Aubergines en venkel.

Voor die groentes doe ik een moord. Of twee.

Mijn liefde voor venkel is 25 jaar oud, denk ik. Mijn grootmoeder maakte voor mij gestoomde venkel met gebakken vis en patatjes uit de oven klaar. Die patatjes, dat is gratin dauphinois, en daar zou ik dus ook een moord voor begaan. Enkel en alleen als mijn grootmoeder ze voor mij maakt. Een hele schotel, en ik mag ook de korstjes hebben. En vandaag heeft ze me beloofd dat het bijna weer de tijd is voor van die patatjes, dus ik zal nog eens moeten langsgaan binnenkort. Jammer dat ze al zo oud is, en het lastig heeft aan haar hart. Maar kom, ik wou het over groenten hebben vandaag. Over venkel, eigenlijk.

‘La cucina verde’, een kookboek dat ik in mijn hart, en bijgevolg ook in mijn sjskosj draag, werkt met groenten. Vanzelfsprekend, als je de titel bekijkt. Maar ik vind dat leuk, dan kan ik lekkere groenten eens op een andere manier klaarmaken, en wie weet is die spectaculairder en minder werk. Zo ja met venkel, dus. Temeer daar mijn huisgenoten er niet zo zot van zijn, en ik mijn uiterste best doe ze te overtuigen. Het is een beetje gelukt, bij deze.

Venkel uit de oven.

500 g venkel (ik nam er 300)-5 dl melk-70g boter-1 el tijm (had ik niet in huis, gedroogde wel)-verse geraspte Parmesan-zeezout en peper

Kuis de venkel op, snij in smalle reepjes en doe in een ovenschaal. Vul die met melk, verdeel er de klontjes boter over, bestrooi met kruiden en parmesan, en bak in de oven op 180° C, ongeveer 50 minuten. Doe er op ‘t laatst zout en peper over en serveer.

Venkel met kappertjes

300 g venkel – 2el kappers-3el olijfolie (4 voor mij) – 2 el paneermeel – 3 el geraspte pecorino – véél fijngesneden bladpeterselie – zout en peper

De venkel opkuisen en in smalle reepjes snijden. Koken (8-10 minuten). De reepjes in een ovenschaal leggen en bedekken met een mengsel van de olie, paneermeel, kappertjes en pecorino. Grillen en bestrooien met peterselie.

Simpel, lekker en eens anders. De foto is van de dochter met ambities. Ha.

De Ring

October 30th, 2010

We gingen iets eten gisteren. Zo op de middag.

Het was vrijdag en het gebroed was er niet. Voor de laatste keer.

We moesten verder plannen voor de verbouwingen (eerst een zucht en dan een sprankel hoop, maar ik vertel u dat wel een andere keer), onze oude buren bezoeken en ja, daarna naar het restaurant dus.

Toen was het twee uur en ik dacht: ‘Kom, ik ga nog wat strijken’, zoals het de brave huismoeder betaamt. Maar mijn lief zei: ‘Ach, we halen toch straks de kindjes op, we kunnen misschien nog eens een wandelingetje doen.’

Toen liepen we door onze schone stad, die wel overal in de steigers staat, maar kom, daar kunnen we ondertussen ook al tegen.

We liepen en mijn lief wandelde rustig naast me. Want hij is zowat altijd rustig, het lief. Dus ik dacht dat we gewoon wat liepen.

Toen zei hij – overdreven nonchalant, maar ik had het nog altijd helemaal niet door: ‘Oh, is dat dat winkeltje niet waar ze schone trouwringen hebben, waar jij zoveel van houdt?’. Ik knikte, en tiens, hij had dat dus al een paar jaar goed onthouden.

We gingen – zomaar – eens binnen en binnen de minuut had ik een ring aan mijn vinger, net niet in de juiste maat, maar wel wreed schoon. En winkels van ringen die hebben zo speciaal gerief waarmee ze uw vinger kunnen meten, en dat deden ze dan ook. Om mijn ring te bestellen, want dat was wat mijn lief daarna deed.

Marie en haar trouwring. Het is een feit. Alleen nog een paar weken wachten op het juiste exemplaar.

En toen we ons haastten naar de auto keek ik Jan aan en zei: ‘Mor allee, zo vreemd, en zo toevallig en nu heb ik een ring.’

En daarna lachte hij een beetje, want hij had mij er een beetje ingetuimeld, mijn lief.

Maar enfin, de ring is er. Nu nog trouwen. Ergens in december dus. En een feest in het jaar dat komt.

Het begint er op te lijken, niet?

Bloggen is voor losers

October 26th, 2010

Dat was wat iemand mij een paar keer zei de laatste tijd.

Ik zei niks, want zij wist niet dat ik blogde, en ik had niet persé een mening te verkondigen.

