Vergeten

September 11th, 2010

Ge zoudt ze waarlijks vergeten, dat kleintje.

Ze eet, slaapt, lacht en zit. Ze verorbert broccolistronken gelijk dat het niks is en eet elke ochtend 3 stuutjes. Ze slaapt goed, veel beter dan vroeger, en zelfs als ze wakker wordt, dan nog is ze content.

Af en toe gewoon een keer goed beseffen dat ze er is, peis ik, want ze is De Gemakkelijkheid Zelve.

Wat minder gemakkelijk is, dat is mijn mailbox. Ik moet dringend een spamfilter hebben, want mijn mailbox zit vol. Op de koop toe heb ik gisteren blijkbaar een mail gestuurd naar zowat mijn hele adresboek. Damn. Ik vrees dat er ‘t een en het ander moet beveiligd worden. Als ge dus mail hebt gekregen met allemaal vreemde dingen in: i’m very sorry. Ik probeer er vandaag iets aan te doen.

3 jaar

September 9th, 2010

we hebben gezongen vandaag, en kartonnen snoeptaarten gemaakt. we hebben frietjes gegeten en koekjes meegedaan naar school. we hebben dikke zoenen gegeven aan ons feestvarken, dat enkel kussen op haar rechterwang wou. we hebben kronen gepast en aangedaan, en verjaardagskaarten op de kast gezet. we hebben frangipanetaart gegeten, en het feestkonijn heeft kaarsjes geblazen. we hebben ook een beetje verdriet gehad voor het zoontje dat vandaag 12 jaar gestorven is, en we hebben gezucht dat het gelukkig is dat we op 9 september nu ook feest kunnen vieren, want verdriet alleen, daar passen we voor.

we hebben plots een grote dochter gekregen, dachten we daarnet voldaan, die met een zwaaiende vinger rondloopt en bij het minste: ‘geen complimentjes!’ uitroept. ik wed dat de nieuwe juf daar voor iets tussen zit. ze is by the way fantastisch, de juf, de beste kleuterjuf van de wereld, denk ik, ik word er waarlijks week van.

als iedereen al slaapt en ik alleen met drie kaarsjes overblijf, denk ik vlug nog eens aan de zoon.  Aan hoe Clarisse simpel zegt: ‘nu is broer dood, maar plots zal hij levend worden, voor mijn feest, en dan weer doodgaan, zoals zaza de kakkerlak van de petteflet’

ik wou keihard dat het leven echt zo simpel was, en als ik een vallende ster zie deze nacht, dan is dat wat ik voor één keer wens.

dat het leven simpel was

Read the rest of this entry »

3 jaar van drie vingers

September 8th, 2010

Aan de vooravond van je derde verjaardag, glimlach ik als ik aan je denk.

Je kroon staat klaar, de koekjes zijn gebakken en het fruitsap staat koud. Ik weet het al, hoe het gaat. Je zult opstaan, en wij zullen met vier aan je bed staan en zingen. Dan zul je springen en vragen waar je kroon gebleven is. En de sandwiches die ik je beloofd had. Eén voor één zul je de schone zakjes vullen voor de kindjes van je klas, en dan zal je die vasthouden tot je in de klas zult staan. Ik weet dat allemaal, want ik ken je keigoed. Keigoed. Dat woord past een beetje bij u, want ge zijt koppig, zoetje. Een koppig zoetje, als dat niet schoon is.

‘Ik ben geen koppig zoetje,’ zou je antwoorden, ‘ik ben een lief meisje. Van de gele wereld.’ Dat de wereld heel is, dat kun je nog niet snappen, dat ze geel zou kunnen zijn, dat aanvaard je zonder meer. Niet dat jij zo veel zomaar aanvaardt, eigenlijk. Je kijkt, en dan denk je na. Een koppig zoet nadenkertje, ja, dat is het. Een zoute betweter ook, ik zeg het je meermaals per dag.

‘Maar wel lief, toch, mama.’ Dat zeg jij dan, als antwoord, en ook meerder keren per dag.

Ach kleintje, je bent een beetje ons alles. Je verrukking als ik eten maak, je nieuwsgierigheid naar nieuw voedsel. Het blijft me verbazen, die dankbaarheid voor een mondje eten, maar het is heerlijk, echt heerlijk. Wij lachen soms een keer met u, papa en ik. Omdat je zo verdomd gekke dingen zegt, bij momenten. En we vloeken ook al ne keer, als je weeral koppig bent.

