Werkvolk

April 30th, 2011

Aaaahhhhh. Werkvolk. Mijn voorliefde voor mannen in werkersbroeken, met vereelde handen en zware bouwvakkersstemmen.

Zijn verbouwingen een hel, de mannen die het bij ons komen doen zijn dat niet.

Wij hebben namelijk de beste metser uit heel Vlaanderen, zeg ik u. Hij heeft moccasinschoenen aan onder zijn werktenue, loopt in zijn bloot bovenlijf dat geschroeid is door de zon, en praat tussen zijn tanden en zijn baard. Weemoedig vertelt hij in de korte koffiepauze over zijn overleden vrouw, terwijl hij een sigaretje rookt. Over zijn voorliefde om te gaan vissen ‘s nachts en over de lange wandeltochten die hij met de kleinkinderen doet. Ik maak koffie, soep, frietjes en biefstuk met champignonsaus, want met pietluttige vegetarische kost kun je die mannen niet bekoren. En goei werkvolk moet je soigneren, anders komen ze niet meer terug.

Ik kijk ernaar, en lach een beetje. Met een zucht, om al die spieren, die kloven in hun handen en hun echte werkersmentaliteit.

Als ik kon en als ik wou, ik zou uren zitten en kijken en vragen stellen.

Maar er moet gewerkt worden, uiteraard.

Dus kan ik alleen maar hopen dat ze in de pauzes bij mij aan tafel komen zitten.

Ik vond dat precies gezellig, zo eens buiten de lijnen van de ruimte gaan.

‘Gaan we nog wat praten over Kadafi, mama?’, vraagt ze in de auto terwijl we wegrijden van het familiefeest.

Yevgueni speelt luid, we hebben geen kleine kinderen bij, en de zon en het fijne feest spelen parten.

Ze ratelt een tirade af, over bommen en oorlog en vriendelijke olie en waarom toch niemand iets doet aan oorlog als je weet dat het gebeurt.

Ik leg uit van belangen, en centen en olie, en dat het niet opgelost raakt als Kadafi gebombardeerd wordt. Ze zou dat nochtans willen doen, om al die mensen te helpen in dat land. Niemand zou haar straffen, denkt ze ferm, want iederéén is tegen hem. Ik probeer ook dat te counteren, en vertel over de aanhangers van de dictator. Waarop zij vraagt wat aanhangers zijn, en wat een burgeroorlog precies wil zeggen.

‘Eventjes luisteren naar één lied,’ probeer ik haar te onderbreken, ‘we praten straks verder.’

Maar ze wil niet echt luisteren, de afstand tussen Roesbrugge en Poperinge is niet lang, en straks zijn we al bij oma en hebben we niet meer gepraat. ‘Echt, ik heb de oplossing’, zegt ze eventjes later blij, ‘als ik nu nette olie uitvind, dan is het probleem opgelost. Dan kan Amerika bij mij olie kopen en hebben ze Kadafi niet meer nodig.’ Goed idee’, treed ik haar bij, want je kunt een kind ook niet altijd teleurstellen. Nochtans, ‘de wereld van de grote mensen is eigenlijk niet zo leuk’, besluit ze.

Gelukkig hield ze het voor de rest van de week realistischer.

Tot vandaag.

‘Ik zou dat wel leuk vinden, stelde ze out of the blue, ‘een boer zijn’. Waarop een heel verhaal volgde over natuur, en dieren en hard werken en content zijn van je werk. Ik repliceerde niet, deze keer, maar knikte hevig. Ik zou spinazie kweken, misschien, en van die gekke dingen die veel werk kosten, maar erg lekker zijn. Ik knikte weer. Ik vertelde haar van mijn vrienden op de buiten, die het leuk zouden vinden als ze in de vakantie kwam. Met hun grote tuin, hun bergenmentaliteit en hun sprookjeshuis vol meubelen. ‘Ok’, zei ze, ‘ik ga. Zo cool. Ik doe mijn wandelschoenen aan, en mijn werkkleren mee, en ik werk zoals een echte.’

