Het steentje

June 30th, 2010

Wij hebben geen tuin. Hooguit een ieniemienie-koer.
Een kleine koer waar we met ons vijf net in of op passen.

Tot daar het droevige nieuws.

Want wij hebben ook een voordeur, en een dorpel. Een leuke straat en fantastische buren. Een gigantisch park op wandelafstand en godzijdank 3 kinderen die naast spelen ook graag kleuren en tekenen en zitten.

De dorpel heeft vandaag officieel een nieuw naam gekregen, zoals het echte zullen toekomt.
Steentje.


Alwaar Jan en Clarisse en Simonne en eventueel Anouk ‘s avonds zomaar wat zitten, als ze thuiskomen. Zo samen een beetje. De ene vertellen, de ander krijten en de kleinste kraaien in haar sitter. Niks beter dan een beetje ‘steentje zitten’, volgens Clarisse. ‘Kom papa, ik is daar zo alleen’.

En dat klein koertje, dat leeft bij zo’n weer. Dat is een beetje een feest op zichzelf. Zaterdagavond tot een gat in de nacht, zeg maar. En het is content ook, ons stenen terras. Zeker als Joke en Benny ne keer langskomen.
Van over de muur krijgen wij lekkere dadels van onze wijze buren, ‘s avonds, als alle kinderen slapen en wij twee alleen zijn.

En ik, ik teken daar patronen, naai er rokjes en drink er een glaasje wijn.

Dus we zijn content, wij, met ons koertje. Het mag natuurlijk altijd wat groter en wat groener en wat gezelliger, maar het maakt allemaal mijn geluk niet uit. Zolang ik een keer buiten kan zitten in de zomer ben ik al lang content.

Soms kan een groot verlies in het verleden leiden tot een sterk relativeringsvermogen. Gelukkig maar.

Grote Mens

June 26th, 2010

Er bestaan drie soorten mensen.
Baby’s, kleuters en mensen.

Er bestaan ook 3 soorten vrouwen in haar bestaan, of neen, vier.
Mama’s, madammen, oma’s en mensen met kappen. Die kappen dat zijn sluiers, en ze vindt ze magisch.
Ze staat erbij te kijken, en spreekt mijn Turkse buurvrouw erover aan.
‘Het regent toch nie, meflouw?’

Er bestaan papa’s, en die hebben allemaal een piemel zegt ze. Ook meester Peter, de directeur van onze school.

Plots is zij een mens geworden. Een grote dan nog wel.
‘Kijk!’ roept ze verrukt, ‘ik is een grote mens geworden!’
Haar armpjes reiken net niet tot aan de hemel, en ze doet sedert vandaag nu ook zelf haar schoenen aan.
Alles rondom haar bestaat uit driehoeken en ze kijkt misnoegd als ik zeg dat zij eigenlijk een echt vierkant is.
‘Neen mama, ik is een mens, een grote mens, en ik kan mij eigen onderbroekslip afdoen, lijk grote mensen.’
Ze kan minuten discussiëren over het woord slip, want zij vindt onderbroek leuker. Compromissen sluit ze wel, dus.

Jij bent een klein kapoentje, lacht Anouk, die pas écht een grote mens aan het worden is.
‘Neen zus,’ repliceert onze felste sebiet, ‘ik is een glote kapoen geworden!’

En ik, ik sta er naast en ik kijk ernaar. Ik ben gelijk een beetje moe, zoals altijd. Ik kan nog net zitten en nadenken over hoe we vanavond onze invités verwennen, dat lukt me nog net. Net als schone dingen lezen, met een kop koffie erbij. Bij Janina Modaal, bijvoorbeeld. Of LaFilleHella.
Twee dames met wie ik deze week een auto deelde. Die van Oontje dan nog wel.

Ik heb hopen werk in huis (nieuwe kast!), en nog veel dringende zaken die wachten, maar ik plant mezelf eerst op de koer, met een krant en een beetje zon.

Ne goei weekend.

Zoals het moet zijn

June 20th, 2010

Het is een zondagavond uit de duizend.
Omdat hij gewoon is, en toch uitzonderlijk niet.

Ons hoofd zit vol met een-uitgelopen-ouderraad-feestje, waardoor we veel te laat in bed lagen.
Zoveel te laat, dat ik het concert van onze vriend miste. Mijn excuses, Marc.
Veel te laat, zodat mijn hoofd tolt en mijn benen tintelen.

Flip Kowlier is aan het zingen, wat jaren is geleden, en nu plots zoveel deugd doet.
De oudste legt de laatste loodjes aan haar spreekbeurt, Clarisse is zowaar een kilo noten aan het opsmikkelen en Simonne doet een noenetuksje in de zetel. Jan bakt patatjes en ik heb zonet zestig kerstomaatjes gepeld voor bij de kip.

Woensdag trek ik erop uit met Oontje, en ik zie er zo naar uit. Het zit daar ook in kleine dingen, bij haar, blijkbaar.

Nog eventjes en ik koop de Flair en ik behoor tot zo’n groep van Gelukkige Vrouwen.
En u, hoe was uw zondag?

Vis met een jas

June 19th, 2010

Mijn kinderen zijn alledrie (u hoort het goed, nummer 3 heeft de groep vervoegd!) goede eters.
Ze zijn nieuwsgierig, eten graag en durven te proeven.

Dat is vooral heel veel geluk, denk ik zo. Dat is vooral gemak, denk ik vaker. Dat is af en toe een beetje gek doen en hopen dat ze het slikken.