Bloggen is voor zielige mensen die niet weten wat zeggen in hun leven, omdat ze waarschijnlijk niemand kennen.

Ik zei nog altijd niks, want ik had nog altijd niet echt een mening te delen, maar ik lachte een beetje in mijn hoofd.

Ze ging verder, en had het over mensen die alles op internet zwieren van zodra ze iets denken, zelfs als ze bus gemist hebben, vertellen ze dat aan de heel de wereld. Ik heb geen facebook, dus ik lees meestal geen zulke trivialiteiten. Ik hoor via via altijd wel alle belangrijke dingen. Maar ik heb niks tegen Facebook, lezers, ik heb er gewoon geen tijd voor. Ik zou erin verdrinken en veels te veel mensen leren kennen. En ik ken er al zoveel. En ik dacht ook aan de laatste keer dat ik de bus miste, het was met een blogger, en het is ondertussen mijn maatje geworden, ook al zit ze aan de andere kant van de wereld nu. En het was een beetje zielig, die bus missen, zo op de Brusselsesteenweg, maar best wel gezellig zo met ons twee. Het had hier een plek kunnen krijgen, ons avontuur. Zonder het gesakker, dat wel, maar toch.

Maar de dame had het ook over de lezers van een weblog (ja, want dat is het juiste woord, moest u daar nog aan twijfelen), die volgens haar al even zielig en onnozel waren.

En toen had ik plots wel een mening te delen, want als ze aan mijn lezers komen, word ik als een leeuw die voor haar welpen zorgt. U bent dan een beetje mijn welp, ja. U die commentaren geeft, gij die een visie hebt en die met mij deelt. Al mijn lieve lezers die mij mailen, zomaar een keer. Of om iets te zeggen, of te vragen. Zij die niet akkoord zijn, en mij nog eens dwingen om verder na te denken. De mensen die ik in het echt heb leren kennen, en met wie het altijd zo fijn is. Elke keer opnieuw.Of diegene met wie ik binnenkort een koffietje ga drinken. Want alles wat gulder zegt, dat doet mij deugd. En neen, ik heb dat niet nodig om een goed leven te hebben, dat heb ik al. Maar mijn lezers en hun gedachten, het is een beetje als het zout en de peper op mijn leven.

Aha, ik word er waarlijks week van. En als ik week word, dan schudt u waarschijnlijk weer een beetje met uw hoofd, want u kent mij ondertussen al een beetje. Ik weet dat, want ik kijg soms mails met tips over dingen of zaken die ik ongelooflijk cool vind.

Ik vind het dus wijs dat gij er zijt, lezer. Ik vind dit hier leuk en ik doe mij deur net zo ver open als ik dat wil. Een grens, dat is het. Een lijn die ik keihard bewaak, elke keer als ik op ‘Publish’ druk.

Ik heb die madam dan op het allerlaatste moment toch maar gezegd dat ik blog. Ik kon het niet laten. En toen heb ik als een leeuw mijn jongen verdedigd.

Niet dat dat nodig was, I know. Maar toch.

Tja, ik was in Bellewaerde vandaag. Ja, daar met die leeuw, en al die Fransmannen van over de grens, langs die grote baan daar in de Westhoek.

Mijn schoonzus woont daar namelijk vlakbij. En mijn trouwgetuige had nog wat tickets in zijne portemonnee. En mijn lief zag het helemaal zitten. Gulder kent mijn lief niet goed, of toch de meeste onder u niet, maar zij die hem kennen, zullen nu eens schudden met hun hoofd. Jaja, mijn lief en Bellewaerde, dat gaat normaal niet zo goed samen, vrees ik. Ik en Bellewaerde eigenlijk ook niet.

Maar het was wijs. We moesten niet aanschuiven, Clarisse riep ‘kerremesse, kerremesse, nog kerremesse’ en tsjeesde van vliegtuig naar draaimolen naar treintje. Anouk wou al van die vlugge dingen doen waarvan ik kriebels in mijn buik kreeg. Maar dat was niet erg, want mijn lief zat naast mij en hij hield mij vast en hij zei: ‘mo schatje toch’. Toen lachte mijn schoonfamilie maar een beetje met mij denk ik, want ze zagen mij zitten met mijn ogen toe, smekend om eraf te mogen.

Simonne at bananen en boudoirkoekjes in de buggy en gaf af en toe een schreeuw zodat we haar niet zouden vergeten als we weer naar iets anders vertrokken. Mijn schoonmoeder was mee, en mijn schoonbroer ook, en het nichtje en haar lief, en de oudjes (ze lezen hier niet, neeheen)  hielden de wacht bij buggy’s en handtassen. Anouk en ik glipten weg om een suikerspin toen Simonne en Clarisse sliepen en de rest stoer op de Boomerang zat. Maar toen begon het te regenen en suikerspinnen en regen, dat gaat nog minder samen dan mijn lief en Bellewaerde.