Dat is dus geregeld, bij deze. Bergvrienden, ge moogt ze verwachten.

Moest u boer zijn, en u hebt nog nood aan een wijze boerin, ge moogt solliciteren in de commentaren. Nu de Westvlaamse. Vrienden hier toch lezen, je weet nooit, misschien lezen er hier ook halve boerinnen mee.

Ik ging nog eens naar mijn Geluveldse vrienden zeg. Café het Paradijs.

Ik was daar een eind geleden, waar ik de camionchauffeur ontmoette, mijn schoonbroer in zijn element zag, en een heerlijke cafébazin leerde kennen.

Daar kwam een vervolg aan, en dat ben ik u al altijd vergeten te vertellen.

Zet u schrap.

In dat café zat er ook een zekere Ronny, daar had ik geen gedacht van. Maar mijn vriendin wel, dat is namelijk haar goede collega, en toen die hier las, printte ze onmiddellijk het verhaal van het Paradijs uit. Ronny las het, nam het mee naar zijn stamcafé en toonde het aan de bazin. Mijn schoonbroer kwam binnen en kreeg te horen ‘dat hun café nu ook wel op het internet stond, zeker’. Mannen van boven de vijftig en hun ontdekkingen, ik wist er tot op dat moment nog altijd niets van.

Toen belde onze Joeri, en prompt kreeg ik mijn schoonbroer aan de lijn. Thierry toch, die mens is even oud als mijn vader en heeft mij in al die jaren nog nooit een keer gebeld. Ik dacht al bijna dat er iemand overleden was.

Wat toen volgde was het meest emotionele gesprek dat ik ooit met mijn schoonbroer heb gehad. Over hoe het verhaal echt zei hoe het daar was, en dat ik het snapte, en dat het zo mooi was en ik, ik blonk van trots en moest een beetje lachen dat Westvlaamse mannen van boven de vijftig mijn blogposts lazen zeg.

En vandaag ging ik terug, mijn schoonzus zou speciaal varkenswangetjes gereed doen voor ons, en met een flauw excuus moffelden Jan en ik en Thierry iets voor de middag weg. Met de belofte om half één thuis te zijn.

‘Ah, ze is daar weer’, zeiden ze. En Ronny troggelde ‘totten’ af, ik lachte met zijn voorliefde voor aalscholvers en ze vroegen naar mijn camionverhaal. En zo plots, terwijl ik braaf mijn cola leeg aan het drinken was, hoorde ik ‘www’. Ik moest bij de mannen en het vriendelijke koppel aan tafel en ze hadden het over vertellementenpuntbe en email en schrijven. We kwamen tot een deal, ik zou op commando schrijven dus. Zeg nu zelf, als uw Westvlaamse cafévrienden met grijs haar u een dienst vragen, dan kun je dat niet weigeren. Dat hier jonge mama’s lezen, en wat familie, en mijn helden en een handvol mannen, daar jubelt mijn hart al genoeg van.

Maar.Westvlaamse.Mannen.Met.Westvlaams.Gezond.Verstand. Het wordt hier alsmaar gekker.

En toen kwam Krulle. Manusje-van-alles, dat wist ik van mijn schoonzus. Dorpsfiguur. Aimabele mens ook. Fors lijf en een wezen dat één en al gentillesse uitstraalt.

‘Waar heb je dat opgeraapt?’, vroeg hij aan mijn lief. ‘ ‘t Is nog een slimme, zeg, en ze schrijft van ons café’, voegde hij eraan toe.

‘Ze is slimmer dan mij, en ze is een schatje’, antwoordde mijn lief, dat, nu ik het zo bepeis, eigenlijk altijd wel tactvolle antwoorden kan verzinnen als het erop aankomt.

11.50 op Pasen en mijn ego bereikte zo een beetje het hoogtepunt. In het Paradijs in Geluveld of all places.

