De eindstreep

December 31st, 2010

Ik hou van de dag voor het nieuwe jaar.

Het is een beetje van iedereen gehaast en gehaast en er hangt zo’n weemoedige sfeer in de stad. Het is alles nog op het nippertje en het lijkt alsof het overal een beetje te laat zal zijn.

Ik ben van op de middag thuis, mijn lief komt tegen de avond. Het is rustig want alles is klaar. We eten gourmet, dus we hebben geen werk; We moeten alleen maar een beetje rondhangen, de vrouwen des huizes, lezen, wat slapen en een beetje dolen door het huis.

Deze rust, zo met alleen ons vijf, dat is het beste van het jaar. Eeen beetje feest maar geen entertainment, geen socializing, alleen maar een beetje babbelen en eten en drinken en zo.

Ik wens u hetzelfde, eigenlijk, wat rust. Tenzij gij vanavond de uitgang induikt. Ewel, dan wens ik u morgen rust, naast uw houten kop. En slaap, dat wens ik u ook, naast rust. Want het is alleen wie die niet heeft, die beseft hoe verschrikkelijk kostbaar hij is. Een goeie gezondheid , verder, daar moet ik geen tekeningetje bij maken. Een selectie goede boeken en nieuwe stevige muziek. Wat feesten en desnoods wat mooi kleren. Een lief, als je er geen hebt en je wil er wel een, en als je er al één hebt, hoop ik dat het een goed lief is. Dat je niet vergeet dat zagen uw leven verkort en dat je maar beter een beetje gelukkig kunt zijn. Lachen af en toe helpt ook. Verdomd smakelijk eten, dat wens ik u ook, want er gaat niets boven een bord met het beste van de wereld. Oh, dit was ik bijna vergeten, mijn grootste wens voor u, de schoonste en al: dat je volgend jaar elke elke elke dag minstens één keer kunt denken:

‘Dat was nu wel eens de moeite’

1 jaar

December 30th, 2010

Karjonkeltje toch.

Eigenlijk noem ik je al lang niet meer zo. Simona. Montje. Monneke Bonbonneke.

Je hebt teveel kracht, veel te veel wil en een allesbetoverende glimlach. Geen sprake meer van een klein, frêle, teer wezentje, neen, een zware brok liefde, ja.

Met ‘baba’ en ‘papa’ en keikoppig nooit mama. Maar dat geeft allemaal niet, mijn zoetekoekje, want eigenlijk ben ik altijd content met u. Ik hap meer dan een keer per dag naar adem als ik naar je kijk. Elken dag, elken dag. Omdat je schoon bent, en lief en omdat ik net naar uw vader kijk als ik in je ogen verdrink.

Het is zo alles en niks, verjaren op de dertigste van de laatste maand van ‘t jaar, ik weet het. Het valt tussen feesten hier en feesten daar en onnoemelijk veel eten. Jouw feestje valt een beetje weg in het niet.

Maar we maakten dat goed. Met véél ‘lang zal ze leven’, lukken en zelfs drie kleine paprikachips.

Eén jaar worden, het is me wat.

Uw kleinste één jaar zien worden, dat is nog heel wat meer dat wat.

Ik krijg graag cadeaus. Ik geef er nog veel liever. Ik heb een lijstje dat ik bijhoud, waar ik er af en toe ééntje van schrap omdat ik het weggeven heb. Ik kriebel dat allemaal neer, en ik probeer het te onthouden als mensen zeggen ‘oh, dat vind ik leuk.’ Ik geef dat dan door aan mensen die op zoek zijn, of ik gebruik het zelf.

Mijn lijstje krijgt ge niet, ah neen, wat moet ik anders kopen de komende 10 jaar? Wat je wel krijgt, is een lijstje met dingen die ik even fantastisch vind, maar die ik zelf al heb, of heb gegeven of niet kan betalen. Maar dat kunt u misschien wel.

