2009

January 3rd, 2009

De man stond voor me aan de kassa in Delhaize.

Het was kerstavond, en in alle haast waren mensen nog de laatste inkopen aan het doen.
De man had slechts drie dingen gekocht: een kleine fles schuimwijn, een voorgemaakte lasagne van het huismerk van de winkel en een zakje met aperitiefkoekjes.

Toch duurde het lang voor het mijn beurt was. Ik was de titels van de tijdschriften aan het lezen, toen me plots opviel wat de reden was.

De man betaalde met koperen muntjes; 5 cent, 5 cent, 2 cent, en oh, wat een geluk, plots verscheen er een munt van 10 cent.

De kassierster geeuwde verveeld en bezorgde de man – en mij – een ongemakkelijk gevoel.

Plots had ik alle tijd. Ik zag de man zo voor me, thuis, aan het tellen, aan het rekenen. Tellen tot er voldoende geld op tafel lag voor zijn boodschappen. Die mij al bij al zeer nederig leken voor kerstavond. Wat dan ook maar weer perceptie is.

Met moeite kon er een glimlach van haar gezicht toen ze de man het ticket overhandigde. Het leek belachelijk, dat ticket dat betaald werd met muntjes.

Mijn lieve lezers,
dat 2009 voor jullie geen confronterende toestanden meebrengt, zoals voor de man in Delhaize.
dat een goede gezondheid en familiegeluk jullie deel mag zijn.
dat zorgen kortstondig duren, en vreugde immens lang.