We babbelden wat weg, hij over zijn dochter en haar verre reizen naar de andere kant van de wereld, ik over mijn camionproject en over hoe blij ik was dat ik hem had leren kennen. Of ik eens een foto mocht nemen, vroeg ik. Hij was een beetje argwanend, maar allee, met de nodige tactiek en de hoed van Jan lukte het wel. Kijk maar.

100 kilo puur goud. Met een dochter en een vrouw op wie ik jaloers ben, want als een vader zo schoon over zijn kinders en zijn vrouw babbelt, dan heb je een vader uit de duizend en een man om content mee te zijn.

En zo heb ik er weer een cafévriend bij, Krulle.

‘Je zou dichter van hier moeten wonen, bedankt,’ zei de lieve cafémadam Paula toen het bijna half één was.

En dat laatste, dat was nu eens het schoonste wat een mens mij op Pasen al ooit heeft gezegd.

Onzen hof

April 22nd, 2011

U bent al mee in het verhaal van Kleinkoertje.

Maar wij hebben ook een grote hof. Met een tuinman, een opruimploeg en een zandbak. En de Schelde die ernaast zwemt.

En een peuter die van eten en slapen core business maakt.

En ook een beetje verdrietig wordt als ze niet aan mijn benen kan hangen. Of als ze iets bemerkt heeft dat nog lekkerder is dan komkommer.

En een kleuter die moet wedijveren met het neefje. Of omgekeerd. Elke.Minuut.Van.De.Dag. (Ik ben wel getrouwd hé mama, Senne zegt dat dat niet waar is. Marie, Clarisse heeft gebeten op mij, zo van die slag)

Onze puber is jammergenoeg ook niet altijd aanwezig voor de foto neen, die wil naar de cinema met zulk weer. Enballerina’s kopen in het Zuid. En Joepie lezen. Elk zijn meug, zeker?

Muziek en de zeden

April 20th, 2011

Mijn lief lacht met Adele.

Hij doet haar na, met zo’n kwelerige stem, en zegt dat K3 even goed is.

Ziezo, daar gaat uw schoon beeld van mijn wederhelft. Ons dochter dacht dat ook, gisterenavond.

‘Tsss. Net alsof Frank Zappa goed is. Dat siste ze tussen haar tanden. Ik gaf een knipoog en zette de muziek wat luider.

Lieven die lachen met Adele en dochters van 11 moeten dat dringend afgeleerd worden, het is maar dat hij het weet.

Anyway, muziek en zeden dus.

Ga eens langs bij Elke, zij doet iets met muziek en vragen en dertig dagen. En toen ik daar plots het ongelooflijk goed nummer van Paul Weller hoorde, was mijn week meer dan goed. Omdat het album waaruit het komt, zowat grijs gedraaid werd door het lief in Indonesië lang lang geleden, en hij het later aan mij leerde kennen. Waarop ik het nog een keer grijs draaide, uiteraard.

Zijn we kwaad omdat hij lacht, we zijn wel nog altijd dankbaar hé.

Je weet al dat ik elke dag een zin schrijf. Zo iets over de voorbije dag, maar iets. Een bedenking van een van de kinders, een grap, een verwijzing, een woord of gewoon een zin. Ik hou dat bij, wanordelijk en zo. Soms heb ik mijn schrift niet bij en staat het op een bierkaartje, of op de achterkant van mijn Delhaizeticket. Eigenlijk is dat een ouderwetse manier van twitteren, nu ik eraan denk. Dus ik twitter wel. Op papier. En zonder volgers.

Ik heb dan ook, zowat een jaar en een paar maanden geleden, een geweldig geschenk gekregen, voor de geboorte van Simonne. Het is een kanjer van een boek, het heet MY LIFE STORY en het heeft gouden bladranden. Ik durfde er eerst niets in schrijven, want alles wat ik voor ogen had, was zo banaal. Tot die kleine karjonkel mijn hele hormonenhuishouding door elkaar schudde en ik prompt drie bladen volgeschreven had. Het is melig, wat wilt u anders van een verse moeder die een kind aan haar borst heeft? Maar het was het begin.