Maar het was wijs, en het begon pas echt water te gieten toen we bijna aan de auto waren, dus dat was ook al weer een beetje geluk. Toen bakte mijn schoonmama nog croque-monsieurs voor ons, een stapel waar je bijna niet over kon kijken. En toen vertrokken we in den donker naar Gent, blij dat het zo leuk was en blij dat we naar huis gingen. Voor een week of twee verlof, zou ik zo zeggen, een week zonder en dan een week met kinnekes in huis.

Morgen beginnen we met een dagje Antwerpen, wat denkt u daarvan?

Anouk bekijkt me af en toe al eens van boven naar onder.

‘Eigenlijk lijk jij soms een beetje zwanger, mama’, zegt ze voorzichtig. ‘Ik bedoel, je bent niet meer echt mager als voor Clarisje, toch.’

Ik zeg daar niet teveel op, maar natuurlijk is dat waar. Ik schuil mij dan maar achter het feit dat er zowat 35 maanden baby’s in mijn buik hebben gezeten, in het totaal, en dat dat wel eens voor figuurveranderingen kan zorgen. Ze hengelt naar een antwoord, maar ze krijgt er geen.

Vanavond kijkt ze naar mijn riem in mijn kleedje. De riem van toen ik 18 was, meer bepaald. De riem met 5 gaatjes, ook. Het verste gaatje van toen ik net 18 werd, dan het gaatje van de vroege twintiger jaren, het gaatje van net voor de zwangerschap van Clarisse, en het vierde gaatje, dat ik tegenwoordig frequenteer.

‘Kijk eens’ roept ze vol verrukking naar Jan, ‘mama’s riemgaatje schuift op!’ Ge kunt dat zien aan de verwering op het leder.

Ik zeg niks, ah neen, ik denk weer aan de 35 maanden hé.

‘Dat is niet erg’, probeert ze me wijs te maken, ‘ dat wil gewoon zeggen dat je ooit wél smal bent geweest.’

Vertellementen houdt van haar stad.

We waren alleen, Simonne en ik. Op de tram, op weg naar Cica, en het regende. Donker, regen, koud, een mens zou voor minder ongelukkig zijn.

Maar Simonne niet, oh nee. Ze vertelde tegen deregendruppels op het venster, riep naar de auto’s naast ons, en at ondertussen bijna mijn oorring op. Iedereen lachte, en ze lachte gul terug. Met twee kleine tandjes erbij. Toen ze verzadigd was van al die indrukken, liet ze zich vallen op mijn schoot.

Gewoon nog een keer zij en ik, dat gebeurt veel te weinig.

‘Je hebt een boom, schatje’, fluisterde ik dan maar. ‘Een echte boom, met een naam. Boom. En je hebt ook een worm. Worm. En die leeft bij Boom. We hebben haar gezien, het was een meisje, volgens Clarisse. We hebben haar dan maar veilig terug in de aarde gezet. Dicht bij Boom. En op je verjaardag gaan we piepen hoe het met hen is. En we zullen cake eten bij Boom, en roepen op Worm. En vertellen hoe het bij ons gaat. We zullen nog eens de Verbinding doen, ah ja. En we zullen hem succes wensen, en een stoere-jongens-vuist geven.’

Ze zei ‘baba’ en toen ‘buba’ en dat betekent niet eens Bumba. Denk ik. Misschien zei ze wel: ‘Cool, wat een wijze stad hebben wij.’

Daarna sabbelde ze verder aan mijn oorring. De delicatesse van de week, vrees ik.

Armoede en het verzet ertegen

October 17th, 2010

Er zijn zo van die beloftes die een mens aan zichzelf maakt als hij klein is. Of toch als hij nog niet zo slim is als later. Die beloftes onthaal je dan later bij jezelf door eens een glimlach te onderdrukken en te denken dat een mens al eens verandert, gewoon door te leven.

Sommige beloftes, echter, blijven hangen. Sluimerend, en af en toe steken ze de kop eens op.

Ik was vijftien toen ik het besefte. Ik herinner mij de geur van de bank waarop ik zat. Ik herinner me de zon, de temperatuur en de klanken van de stemmen van de mensen rondom mij.

Ik zal armoede altijd erg vinden. Ik zal het nooit normaal vinden dat mensen moeten rekenen en rekenen om de maand rond te komen, hopend op geen doktersbezoek, ik zal kans-armoede altijd verschrikkelijk vinden. Ik hou er altijd mijn ogen voor open, mijn hoofd ook. Ik probeer niet in clichés te vervallen, zoals Dimitri Verhulst zonet zo schoon zei op Radio 1 deze ochtend. Ik hou van mensen die vanuit ervaring, mits wat geluk, zelf kunnen spreken later. Omdat ze plots een stem gekregen hebben, door toeval. Doordat ze schoon kunnen schrijven, bijvoorbeeld.

