Pistache

September 30th, 2010

Zeg, wat maken jullie zoal met pistachenoten?

Flow

September 29th, 2010

‘… en we waren het roerend eens dat dit iets voor jou is…’

Mijn vriendinnen gaan wandelen in de Bourgoyen om uit te waaien, en ze kopen dan schone tijdschriften voor mij, met lieve briefjes, die ik bij thuiskomst in mijn brievenbus vind.

Goei vriendinnen heb ik, ik zeg het u.

Dames, nog een keer, bedankt om aan mij te denken.

Vanaf volgende week werk ik niet meer op woensdag, ik heb dus eindelijk wat meer tijd om koffie te drinken en croissants te eten. Tot dan.$

Ik word een mama met ouderschapsverlof, hoe cool is dat.

Novosibirsk

September 29th, 2010

Mijn blogmaatje zit in Siberië.

Daar wil ik eigenlijk ook zijn.

Aan uw hart

September 28th, 2010

‘Laat het niet aan uw hart komen, schatje’, zei mijn lief voor hij vanochtend vertrok naar ‘t werk.

Maar dat doe ik wel.

Soms schrik ik een beetje van wat een simpele reactie bij mij teweeg kan brengen, en over hoeveel kwaadheid ik bij momenten beschik. Zoveel. Zoveel dat ik werkelijk een ganse nacht heb wakkergelegen voor iets stoms dat niet eens persoonlijk was bedoeld. Zoveel dat ik dan maar opgestaan ben met mijn lief om half zes, om nog een keer uit te razen tegen  en vervolgens achter de pc te gaan zitten. Om mijn wijze vriendin te raadplegen, die altijd raad heeft als ik het niet meer snap.

Tijd om een keer écht in mijn pen te kruipen, vrees ik. Want sommige zaken in het onderwijs zijn mij niet meer helemaal duidelijk.

Hopelijk hebt u beter geslapen dan ik, amai.

Veur als ik op pensioen ben

September 25th, 2010

De zin: ‘ Daar moet je nog niet aan denken, want tegen dat wij oud zijn, is er geen pensioen meer.’

Ik heb die zin al honderden keer gehoord, telkens als ik iets wijs over ‘op pensioen’ vertel.

Natuurlijk heb ik nu geen zin om op pensioen te gaan, stel u voor.

Maar ik weet wel al wat ik zou doen, als ik thuis zou zijn.

De krant lezen,  de Morgen weer een keer peis ik, en om den anderen dag de Standaard. Ik hou van de stukjes van Margot Vanderstraeten. Ge moet het maar durven, en kunnen, zo na Meneer Dewulf. Soep maken en brood bakken. Elke dag. Echt elke dag. En een taartje voor in de achternoen.

Maar het allerschoonste en fijnste dat ik zou doen, dat is zo halverwege de ochtend in mijn deuregat gaan staan, en kijken naar de mensen op straat. Met mijn schort aan. Terwijl mijn soep staat te pruttelen, en mijn brood ligt te rijzen.

Over de rest moet ik nog een keer nadenken, eigenlijk, en wie weet haal ik dat moment nooit.

En bij u: wat zou je fijnste bezigheid zijn op uw pensioen?

In de week

September 23rd, 2010

Vroeger babbelden wij altijd.

‘s Avonds, aan onze schabouwelijke keukentafel.

Nu verversen we pampers, steken we kindjes in bad, maken soep, troosten verdrietjes en geven wonderkussen op grote en kleine pijntjes. We kussen elkaar als we elkaar ns tegenkomen in de keuken, terwijl Jan kakapoepen gaat afkuisen en ik in de potten roer. We hebben sedert numero 3 een strak systeem, en dat werkt. Ook als ge dan al eens op spoed zit met een kleintje, dat  eigenlijk niet echt iets had, maar haar ogen draaiden zo lelijk weg en ze had slijm en ik freak op dergelijke dingen. Maar bon, ons systeem kan dat aan, een dagje zonder veel slaap, en we mailen dan naar elkaar dat we elkaar graag zien en dat we geluk hebben dat het niets ergs was. Enfin, het wordt hier weer een beetje doorsnee Amerikaanse romantiek, I know.

Maar neen, wacht nog even, het wordt schoon.