Ik, en bijgevolg Simonne, hebben geen boodschap aan een chronologisch overzicht van haar leven. Daar hebben we dat nog-altijd-niet-ingevulde-onnozele-geboorteboek voor gekregen. Flarden werken beter, en een mens mag al eens wat verder kijken dan het aantal tanden dat hij in het eerste levensjaar gekregen heeft, laat staan dat je dertig jaar later wil weten wanneer je voor het eerst op de pot zat.

Ons leven loopt door mekaar, en zij kan mij, met haar fors gewicht, haar dikke billen en haar gulle zoenen, meer beïnvloeden dan om het even wie anders. Ik duw op dat leven van haar, net zoals Cica, mijn lief, mijn moeder en menig van u. Al was het maar omdat je zei ‘dat je niet goed tegen gebleit kunt’. En dat van dat gebleit, dat is met een knipoog, niet iedereen is immers zo into internettaalgebruik, neen.

Het boek dus, daar ging het over.

Ondertussen is het zowat voor een vierde vol. Wat niet de bedoeling is, peis ik. Want ik heb op één zondag 3 seizoenen volgeplakt. En geschreven met mijn MontBlancPen tot de komende winter in dezelfde draai. Het leuke is dat je een nieuw krijgt als het vol is. Ze zullen vloeken, daar in Engeland.

Soms is iets zo overweldigend dat het erin moet. Zoals mijn lief die ‘ja’ zei toen ik vroeg of hij nu eindelijk met mij wou trouwen. Soms is iets angstaanjagends, en moet het er eveneens in. Of iets liefs, zoals de Russische buskaartjes, met codes die geluk brengen. De oude enveloppe van de overleden mama van mijn vriendin. Een foto. Een kattebelletje van Jan, een diploma dat mijn dochter me ooit gaf (en dat ik later tegen haar zal gebruiken als ze zegt dat ik niet de beste mama van de wereld ben). Het Plan met de Camionchauffeur.

Deze week was het het verslag dat Bart Moeyaert schreef (abonnement) over de reis die hij met zijn moeder naar Parijs maakte. Omdat ik er weer zin in kreeg naar Parijs te gaan, zonder meer. Wat ik hopelijk binnenkort echt zal doen.

Al die dingen daar in mijn boek met gouden randen, daar zal mijn dochter later veel aan hebben. Ze zal misschien zuchten, haar hoofd draaien en lachen in haar binnenste. Maar ze zal tenminste begrijpen hoe het komt dat haar moeder plots naar Parijs wou in 2011.

Feest

April 16th, 2011

Een park, wat zand. Een deken en een barbecue. Kinders en goeie moaten. Drank. Eten. Zon en een beetje warmte.

Meer heeft een mens soms niet nodig om een feestje te maken. Zomaar, op een zaterdagnamiddag.

Niels en zijn ode

April 13th, 2011

 Ik heb zes minuten van uw tijd nodig. Voor minder kan niet, anders heeft het geen zin, en moet je de gazet maar lezen.

Ik moest ze schrijven. De kleine ode aan Niels.

Recht uit de stallen, hup, de keuken in.

Hij danst een beetje gelijk dat hij voorzichtig wil zijn. Om niemand om te gooien. Met zijn hart alleen al zou hij dat kunnen, een beetje voorzichtigheid is nodig. Hij heeft een goddelijk gezicht, en hij moet dat uitspelen, zei ik hem. Maar Niels doet daar allemaal niet aan mee, aan uitspelen en zo. Hij danst liever een beetje. Of werkt een beetje veel.

‘Niels,’ fluisterde ik in zijn oor, ‘ ga je beloven dat je zo blijft?’ ‘Zo gewoon, en zo zonder pretenties, en zo echt?’