Over hoe de koning van de zee alléén maar witte vis eet.
Met een korstje vol kruiden erop.
En over hoe zijn zoon het land op moet, op zoek naar peterselie, munt en oudgebakken brood.

Zet uw oven aan op 180°.
Neem een mooie witte vis.
Ik nam deze keer kabeljauwhaasje, vanwege goedkoop omdat hij zogezegd bijna vervallen was.
Hij smaakte trouwens bijzonder goed, en dat van die data, ik geloof dat niet altijd, vrees ik.
Maar bon.
Vul een pot met véél peterselie, wat munt en eventueel bieslook, of tuinkers, of iets anders groens.
Knip dat zéér fijn. Of haal, zoals in mijn geval, uw kinderen ten tonele. Die doen dat graag.
Bestrooi met paneermeel, of geraspt getoast brood, olijfolie en zout.
Doe er een lookteentje bij.
Plet alles in uw vijzel tot het een smeuïge massa wordt.
Je kunt daar nog aan toevoegen: kappers, olijven, pijnboompitten enzovoort.

Druppel wat olijfolie in een ovenschotel.
Leg de vis erop.
Beleg de vis aan de boevenkant volledig met het mengsel.
Bak de vis in de oven, tot de korst goudbruin ziet.

Serveer met véél groenten.
Bij ons worden het deze weken voornamelijk broccoliweken, aangezien Simonne beslist heeft dat ze dat nu eenmaal het lekkerst vindt.

Smakelijk.

Karjonkel groeit

June 13th, 2010

Hey kleintje,

dag allerkleinste meisje in mijn armen.
Het gebeurt niet meer zo vaak, en meestal ben ik te doodmoe om het te zien, maar vannacht lachte je weer.
Je lag daar aan mijn borst, gulzig als meestal, en toen staakte je het drinken.
Je ogen blonken als geen één en je mond, vol melk, lachte.
Je keek me even aan, en het was alsof je zei: ‘Daar doe ik het voor, mama. Voor die gestolen momenten in de nacht. Daarvoor lach ik me overdag te pletter, eet ik 20 gram patatjes en zit ik veel te zitten alsof dit alles het beste van het leven is.’

Ik moest net niet wenen, maar knikte hevig terug.
Daarvoor doe ik het, dacht ik stil.
Voor die glanzende blikken die je me schenkt, voor je vingertjes die aan mijn kleren blijven plakken, voor je eeuwige rust. Voor je gekir, dat gebabbel wordt, en voor je tandenloos mondje dat spreeuwt naar meer.

Mijn Karjonkel toch. Je wordt groot, je groeit en groeit en groeit en ik kan met moeite volgen.
Ik kijk niet uit naar later, ik wens niet wat je worden zal, ik mijmer niet over eerste stappen, en kan me niet inbeelden dat je ooit zult kunnen schrijven.
Ik kijk naar jou zoals je vanavond bent.

En dat is toch al heel wat voor mijn hoofd.
Meer dan veel en meer dan genoeg.

Ik stop ermee

June 8th, 2010

Ik stop met kolven.
Bijna.
Een beetje.

Ik zat deze middag op vergadering in Antwerpen en ik kolfde tijdens de middag op een donker toilet en plots proestte ik het uit.
‘Zie mij hier nu een keer zitten’, dacht ik lachend.
Te laat voor het reserveren van borstvoedingspauzes, waardoor ik al twee maanden mijn middagpauzes opoffer. Dat is niet alleen stom, dat is ook dom. En ambetant en niet leuk.
Want doordat mijn middagpauze voor de helft uit kolven bestaat, eet ik veel te vlug, en smaakt mijn eten mij niet. Ik voel me flauw, en doordat ik ‘s nachts nog vaak op moet staan, werkt al dat voeden als een ware uitputtingsslag.

‘Een mama is de gouden spil van een gezin, mevrouw’, vertelde de dame van Kind en Gezin mij belerend vanavond, toen ik om een spuitje voor de kleinste ging. ‘En als die spil wegvalt, dan valt er heel veel weg’, voegde ze er aan toe.

En toen ging ik prompt naar de apotheker, bestelde een fles poedermelk en liet ook mijn lieve apotheker nog eens luisteren naar mijn verhaal. En Dirk, die kan daarover meepraten, want hij heeft zelf vier flinke zonen.

En nu ik die beslissing heb genomen, lijkt ik of ik gigantisch verraad pleeg tegenover mijn dochter.
Dus heb ik beslist dat ik deze avond nog maar eens een potje huil.
Kwestie van de hormonen nog ne keer vrij spel te geven.
Ge weet maar nooit hé.

Zon

June 5th, 2010

Soms vliegt een weekend weg.
Het zit vol fijne dingen, maar doordat het vol is lijken ze allemaal zo fijn niet meer.

Deadlines in uw vrije tijd.

Wij hadden het vorig weekend. Kleine dingen, waarbij de tijd zo ongemeen belangrijk was.
Blèh. Ik vind het vreselijk. Wij allemaal hier.
Het is een zeer absurd gegeven dat je een hele week rent rent rent om in het weekend nog meer te rennen.
Zondagavond voelde aan als een uitputtingsslag. Een vermoeide start van een lange werkweek. Blèh blèh blèh.

Geen wonder dat wij allemaal ziek werden, en de één al minder slaap had dan de ander.

Vandaar dat wij dit weekend niks doen dat met tijd te maken heeft. Alleen zitten en lezen en lekker eten en bij vrienden gaan.
Rondhangen thuis en vooral in het park. Kranten lezen en koffie drinken.

Geniet ervan, van uw eigenste weekend. Doe ook maar eens écht niks.