Mijn dochter zei iets waarvan ik achterover viel, bijna in een greppel.

‘Het leven, dat  is eigenlijk zonder iets kunnen, mama. Dat is eigenlijk zeer content zijn als je wel iets hebt. Water, en brood, en soep met balletjes. En mooie schoenen. En een warme jas, of eentje voor als het regent.’

Ik heb daar niet veel op gezegd, op zo’n wijsheid. Alleen een beetje geknikt, met een steen in mijn keel.

Toen babbelden we vanavond weer eens echt, want het jong gebroed sliep al en de oudste was in de muziekles. Over hoe keihard opvoeden over zoiets gaat. Over besef hebben, en nadenken. Ook over hoe ik nooit nog een kind wil verliezen, en over hoe pijn dat kan doen. Over hoe het na al die jaren soms keihard terug komt. Maar ook over hoe hard ik dat besef, en hoe blij ik ben met mijn dames. Over hoeveel dagen in een jaar ik eigenlijk helemaal niet verdrietig ben, maar blij blij blij.

En dan pakt mijn lief mijn vast, zoals jaren geleden, en hij sust mij met één kus. En met een cd van The National. En met de belofte dat ik morgennamiddag alleen naar het Stoffenspektakel moet gaan, en koffie gaan drinken en zo.

Ik ben een goedkope, niet? En mijn lief is mijn allergrootste held. En mijn dochter een wijs, wijs kind.

‘t Is dat ze zo schoon is

September 20th, 2010

Ze zitten met twee schoon te spelen. Het is te zeggen: Clarisse deelt de orders uit, en Anouk schikt zich daarnaar.

Plots doet Clarisse iets dat heel veel niet naar de zin van Anouk is, en die zegt: ‘ Gij moet naar uw bed, kleine.’

De kleine doet alsof ze spuugt naar de oudste.

En als er iets is waar ik niet tegen kan, dan is het dat wel. Dus ik door het lint.  Jan en Anouk grinnikend verstopt achter de keukenmuur, Clarisse beduusd in mijn ogen aan het kijken. Ze heeft door dat wij hier niet, niet, niet spugen naar elkaar. Ze zal dat dus niet meer gauw proberen.

Poging tot verzoening 1. ‘Nu ga je naar zus, je geeft haar een knuffel en je zegt dat je niet meer zult spugen, ok?’

Antwoord 1. ‘Ik doe dat wel niet espres hé mama.’

Antwoord 2 (nadat ik nogmaals door het lint ben gegaan). ‘Ik durf dat niet zeggen aan zus, want ik ben besjaamd.’

Als er nu één kind in gans Ledeberg rondloopt dat niet beschaamd is, dan is het dat madammeke wel. Zij weet gewoon keihard wat ze wanneer moet zeggen.

Wat ze niet weet, dat is dat ik veel slimmer ben dan haar, en minder besjaamd. En dat ik weleens dingen doe geheel en al express. En niet per ongeluk, zoals ze ook al eens durft te beweren.

Enfin, sorry heeft ze gezegd, en beloftes heeft ze gemaakt. Maar der is nog werk aan, aan miss macaroni.

Want humor, dat kent ze gelukkig ook.

Oef, oef, oef.

Olé olé

September 18th, 2010

Er zijn een paar dingen waar ik echt voor door de knieën ga.

Tijd om die eens te bundelen.

Vandaag, deel één.

- de oude ronde wasmanden, met gaatjes erin. Mijn grootmoeder heeft zo’n pastelblauwe, en ik word 20 jaar terug in de tijd gekatapulteerd als ik er één zie.

Ge kunt ze bestellen, ze zijn van Rice.

Terwijl ik toch aan 20 jaar geleden denk, de permanente-spelletjes van mijn grootmoeder, met gekleurde knopjes. Den coiffeur kwam aan huis, hij heette Dré, hij was innemend en hij stamerde. Ik mocht op haar schoot zitten en de speldjes aangeven terwijl ze in de krullen werd gelegd. Maar met zulke spelden zou ik weinig aan kunnen, dus dat was even een intermezzo.

De website van Dorien Knockaert. Dorien is verrukkelijk in de manier waarop ze schrijft over eten. De recepten die ik van haar geprobeerd heb, scoorden buitengewoon. Taboulé Dorothée, zeg nu zelf.