‘Ik heb maar één motie’, vertrouwde hij me toen toe, ‘en dat is mezelf blijven. Gewoon.’

Ik moet me daarvoor zetten, jong, voor zoveel wijsheid in een kop van 22 jaar oud. En ik heb hem nog niet bezig gezien in de keuken, maar als ik mijn ogen dichtknijp en mijn hoofd laat dansen, dan weet ik hoe het is.

Pleased to meet you, Niels. Echt.

(oh en dat filmpje: zet u daarvoor alstublieft eens 5 minuten, en kijk het helemaal uit. dan weet je waarover en over wie ik het heb. en dan weet je van de eerste keer ook dat Piet De Kersgieter schoon film kan maken)

Mijn roots

April 10th, 2011

* Het is de bijna laatste keer dat ik stoef over mijn volk. Echt, ik beloof het. Edoch, erg serieus ben ik niet vandaag, ‘t is maar dat je het weet *

Het zit zo: wij moesten vrijgezellen gisteren. Met het nichtje dat gaat trouwen, en de vriendinnen. De vriendinnen die ook familie zijn, en gelukkig vinden wij ridicule vrijgezellendinges ridicuul, dus daarom doen wij dat anders. Wij beginnen daar rustig aan, met een quiz en een terrasje en wat cava en hapjes en foto’s. Het lijkt een beetje saai, maar ja, wij zijn slim. Wij doen eerst rustige dingen en bouwen dat op, naar de nacht toe. Voor climaxen en zo. Wij weten al op voorhand dat het wijs zal worden, echt.

Het zat ook zo: wij zouden de mannen niet tegenkomen. Ah neen, jong. Maar dat principe werd overbooid gegooid toen het donkerder werd en er berichten werden verstuurd. Van matuur en let’s dance en i love you. Om maar te zeggen dat mannen eigenlijk niet zonder vrouwen kunnen, en omdat wij übercoole vrouwen zijn, zijn onze mannen eigenlijk het liefst bij ons. Eat this, theorie over vrijgezellenfeestjes.

Dus we belandden samen, ollemoale tegoare, in een kelder in ‘t stad. Terwijl de rest van het volk in Gent moest aanschuiven aan de toog, en wachten om naar het toilet te kunnen gaan, hadden wij precies een café voor ons alleen.

En mo, plotseling zo ergens toen het al helemaal wijs was, was iedereen Westvlaams. Op Lady Linn na, dat weet ik niet, vanwaar zij komt. En ons kent ons, dan. Er was het andere nichtje, en de lieve vriendin van het nichtje. Er was de souschef van het lief van de lieve vriendin, die de broer van onze student van enkele jaren was. En de kennis, en de jongens met wie we puberden, het oude lief, en vriendinnen. Er was de broer die plots verdween en de schoonzus die liet weten dat hij veilig thuis was.

Zo allemaal samen zeg. Met een hoofd vol verleden en veel zin in nu. En ook met plannen, plannen, plannen.

Dat is een beetje naar je roots teruggaan, lezers, en ik ben daar zwaar emotioneel over, ik. Want dat is anders, al die Westvlamingen met dezelfde humor, het gedeeld verleden en de wijze gedachten. De een al wat aangebrander dan de ander, maar Westvlamingen, die pakken dat allemaal mee. Die memmen niet en doen maar een klein beetje ambetant. Die klawieren gelijk dat niemand anders dat kan, en stoefen daar niet mee. Dat stoefen, dat doe ik wel in hun plaats. Ze zijn ook hoffelijk, die mensen uit het westen, op hun eigen manier, en elke cafébaas die ik ken, is blij als zij er zijn.

Het zijn zulke momenten die ik het meest koester in mijn leven. Die een plaatsje krijgen in die doos in mijn hart waar Altijd Alles Leuk is.

Ik moest u dat gelijk allemaal gewoon eens vertellen, vandaag.