Ik ben nog elke dag van heel mijn leven blij dat ik in Gent woon. Elke elke dag.

Aan sommige plekken kleeft de geur van het verleden, soms kom ik ergens waar ik nog nooit ben geweest. Na al die jaren. Onverwachts, maar altijd blij dat die schone madam zomaar een bil blootgeeft.

Bepaalde plekken moet u gezien hebben. Of u moet er minstens eens gepasseerd zijn, vanzijnleven. Al was het maar om er de lelijkheid schoon te vinden.

Ik zal ze delen met u, die plekken. Die intieme plaatsen waar een mens al eens durft over kijken, voorbijraast of gewoon geen zin in heeft.

Ik heb een lijstje in mijn hoofd, en ik zal dat mondjesmaat met u delen, mijn lezers. Alleen al omdat gij zo fantastisch zijt.

Ik zal ze nummeren ook, en taggen, zodat je ze kunt terugvinden, en ik bijgevolg ook, want ik heb vrij veel internetarme vrienden die daar dan misschien ook iets aan hebben, zo. Je moet wel doen wat ik zeg hé, en ook in de volgorde dat ik u het zeg. Anders mis je de helft. Afgesproken?

Daar gaan we. Nummer 1. Voor de toerist die de musea en de kerken beu is. Voor de hippe dames onder u. Voor de anciens. Zelfs voor diegenen die al zeven keer met werk een rondleiding van VIZIT hebben gekregen, ja, zelfs voor die arme sukkelaars.

De vrouwentoiletten in het Damberd op de Korenmarkt.

Zoek een zwoele avond uit. Neem een babysit en pak de arm van uw lief. Ga naar café Damberd. Zet u aan de toog en bestelt iets. De keuze van de drank laten we in het midden, dat zou erover zijn. Nip van uw drank en wees blij dat je even geen kinderen hebt die op uw arm willen zitten. Wees ook blij dat diegene die naast u zit, die is met wie je het liefst een avond weg wil zijn, dat scheelt als je samen aan een toog zit.

Ga vervolgens, onder het gekende mom, naar de toiletten. Kies het rechtertoilet uit, zet u neer en wacht een paar seconden. Bekijk op je gemak de muren. Besef dat op de muren van een toilet het diepste van een mens naar boven komt: liefde, frustratie, liefde, verdriet, liefde, grappigheid, liefde en een beetje stoutmoedigheid. Lees dat allemaal een keer, snap de logica, of net niet, en besef dat daar geschiedenis wordt geschreven. Laag over laag, dat wel, want anders zou het niet meer leesbaar zijn.

Maar toch, de vrouwentoiletten van het Damberd. Daar moet je zijn.

Een opwarmertje, dees.

 

 

Ik kreeg voor moederdag van Anouk een barbieroze lipgloss.

Uiteraard was ik ontzettend tevreden met dat geschenk, te meer daar ik mij eigenlijk nooit of te nimmer schmink, en de dochter al weken zeurt om een roze lipgloss. Een moeder weet dat allemaal, maar kom, als uw kind bijna drie uur weg is naar het Kruidvat om de hoek, en u als moeder ondertussen angstzweet had en uw halbe buurt bij mekaar belde, dan moet ge blij zijn achteraf. Wat een moeite! Wat een idee! Hoe origineel!

Ons oudste zou wel haar eigen hart weggeven, denk ik. Ze geeft er niet om, zelfs moest je het haar op de man af vragen. ‘Hier, neem maar mee, ik krijg wel een nieuw.’ Net als ze nu voor iederéén de Joepie wil kopen, of het plan bedenkt om voor iederéén lipgloss te kopen. Voor de meisjes dan toch. Ze heeft zelfs compassie met een straatsteen die schuin ligt en kan daar 2 dagen niet goed van zijn. Net als ze als een donderwolk naar beneden kan komen, en een halfuur niet aanspreekbaar is.