Mijn collectie boeken van Bart Moeyaert. Dat is een beetje het schoonste van mijn erfenis, denk ik. Al is daar tot op heden niemand geïnteresseerd in hier bij ons. Wat ze wel weten, is dat dat de enige boeken zijn waarvoor ik door het lint ga als er iets aan mankeert. Ik duld géén vingers, geen kreuken en geen stempelinkt op dees. En owee als het ooit wel gebeurt. O wee.

De foto’s van Bregje Provo. En de kleren die ze maakt. Ik hoop stiekem dat ze ooit een winkeltje start, ik zou daar met mijn tent gaan wonen, vrees ik.

Niet zo lang geleden kreeg ik van i. een pakje in de bus. Het was wonderschoon verpakt, en ik moest waarlijks gaan zitten toen ik het open deed. Het was een Moleskine-boekje van Brussel. Op zich doe ik daarvoor al een dansje, voor boekjes, want ik heb een schriftenmanie.

Maar. Dat was nog niks.

In dat boekje stonden lieve woorden en en en allemaal topadressen in Brussel die zij bijeen gesprokkeld had bij haar vrienden. Ge weet wel, waar moeten we ene gaan drinken als we van de AB komen? En waar kan ik een ganse namiddag zitten en koffie drinken en boeken lezen, terwijl het er ook nog mooi is? Of, beter nog, wat is het beste hotel rond Brussel? En, waar kan ik stof kopen, en lingerie, en traiteurdinges.

Zij had dat ooit eens gelezen bij mij, dat wij waanzinnig veel van Brussel houden, vandaar. En als ruil voor een veel te groot wikkeljurkje voor haar dochter. Wat eigenlijk een keislechte ruil is. Wnat dat kleedje stelt zoveel niet voor, vind ik. Maar ik maak dat goed, echt, ik heb gisteren vannacht de laatste loodjes gelegd aan de Mira-garderobe.  

Hebt ge dat ook? Zo van die zaken waar je week van wordt?

Het moment

September 15th, 2010

Ik heb een klein boekje.

Dat zit bijna altijd in mijn handtas, net als mijn pen.

Elke dag schrijf ik daar op wat ik het mooiste aan die dag vond.

Vanochtend was dat mijn koffie met een oude Standaard Magazine, die dringend gelezen wou worden, alvoor Anouk er haar schaar in zet. Want dat is ze dus echt van plan. Ze maakt namelijk enveloppes.

Alleen moet je veel geluk hebben, want ze vindt ze meestal te mooi om ze weg te geven.

Maar nu een keer aan u. Wat was uw fijnste moment van de dag?

De nieuwe keuken

September 12th, 2010

- ‘keppe’, zei ik een week of vier geleden, ‘ als we nu eens niks nieuws kopen voor de keuken die we nog niet hebben.’

Hij knikte. Hij knikt meestal als ik een idee heb. Hij is bij momenten zelfs even enthousiast. Alhoewel. Ge zoudt het niet zijn, want Jan en ratio dat goed evengoed samen als tomaten en balsamico. Maar ja, ik ken hem en ik kan dat zien, dat hij een goed idee vindt. Hij denkt dan bijvoorbeeld nog iets langer na dan anders, voor hij repliceert.

Dus. Het Plan. Voor de verbouwingen. Na de badkamerperikelen.

We gaan niet voor gemaakte keuken, ik vind dat meestal toch niet schoon. We gaan voor een keuken met allemaal dingen die al eens een leven hebben gehad. Schoon,welteverstaan, geen platen die overschilderd moeten worden in mijn keuken.

En ik, ik krijg de opdracht om te gaan speuren naar al dat schoons. De pompbak, laat ons daar dan maar mee beginnen. Zo’n een ouden stenen, met veel plaats. Niet zo een nieuw waar er bijna geen water in kan, want hoe stom kunt ge eigenlijk zijn. Oh, en dan de hangkasten. En de spiegel. En de oude servieskast.Waw.

Wij, wij wassen onze kleine kinders heel graag in de pompbak. Twee keer per week.Ergonomisch en ecologisch gezien ben ik zwaar aan het scoren, me dunkt.