Ik heb een gruwel aan wegwerpcadeaus en ik moet mijn omgeving daar elk jaar voor waarschuwen: ik heb nu éénmaal meisjestruien genoeg in maat 3 jaar, net als sokken en pyama’s. Mijn dochter heeft 6 slaaptenues, drie van flanel en drie van katoen en daar doe ik lang mee. Ik heb ze gekregen en ik zal ze gebruiken tot Simonne er is uitgegroeid. Niet meer, niet minder. Ik hou niet van plastieken prullen die na 2 weken kapot zijn en die de afvalberg alleen maar groter maken. Ik heb al speelgoed, mensen, want soms vergeten jullie misschien dat Simonne niet mijn eerste baby is. Ik moet dat dus toch systematisch weggeven, want anders kan ik straks mijn voordeur niet meer binnen. En dat is toch echt een reden om een héél klein beetje niet zo dankbaar meer te zijn.

voor de fietser: een (dure)Columbia-jas. Lap, dat is dan ook zowat het duurste van de rij. Maar mijn jas zorgt ervoor dat ik niet helemaal debiel word van de kou, geen wind voel en niet kleddernat op ‘t werk toekom. Het is de beste winterinvestering ooit. Dus als ge een lief hebt die dat verdient en ge hebt net uw eindejaarspremie gekregen: go go go.

voor de schrijver: My life Story. gekregen! en voorwaar het meest fijne geschenk voor simonne, omdat ik graag schrijf met de hand.

voor degene die veel van mooie dingen houdt: een boekenlampje.

voor de slaapkop: kussens. en dekentjes. ik snap niet dat je dat ooit teveel kunt hebben. alleen niet in slechte fleece, want dat geeft electriek en dat is lelijk.

voor de bourgondiër die ook van lezen en kijken houdt: InDe Wulf – Kobe Desramaults. het boek. ik hoop keihard dat ik het krijg.

voor de planner: een lederen agenda. er gaat niks boven mijn verweerde, bruine, oude lederen agenda. met een verse vulling in het begin van het jaar.

voor de handtassenverzamelaar: Hanne Beutels

in tijden van keukengekte: een grillplaat, die je dicht kunt plooien, zodat die gelijkmatig roostert.

Als u nu echt nog een goed geschenk kent, dat zowat in mijn lijstje past, zet het maar in mijn commentaren. Dat is goud waard voor volgend jaar.

Straffe koffies, jawel

December 26th, 2010

Wij hebben keiveel traditie rond Kerstmis.

Kerstavond is altijd thuis en altijd met onze liefste vriend Yves. Het is altijd rustig en gezellig en lekker en een beetje lui. Soms is het spelletjes spelen en soms cadeautjes opendoen. Geen poespas, geen uren in de keuken, gewoon aan de tafel met een goei glas en goei eten.

Kerstdag is altijd bij de schoonfamilie. Vroeger bij mijn schoonmama, nu bij het nichtje. De kalkoen wordt vakkundig nog steeds door mémé bereid, die dat het best van de hele wereld kan. De rest door het nichtje, die dat al even vakkundig kan. Het is er gezellig zoals het alleen daar maar kan zijn, aaneengerijgd door eten, drank, geschenken en spelletjes.

Kerstdagavond zijn wij meestal alleen, daar in de Westhoek. Alleen, niet echt hé, alleen als zonder kindjes. Want die gaan naar mama. En wij gaan op de lappen. Want in Ieper wordt dat buitenshuis gevierd, de avond van de dag van Kerstmis. Iedereen heeft zijn feesttenue nog aan, en dat is dan altijd een beetje feest op café.  Wij kennen het uitgaansleven niet meer zoals tien jaar geleden, maar toch. Nog altijd genoeg genoeg voor teveel bier, veel lief volk en gesprekken aan een tafeltje met de vriend. En straffe koffies, in het Joc, voor de allerlaatste keer in de kelder op die plaats. Waar de geur van 15 jaar geleden nog steeds dezelfde is, en de mensen eigenlijk ook een beetje.

En dan wandelen wij naar ons bed, in het allerergste midden van de nacht, onder de Menenpoort, over een spiegel van ijs.

‘Lief,’ piepte ik,’ dit is heerlijk. Zo gij en ik en onze armen rond elkaar om niet te vallen. Dat is van keiveel traditie en ik vind dat cool.’

Mijn lief houdt niet zo van feestdagen, zegt hij, maar van dat wandelingetje zo ‘s nachts, daarvan gaan zijn ogen blinken. En zijn hoofd wordt elk jaar een beetje lichter op de 25ste december.