Mevrouw 2 heeft een schoenenfetisj. 4 paar schoenen en amper 3 jaar oud. Oranje, groene, bruien sandalen en -sedert kort- blinkersandalen. Excuseer, maanzilverkleur-sandalen, eigenlijk. Ze heeft een vriendin, Jeanne, en Jeanne heeft een wijze mama die schoenen koopt voor haar dochter, waar ze maar één keer in past. En die zo-goed-als-nieuwe-schoenen worden dan overhandigd aan de dochter des huizes. Blij is ze wel, ‘want dat past bij haar gele kleedje, mahama’. Dus had ze gisterenochtend, toen het aan het regenen was, haar zilveren sandalen aan. Met een paar extra in de boekentas, ‘want juffrouw zal mij wel helpen als het moet’. Uiteraard had ze die ‘s avonds niet meer aan, en uiteraard had haar juf gezegd dat ze dat niet meer moest doen, met 2 paar schoenen naar school komen. En uiteraard had ik drie jaar geleden in mezelf gezegd dat ik nooit een ouder zou worden die zijn kind 2 paar schoenen zou meegeven naar school.

Of mevrouw nummer 3 een schoenenverslaving zal hebben, dat weet ik niet. Een broekencollectie heeft ze wel, de jongste van de dochters. Ze schuift immers nog steeds voort op haar poep, met één been als motor. Waardoor ze een wrijveling op haar knoezel heeft, en altijd met een zwart, vuil, bestoft rechterbeen op de foto staat. Alle broeken uit haar collectie vertonen ondertussen scheuren, of gaten eof zien er bijna uit als een dweil . Maar gisteren ontdekte ze samen met mijn vriendin het looprek, zo’n lomp Musti-ding. En daar wil ze sedertdien mee rondsjeesen. Onder een regen van kreten, want het is niet omdat ze niet kan stappen, dat ze niet kan babbelen. mama, papa, tita, anoe, lalisse, poes, woef, tuutje, stuutje, locola (ge moet het niet vragen, neen), bumba (voor als ze eens vijf minuten niet op mijn arm zit), oma, da-ag, tram.

Ziezo, de annalen zijn weer bijgevuld en u bent weer mee.

Next up to come: wat doe je met een peuter die maar 2 dingen wil? Gepakt worden en stappen aan uw hand. Maar voor dat eraan komt, moet u mij op uw communiezieltje beloven dat u als de bliksem naar Madame Zsazsa surft. Ook als u geen kinders hebt en niet kunt naaien, zelfs als u niet kunt koken. Geniet van het meesterstuk over opvoeding. En beschouw het bijgevolg als een mantra.

 

Verdorie

May 22nd, 2011

Ik beloofde dat ik de foto’s zou laten afmaken en bezorgen.

Ze zei ‘bedankt’, ze was zo blij dat ze zomaar op een zondagochtend een portret kon laten maken.

Met haar hand op de barkruk en een beetje geposeerd zo.

Als je oud bent, ken je de evidentie van digitale foto’s niet. En weet je niet dat het geen moeite kost om er honderd te laten afdrukken, zeg maar.

‘Je moet mijn schuld zeggen hoor’, prevelde ze er nog achter. Want portretten kostten vroeger stukken van mensen.

Als je Paula zag, zag je Gabriëlle. En ook omgekeerd, want ze waren beste vriendinnen. Geen mannen meer in hun leven, maar wel een ijzersterke band, doordrenkt met vertrouwen en gewoonte. Evidentie dat ge samen zeer oud zult worden, ook. En al ben je bijna tachtig of meer, de evidentie blijft.

Maar nu niet meer, verdorie.

Gabriëlle is gestorven.

En ik kende ze niet goed, maar ik ga ze missen als ik naar mijn Geluveldse vrienden ga.

Mijn koffie smaakt wrang en het stormt een beetje in mijn hart.

Ik moest aan de Muide zijn, vanavond. Op de Voorhavenlaan.

Het is een reisje, zo van Ledeberg naar één van de meer achtergestelde wijken van de stad. Het is een stuk perceptie, die achtergesteldheid, ik weet het, en voor je in je pen kruipt: ik hou van de Muide.

Hoe hartiger mijn leven wordt, hoe zeemzoeteriger en stropiger mijn gedachten. Zeker over plekken uit een ander deel van mijn leven.