Ik heb dat ooit aan mezelf beloofd, en ik zal dat altijd blijven beloven. Net zoals ik initiatieven zoals ‘ik leef een week lang met alleen 50 euro, in het kader van de week tegen armoede altijd een beetje dubbel zal vinden. Een beetje lacherig ook, net omdat het niet mogelijk is om dat na te spelen. Armoede is geen theater, toch.

Indruk

October 15th, 2010

Ik druk een okkernoot plat met mijn hand.

Met grote ogen kijkt Clarisse mij aan. ‘Sterke mama, met je veel spieren’, glundert ze. Misschien glundert ze meer omdat ze de noot dan ook mag opeten, maar kom, dat laten we in het midden.

Als ik een stuutje uit de broodzak haal, kijkt Simonne me met nog grotere ogen aan. Want brood, dat is zowaar haar bestaan.

Anouk is niet zo gemakkelijk te imponeren. Maar ik wel. Zeker als ze mij vertelt over dat kindje van het eerste leerjaar dat op het internaat zit en spuugt als ze haar zin niet krijgt en haar mama en papa zijn gescheiden en ze mag kinderen pesten van haar papa, ze leert ook fuck you bitch en ze snapt het niet, ze heeft altijd ruzie en is niet eens vriendelijk en ze leert al die vuile manieren ook aan haar klein zusje.

Enfin, ik bespaar u verder details want ge wilt ze niet weten, langs geen kanten, maar zeg. Wat een triestig verhaal, wat een contrast met mijn eigen verwende kinderen.

Wat kan het leven toch soms een hel zijn, blijkbaar. Ook als ge in de zogezegd meest zorgeloze tijd van uw leven zit.

Smaken

October 13th, 2010

– de smaak van mijn eerste sigaret toen ik nog te jong was, bij onze open haard in Watou. Samen met mijn zus. Verboden tot in het extreme. Maar ik zal ze nooit vergeten.

– arroz de marisco, in Portugal, jaren geleden, aan de kust, met vis net uit de zee.

– het glas Saint Nicolas de Boeurgoeil, let niet op de schrijfwijze want ze is verkeerd. En ik ben te lui om het op te zoeken. Els, jij moet dat weten.

– de tomatensaus op de pizza in Brussel, toen ik net wist dat ik zwanger was van Anouk. Wederom te jong, en een beetje verboden. Maar die pizza maakte alles goed.

– de eerste keer Parodontax-tandpasta.

– het koekebrood van metje Madeleine, in Roesbrugge, op een zaterdagnamiddag.

– opgelegde krieken, met fricandon en patatjes.

– geroosterde aubergine, met look en olijfolie, iedere keer weer.

– Ebt ge der ook, van die smaken die gebrand zijn voor eeuwig en altijd.

Ge doet een helm aan, punt.

October 12th, 2010

Ten huize Vertellementen wordt er over sommige dingen niet gediscussieerd.

Niet.

Zoals: ge doet als kind een helm aan als ge op een fiets kruipt. Desnoods, bij pubers, een hip ding van Nutcase, het kan mij niet schelen, maar ge doet hem aan.

Drie.

Drie woorden heb ik daaraan moeten vuilmaken bij de oudste dochter, toen ze een jaar of drie was. Sedertdien heeft ze dat door. En naar een nieuwe helm vraagt ze tot op vandaag nog niet. Ik peis dat ze vreest dat ze over hippe helmen ook al niet gediscussieerd wordt. ‘t Is maar dat 50 euro niet veel geld is om uw leven te wagen tussen een hoop ambetante chauffeurs die vergeten dat ze verdorie in een metalen kast zitten die het tigvoudige weegt van mijn fiets, en dat ik op 1 m² op straat zowat heel mijn nageslacht meesleur op mijn vehikel in de ochtend. Voor schoon longetjes en ecologische gedachten en blablabla.

Maar bon, die ene auto die net voor onze neus deed alsof hij keihard ging aanzetten, heeft net geen gebarsten ruit en gebroken ruit neus. Ik heb daarentegen wél een hippe Nutscase-helm sedert van de week. Kwestie van consequent te zijn met mijn dames. En geen gebroken kop te hebben als ik naar mijn werk zoef.

Want daarover wordt hier wel al eens gediscussieerd, blijkbaar.

Maar bij u, hebt ge zo ook van die zaken waarover niet, niet, niet wordt gediscussieerd? Een draagbare dvd-speler? Uw groenten niet opeten? Niet meppen op de ouders? Allee zeg, ik ben echt benieuwd.