Een zaligen hoogdag voor u, liefste lezer, ook al is het een dag te laat.

Kleine manipulator

December 23rd, 2010

- Je handen zijn niet vuil hoor, alleen nat. (Wanneer ik aan het afwassen ben en zij dringend dingen van mij wil bekomen, en al anticipeert op het feit dat ik zal zeggen : Nu niet, mijn handen zijn vuil)

- Mijn voeten zijn moe van te veel te eten.

- Ik ben heel moe om patatjes te eten, maar niet veel moe om koekjes te eten.

- Ik ben toch geen professor, mama. (Als ik vraag of het zal sneeuwen vandaag)

- tegen haar vriendin, zuchtend. Als het sneeuwt wil mijn mama altijd in de sneeuw spelen.

- Als je flink gegeten hebt, mama, dan mag je eens mee met mij naar bed. Is dat niet leuk voor jou?

- Dood zijn is niet erg, het is alleen veel slapen omdat je altijd moe bent.

- Ik ben een kleuter en een meisje en een zus. Ik ben eigenlijk héél véél hé.

- Zegt nu al haar nieuwjaarsbrief op. Je mag zelf kiezen wanneer het nieuwjaar is. Ik kies nu. Waar zijn de cadeautjes gebleven?

- Senne is jouw kindje niet hoor. Gewoon mijn vriendje, je moet gewoon lief doen tegen hem en niet superveel lief.

- Denk je dat ik altijd tijd hebt, misschien?

- Ik vind een wasmand veel mooier en gezelliger dan een bed, en ik wil daarin slapen. 

Ik moet ze niet eens verzamelen, haar uitspraken, ze ratelt ze af terwijl ik typ.

Tsss.

Het lukt maar niet

December 22nd, 2010

Ik geraak niet meer aan mijn pc dees dagen.

Laat staan aan mijn strijkijzer. Terwijl dat echt wel nodig is, als ik zo mijn lege kasten en volle wasmanden bekijk.

Plots is hij verdwenen, mijn tijd. Ook al ben ik op woensdag thuis en ook al heb ik hier en daar wat verlof. Geen tijd om te naaien, mijn machine staat volledig onder stof. Geen zin eigenlijk ook. Dat gebeurt elk jaar opnieuw. Ik heb gedachten in mijn hoofd, en ik krijg ze maar niet op patroon. Terwijl het mij wel een schoon blauw feestkleedje zou kunnen opleveren, moest ik wat ijveriger zijn. Geen tijd om de boeken die zich opstapelen op mijn nachttafel – eindelijk – uit te lezen, en dat is moeilijk, want ik moet herlezen en herlezen en herlezen. Met tijd die ik niet heb.

Ik moet vooral luisteren, deze winter. Naar kinderverhalen over tentoonstellingen, recepties en rapporten. Naar mijn vent, die isolatiematerialen en dakvensters onder de loep neemt. Naar de prille zwangerschapsverhalen van de collega en die van de zwangere nichtjes. Over kwaaltjes, goesting en het gevoel te willen slapen waar je staat. Ik knik veel, antwoord beamend en denk vooral de hele tijd: ‘Been there, done that’. En ook ‘het komt wel goed’. Een beetje blij, eerlijk , want zwanger zijn kan me gestolen worden. Net als opstaan in het holst van de nacht , op een veel te koude vloer, voor een babytje dat niet zo gemakkelijk slaapt. De rugpijn, de hoofdpijn, al die hormonen die persé je lijf willen doorkruisen: neen dank u. Ik luister wel, en ik geniet mee van op afstand. Ik koop wel cadeautjes in de plaats. Af en toe voel ik nog eventjes hoe al die verwachting zich balt in je lijf, dat immense verlangen dat bijna niet vol te houden is. Maar als een ervaringsdeskundige dan, het volstaat.

Het is het donkerst van het jaar, en hoewel ik het meest intens leef op dagen als deze, die zich kort en mysterieus gedragen, ik ben een beetje moe.