Ik verloor mijn zoon daar, aan de Muide. Ik leerde er ook Gent kennen, met bus 6 richting stad. We hadden geen frigo, eerst, geen wasmachine en geen oven.Ik probeerde ooit eens spaghettit te koken in mijn waterkoker. En toen hadden we uiteraard ook geen waterkoker meer. Maar de buurt was oud, gelukkig waren de buren lief, en mocht ik proeven van het gebak op het Suikerfeest. Er weende altijd wel een kind, de mensen leefden buiten en als je een groepje mannen passeerde, keken ze gretiger dan ze zelf wilden.

Later kwam ik er terug, om op bezoek te gaan bij Mustaf. Bij de grote broers, in een huisje waar de slaapkamer en living en keuken één waren, en de badkamer ontbrak. Gelukkig was er ook daar veel liefde, en thee en zoetigheid.    ‘Juffra,’ vertrouwde hij me toen toe, ‘ge moet sterk zijn om hier te leven’.

En nu fietste ik door dat verleden, langs de Voormuide, over Muidebrug, hop, over de spoorweg, langs de prachtige Voorhavenlaan. Ik zag Turkse cafés, kitscherige winkels, lonkende mannen, schone Bulgaarse kinderen die me de weg uitlegden en gebouwen waaravn ik het bestaan niet eens kende.

Ik babbelde met de jongens die aan het basketballen waren, en zag Mustaf terug.

De Muide is aan een grote, zware opmars bezig, en ik had het niet eens door. Laat ons hopen dat de harmonie die er nu te voelen is, blijft, dat de wisselwerking een sterkte wordt. Dat de kinderen er kunnen blijven spelen, daar, met hun basketbal, en dat ze kunnen blijven doen alsof ze in New-York zijn. Dat de buurt van zijn oud en versleten karakter gered wordt, zonder dat de huizenprijzen pijlsnel de hoogte in gaan.

Zolang Mustaf er thuis kan zijn, en hij zijn vrienden kan zien, en ronddolen langs de Meulesteedsesteenweg, ben ik al lang content. Wreed content.

Mijn plein treurt.

May 17th, 2011

Ik wandel er elke dag op. Op het plein waar ik werk.

Soms gauw, als de ochtend er nog boven hangt, de zatte studenten me aanspreken met ‘juffrouwtje’ en de dag een beetje met een keer wakker wordt.

Soms rustig, als het middag is, en ik even verdwijn vanachter mijn bureau.

Soms uitgelaten, als het vrijdagavond is, en ik weet dat binnen een uur mijn dagelijkse avondwandeling erop zit.

Ik hou zo van dat plein. Net als een oude madam met het bommakleed aan. Want ze leeft, die plek, het is een herberg voor manifestaties en kermis en Villa Vanthilt en cantussen en jonge meisjes met kortje rokjes die er de eerste lentezon opzuigen. Voor stoere gasten die met een frisbee spelen. Voor kinderen en ouders die er komen om te petanken. Fietsevenementen, Leonard Cohen, wielrenwedstrijden.

Ze houdt immer haar armen open, gul op bezoek, op passanten, op toeristen, op verwende studenten die allemaal een eigen auto hebben tegenwoordig. Ze kreunt een beetje, soms, vertoont groeven, en barsten en kuilen. Maar ze dekt zichzelf altijd met een grote mantel van liefde toe. Als een constante, waar je zomaar naartoe kunt kruipen als je het allemaal hebt gehad. Het doorstaan van de seizoenen, ruzies en gevechten, liefdes, ze geeft bijna geen kick, en lacht alleen maar een beetje bij het zien van al dat menselijks.

Maar morgen niet.

Morgen zal ze rouwen. Rouwen dat ze kraakt, dat haar groeven dieper worden, en haar fundamenten eventjes beven.

Omdat ze er niet bij kan, bij dat immens verdriet. Omdat ze het wil overpakken van die mensen die door een hel gaan.

Zoals die keer dat er motards werden begraven, en zowat honderd zware moto’s muisstil op het plein kwamen bollen. Ze is daar niet goed van, jong, van motardverdriet.

Morgen zal ze nog een keer niet goed zijn. Ze zal in het zwart gekleed zijn, niet in haar ogen laten kijken en dikke tranen wenen als de schrijn wordt aangebracht.

Dat de VRT er vandaag al was, en dat er voyeurisme zal zijn morgen, dat weet ze wel. Het is een oude bomma, weetjewel. Maar dan knikt ze met haar hoofd, denkt zachtjes dat gedeeld verdriet misschien minder zwaar om dragen is, en hoopt dat duizend handdrukken wonderen kunnen doen.