Maar eigenlijk zijt ge gewoonweg om op te eten, elke dag opnieuw.  Als een potje zelfgemaakte pickles, zo.

Gelukkige verjaardag, lieveke.

Drie met drie vingers hé: één duimelot, één lekkepoot en een hele lange rape.

Nog één iets: leven, dat leer je met vallen en opstaan. En ook door eens je vinger in een slijper te draaien tot het bloedt. Leven, dat doet soms een beetje pijn, ook. Dat is zo. Leven, dat is altijd ook een beetje veel pijn.

Reza

September 7th, 2010

Wat i. daar zegt.

Ik krijg het gelijk niet goed verkocht aan mijn eigen hart, dat er aan de andere kant kindjes sterven van de honger. Ik hap een beetje veel naar adem als ik lees dat een moeder vertelt dat ‘haar zoontje al een maand lang geen melk meer heeft gedronken’.

Drinkbaar water en degelijk voedsel, ze kennen dat daar niet in rampgebieden.

En wij met overschotten en deftig water om ons wc door te spoelen. Ik krijg het niet verkocht aan mezelf, maar ik word er bovendien een beetje misselijk van. Van de decadentie en het gevoel ‘dat wij dat eigenlijk wel verdiend heb’.

Storten hé, mensen, al wat ge kunt. Dat de helft naar corruptie zou gaan, dat is geen excuus. Want niks is toch nog altijd maar niks.

Denkt daar maar eens aan als ge aanschuift aan de kassa van uwen Delhaize.

Karjonkelkronkels

September 3rd, 2010

Zijn haar was net gewassen. Ik kon dat ruiken, omdat ik zo net achter hem stond.

Clarisse trok aan mijn broek en vroeg naar druiven.

‘Wacht even, schatje, ‘ mompelde ik, want we stonden aan de kassa in de Delhaize. Niet dé kassa, maar de kassa van de brieven en de tabak en de La Redoute-bestellingen.

Hij rook naar musk en naar geparfumeerde shampoo. En naar tabak. Hij had een lelijke tatoeage op zijn linkerhand, maar zijn gezicht straalde iets schoons uit. Iets zachts, en iets met littekens op zijn botten, denk ik.

Hij schoof drie overschrijvingen naar voor, samen met zijn paspoort en een briefje vol aantekeningen. Ik zag dat de rekening van Electrabel was, en nog, een rekening van het UZ, en een van het water. Ik stond niet ongegeneerd te koekeloeren hoor, maar we stonden zo dicht dat ik zijn hart bijna hoorde bonken.

‘172 euro’, zei de madam aan de kassa, en hij haalde zijn kaart boven en betaalde alles in één keer.

Ik zag hem al in zijn zetel zitten, met een ziekte in zijn lijf, en weinig geld in zijn portemonnee. Zonder vrouw, want die was vorig jaar weggegaan. Met een pintje, voor de troost, en een pakje sigaretten, die hij zelf rolt, met goedkope tabak en zo’n rolmachientje. Zo met dagelijks een wandeling naar de winkel, om een keer buiten te zijn. Een aperitiefje op zondagochtend, want dan is het hier markt.

‘Waarom ween jij een beetje?’, vroeg Clarisse, toen we aan de druiven stonden.

Soms neemt mijn hoofd een loopje met mij. En de hormonen, die zijn nog altijd niet wat ze moeten zijn, blijkbaar.

feest

September 1st, 2010

Naar school gaan, dat is hier tot op vandaag nog altijd een beetje feest.

De eerste ochtend is de machtigste, vol verlangen, vol vers vers verlangen.

Er waren bloemekes op tafel, en servietten ook. En honing, die ze zo maar met een lepel mochten proeven. Er was het verhaal van de bijen en de geiten die werken om ons al dat heerlijks te bezorgen. Er waren boterhammen, en fruit. Yoghurt ook, voor onze yoghurtverslaafde.

Er was een papa thuis, die anders al altijd vertrokken is naar Brussel, en vandaag niet moest werken. De zon scheen, en het was warm.

Toen vertrokken we. Te voet, naar de juffen.

En terwijl zij op school waren, doken wij met ons twee het stad in, en kreeg ik een nieuwe broek van mijn lief. En vonden we een schoon boekje in de Slegte van Rotraut Suzanne Berner, en kochten we een wijze broek voor hem, die anders altijd zwarte broeken zou kopen. We dronken koffie op een terrasje en lazen de Knack.

Als dat geen wijze dag is, de eerste september.