Ik wil in een bed-holletje, met koffie, vers gebak, een paar boeken en een film of vijf van Harry Potter. Zodat ik mee ben, eindelijk een keer. Een warmwaterkruik en een zacht kussen mogen er ook bij. En mijn lief, dat altijd rustgevend wekt op mijn wintermood. Oh, en de kinderen, als ze stil zijn en ook slapen en niet bang zijn van de Harry Potterfilm. Mijn dagboek, mijn pen, en af en toe eens mijn pc. Zodat ik eens kan kijken hoe de Russische het stelt nu ze weer in het thuisland is. Warm, wellicht.

Kruipt u mee in mijn bed?

Ik houd van Jeroen Meus

December 15th, 2010

Ik hou van alles wat hij doet.

Ik hou ook van Wim Opbrouck. En van alles wat hij doet. Zoals de manier waarop hij vertelt hoe belangrijk hij het vindt dat een tafel netjes wordt gedekt. Met de messen aan de juiste kant, en de kartelrandjes naar binnen.

Ik hou ook van echte servetten. Witte, stevige, die niet helemaal vierkantig zijn, waardoor ze niet perfect geplooid kunnen worden. Als ze net gesteven zijn.

Dat leer ik nu aan de kinderen, sie. Het oog voor een goed gedekte feesttafel. Zonder excentriek te zijn, maar gewoon door een beetje op te letten.

Servetten en goei glazen, eigenlijk. Daar gaat het om. En het eten, uiteraard. Daar draait het nog het meest van al om.

We liggen samen onder het deken. Ik ziek, zij met een grote plateau op haar schoot, me voederend gelijk een kind.

‘Mama, ik heb cola voor jou gekocht, dat is goed als je ziek bent. En ik heb ook rijstwafels mee, lekker licht voor je buik. Er is ook water, in een apart glas, want ja, als je ziek bent, je weet wel.’

We kijken samen naar Thuis, iets wat we nooit doen, alleen één keer, als ik ziek in bed lig en zij er alles aan doet om bij me te liggen. Ze wrijft een beetje over mijn rug want ik kreeg het langs geen kanten warm. Zo een hele avond niks doen, gewoon liggen en slapen, daar kan een moeder normaalgezien alleen maar van dromen, niet?

Ze kijkt naar mij en ik naar haar.

‘Soms kun je ziek zijn, mama, en héél gelukkig tegelijk.’

Het is al van dat.

December 11th, 2010

Amper vierentwintig uur getrouwd en mijn lief is naar den voetbal gaan kijken op Gent.

Dat belooft.

Gelukkig is de oudste dochter mee, want die is stekezot van voetbal, het meest van Brugge maar stiekem ook een beetje van de Gantoise. Ze had een rode broek aan vandaag, en die heeft ze in allerijl nog omgeruild voor een jeans, want ja: ‘ge moet het ook niet gaan zoeken hé mama’.

Maar zeg eens: die blauw-witte regenpijp aan het stadhuis: is dat echt een verwijzing naar het Gents voetbal? Wij dachten dat het verwees naar de strop van Gent.

‘Westfluten, ge zult nog veel moeten leren’, predikte de schepen gisteren, want ze kon het niet laten ernaar te verwijzen. Een betere integratie dan naar de voetbal gaan, is er toch niet hé.

i., gij zoudt dat moeten weten, van die regenpijp.

Ja, zeg maar Madam, ja

December 11th, 2010

Ik ben getrouwd. Met something old, something new, something borrowed en someting blue. Alhoewel, als je mijn lief, die in het blauw gekleed was, dan maar ziet als something blue.

Ik heb niet geweend, alleen maar een klein beetje als ik ja zei, maar dat had niemand door. Ik was gewapend met tal van lieve smsen, fantastische mensen, een Russische geluksbrenger en een enveloppe van de overleden mama van mijn vriendin.

We waren maar met vijf en een fotograaf van 11 die niet naar school moest in de voormiddag. Voor ge begint te rologen: het was voor de wet en we wilden het ieniemienie houden, want ons feest is pas volgend jaar.

We hadden een zalige dag, vol gebabbel, gelach, ontbijt, aperitief bij mijn kelner-maatje en eten in een echt restaurant. Er was de ring en het lief dat nu mijn vent is.

‘Het is subliem, schatje, wat wij hebben’, fluisterde hij in mijn oor. Net wat ik dacht op dat eigenste moment.