Ze zal misschien een liedje neuriën, voor de familie.

Om het rauwste weg te nemen en het breken van harten tegen te gaan.

Degene die een jaar geleden nog compassie had met getrouwde mensen, is er eergisteren zelf ene geworden.

Een getrouwde mens.

Twee uiteraard, het nichtje en hij. Ze wonen om onze hoek, en soms lijkt het een beetje alsof we samen wonen. We hebben kinderen van dezelfde leeftijd, en het is amper 93 stappen van voordeur naar voordeur.

Er was dus weer feest in de familie. Met hun vrienden erbij, die ook een beetje onze vrienden zijn ondertussen, dat is zo als je mekaar veel ziet.

Jullie weten dat, jullie kennen mij al goed, dat ik vaneigens weer moest bleiten toen de bruidegom speechte. En ook nog een keer alleen in het toilet toen ik erover nadacht. En nog één keer toen ik het aan mijn mama vertelde. En omdat ik toen toch aan het bleiten was, deed ik het nog maar een keer toen Jan zei dat onze andere goeie vrienden samen een huis gekocht hebben.

Maar ik had schmink aan, dus ik kon me nu ook niet de hele nacht laten gaan hé. Ik moest lachen, en vizzelen en boos kijken en babbelen met de oude bekenden. Kijken naar de Stijnen en oude herinneringen ophalen. Maar het belangrijkste, dat kwam nog.

Dat kwam toen we uitgezaaid waren en de clan overbleef en ik de Pot werd. Geld sprokkelen en nauwkeurig bijhouden dat iedereen zijn pintje krijgt. We kregen er een sublieme ober bij, zomaar voor niks. Als ik ‘Matthias’ riep, dan kwam hij. Of hij zwaaide vanuit de andere hoek van het café, en deed teken dat hij er gauw zou zijn. Allee zeg, Matthias, we zouden u eigenlijk het liefst van al meenemen, zo, als wij op café gaan. Dat we zo Duvelglazen vol water en citroen krijgen, gratis en voor niks, omdat we zo al genoeg geld opdoen.

De rest zal ik u besparen hoor. Dat was van diep in de nacht, ontluikende liefdes en gesprekken die u toch niet zou verstaan.

We eindigden op ons koertje, wij, met veel geluk en een hoop contentement in ons lijf.

Dat is zo als je nichtje trouwt met je vriend. Dat is gewoon zo.

Erfzonde

May 11th, 2011

Elke ochtend, als wij in Gentbrugge aan de tram zitten wachten, passeert er een oud koppel, elk met een hond aan de leiband. Iedere ochtend, rond acht uur.

Aangezien er midden in de ochtendspits plots 20! minuten geen tram is, zitten wij daar maar een beetje. Mijn 2 oudste dochters en ik.

‘Kijk’, fluister ik, ‘de hondenwandelaars zijn terug’.

Die zin is voor Anouk genoeg om te beginnen glunderen. Haar ochtendhumeur – en ze heeft er één, man man – verdwijnt en ze komt tegen me plakken.

‘Ga je het nog eens doen, mama? Please?’

En dan beginht het verhaal.

Over hoe meneer en mevrouw de hondenwandelaars netjes achter mekaar naar huis lopen, zonder één woord. Hoe ze, bij het binnenkomen, hun schoenen netjes naast elkaar in de gang zetten, of neen, in de garage, want ze komen eigenlijk nooit langs de voordeur naar binnen. Hoe hond 1 rustig naar binnenwandelt, en 2 voorbij stormt. Hoe ze allebei lachen met hond 2 en lief kijken naar nummer 1.

Terwijl zij de tafel dekt, maakt hij koffie. Altijd Douwe Egberts, altijd 3 maatjes voor een volle kan. Ze zitten pal voor mekaar, eten boterhammen met confituur, en het sneetje hesp, waarvan hij maar de helft opeet, verdwijnt in de bek van de hond. Hond nummer 1 uiteraard.

