapper haar eerste lesje zorgvuldig bijhield.

Ze doet nog even alsof ze het niet helemaal leuk vindt, maar ik hoor haar zingen, en lachen en vrolijk doen.

Allemaal met dank aan de slimste en de rustigste.

En aan meester Kristof.

Wij geraken niet uitgefeest.

Nefast voor mijn huishouden, nefast voor de reputatie die ik als ouder doorheen de jaren heb opgebouwd. Slecht voor de poetsvrouw die morgen komt en behoorlijk slecht voor mijn wasmachine, die in stilstand staat.

Maar ach, het is zo fijn, en mijn hoofd danst en springt en zegt van nognognog.

Alleen is er dat lijf, dat dwingt tot rust en dat halsreikend uitkijkt naar weekends in de Ardennen, met wandelingen en rust en lekkere kost.

Mijn lief is helemaal into music, these days, en laat dit een gigantische trigger zijn.

Wat een geluk dat we allemaal lekker dicht bij mekaar wonen.

Wat een gigantische rust in mijn lijf.

Rock ‘n roll dus, nadien.

September 14th, 2011

De romantiek beperkte zich tot een fotoshoot, een lief dat zei dat ik er porselein uitzag, dochters die op bomma’s en op rockhelden leken, tantes die gelukkig en goedkeurend keken en onze zoektocht naar elkaar doorheen de nacht.

 

Voor de rest was het rock ‘n roll.

Ik kreeg het allerallerallerschoonste cadeau ever. Van de allerallerallercoolste chick en de allerallerallercoolste vrienden ever. Ik doe daar later wel nog eens melig over.

We kochten taarten in Gent, de vriendin versleurde die allemaal naar Ieper en ik at drie stukken zonder dat iemand het zag - met schmink op.

Mijn lief kwam bijna te laat, hij stond dan ook nog te dweilen een half uur voor het volk er was. En mijn schoonvader knoopte de das. Mijn lief kan dat immers nog altijd niet, zo’n dubbele knoop.

Wat mijn lief wel kan, dat is strooien met complimenten en zeggen dat ik zijn passe-partout ben. Oh.

We werden van donderdag tot en met zondag geflankeerd door de schoonste Westvlamingen uit Ledeberg, die meer dan 40 uur aan onze zijde bleven. Hij zorgde onder andere voor verrukkelijk eten, zij voor mijn gemoed, voor veel organisatie en een duw in mijn rug en een klop op mijn schouder. Samen zorgden ze voor een onvergetelijk feest en leute dat het geen naam heeft.

Ik speechte, en zag mijn lief teken doen dat het te lang duurde – u kent mij. Maar zoals het een echte getrouwde vrouw betaamt, heb ik niet naar mijn lief geluisterd.

Willi kwam met de beruchte en beroemde Fucking Fabulous Chocolate Cake en Kobe bakte bouletten, en ik kreeg al ongeveer duizend verzoeken naar de recepten. Die u niet zult krijgen, neen. Van sommige dingen moet je gewoon genieten als ze er zijn.

Ik had veel familie, een fotograaf aan mijn zij, en Piet, de fantastische filmmaker, die af en toe op de grond zat om te filmen.

Dit lijkt al verdacht veel op mijn speech, dus ik ga het hier bij houden.

Boys and girls, you all rock.

Want zonder jullie allemaal was ons feest niet ons feest geweest. En hadden we nu niet over wolken gelopen, met onze kop vol liefde en ons hart vol emotie.

Soms is het leven toch heerlijk simpel en fantastisch.

 

 

Nog efkes, nog efkes.

September 12th, 2011

Zeg, jullie hebben vanalles tegoed van mij.

Foto’s, film, verhalen, extreem emotionele verhalen, odes, bewierokingen, het verhaal van de Fucking Fabulous Chocolate cake, de fantastische mensen, ons huwelijksnest, de verdomd lieve mensen die me zoveel geholpen hebben, mijn veel te lange speech.

Maar nog efkes.

Nog efkes dans ik met mijn vent in mijn living en zeg ik dat ik hem graag zie, doe ik alsof het allemaal nog moet beginnen, en plan ik een afterparty, ergens in het najaar.

Nog è hiel klien bitje.

Ik vraag me alleen nog af of de niet-Westvlamingen mijn emotioneel gebabbel hebben begrepen.

Geen tijd, geen tijd

September 7th, 2011

Ik kom amper nog aan zitten toe.

Ik ga braaf slapen voor 22u, en ik blijf niet plakken voor tv of in mijn boek.

Ik heb een Lijst, met alle namen, en met alle zaken die ik nog moet regelen. Het zijn er veel, maar het zijn lastminute-zaken, dus dat scheelt.

Ik bel en mail en vergat water bestellen voor het feest.

Ik bestelde echter wel véél liters van andere zaken, en deze namiddag komen mijn toogladies voor de laatste briefing.

Morgen doen we commissies en ik ben blij dat de vrienden die helpen, lachen met mij en met mijn angst dat het niet zal lukken. De taarten zijn besteld, het eten wordt machtig, zowat iedereen heeft bevestigd, en er zijn er maar een paar die niet kunnen komen.

Nog drie keer slapen. Dan word ik geschminkt, en ik trek nu al smoelen als ik mij inbeeld dat er zo vanalles op mijn gezicht komt.

Maar wat ik het meest vrees: zou ik mensen over het hoofd gezien hebben? Ben ik iemand vergeten?

Oh man, ik sterf bij de gedachte.