In de voormiddag hangt zij de was uit, maar hij draagt de wasmand tot bij het rek, haar rug kan dat immers niet aan. Terwijl zij het menage op haar neemt, gaat hij naar Delhaize, en drinkt zij in het geniep een klein glaasje wijn. Een halfje maar, dat doet zo’n deugd als ze de beslommeringen van het ouder worden er bij neemt.

Eten gebeurt om kwart voor twaalf, het middagdutje in de relax, voor het nieuws van één uur.

Tgen dan is ons verloren kwartier voorbij, stappen we op de tram en rijden we weg. Morgen, als we ze weer zien, gaan ze misschien naar de zee. Hij met sandalen en witte sportsokken, zij met een strooien hoed.

‘Zo goed dat jij toekomst kunt voorspellen, mama’, zegt ze bewonderend als ze naast me zit en in mijn hand knijpt.

Moederen

May 8th, 2011

Het was nog maar net zeven uur deze morgen, en ik werd gewekt door 2 fluisterende kinders, die in onze kamer broodnodig dingen moesten doen.

‘Slaap maar’, zei Anouk, dus ik draaide mij om, kneep mijn ogen toe en deed alsof ik nog héél moe was.

Om negen uur lag ik daar nog. Met een beetje honger, veel dorst en vooral veel zin om op te staan.

Net toen kwamen ze naar boven, met de krant en een kop koffie. Voor de rest was het nog geen tijd. Ik kon al chocoladegeur bemerken, zo van ergens in de keuken, en dacht lachend aan mijn lief dat nog nooit of te nimmer een cake gebakken heeft. Zelfs geen quatre-quarts.

Maar de Morgen en een goei zat verse koffie volstonden om nog eventjes van de gedachte te genieten dat ik niets moest doen vandaag. Niets niets niets. Of toch ongeveer bijna zo.

Om tien uur waren ze klaar. Met vers fruitsap, koeken, héél véél kaas en cadeautjes. Die ik eigenlijk vrijdagavond al allemaal had gekregen. Maar kom, dat was ik al bijna vergeten eigenlijk.  Er waren blije dames en een meneer die dat allemaal een beetje moest helpen uitvoeren, dat zag ik aan zijn ernstig gezicht. Ik kreeg bloemen, een hoop rommel en een berg strijk toverden zichzelf er ook van de eerste keer bij.

Maar er was meer.

Er was zomaar, op de middag van de dag – ik moest niets doen, dus dat kon allemaal -, een glas champagne, olijven en de beste feta-kaas ooit. Op een klein koertje dat zo zijn best doet om het me naar mijn zin te maken.  De ene dochter ging zwemmen bij de vriendin, de andere was te moe om wakker te blijven, en de derde strandde in haar zeteltje, daarna op de grond, en sliep zoals alleen een doodmoe kind van drie kan slapen. Op de grond, op een kussen, met een stinkie in haar hand.

En het was stil, zeg, zo de twee verwekkers samen op de koer met champagne, bijna fluisterend, omdat die stilte zo zelden en zo heerlijk is.

Ze mogen nog eens zo’n dag uitvinden hoor, zo ergens aan het begin van de winter. En dan doen we gewoon alsof we de moederdag in mei vergeten zijn.

De oudste is een straatvendelaar. Ik denk dat ze een enkelband van doen heeft. Bovendien wil ze op Facebook, want ‘iederéén buiten ik zit erop’.

De middelste hoort alles, geeft constant commentaar (‘Wat wil je nu eigenlijk zeggen, mama?’) en weent alsof haar leven voorbij is.

En de jongste. Tja. Ze schuift nog altijd op haar poep, met haar 16 maanden en haar dikke billen. Voorts begint ze te roepen van zodra ze de keuken nadert, en stopt niet voor ze een hele meloen en een halve kilo couscous verorbertd heeft.

Soms kunt ge zo keihard doorhebben dat uw kinders echt die van u zijn.

Oef.

Papier

May 7th, 2011

Ik krijg hartkloppingen als ik zie hoeveel papier wij op het werk verspillen. Soms kan het niet anders, ik weet het, maar toch. Containers vol papier dat hoofdzakelijk nog blank is, jongen toch.

Ik heb dan maar, als boetedoening, mezelf verplicht de uitnodiging van onzen trouw puur als recyclageproject op te vatten.

Oud papier, bierkaartjes, en gelezen gazetten: here I come!