Vrijdagavonden

October 31st, 2008

Wij doen hier nog altijd van vrijdag-avondje, wij.

En het één is het ander niet, maar het blijft gezellig. Echt gezellig.

Er is de vriendin, die vaak wel wil komen, maar het zo druk heeft op ‘t werk. Met wie ik dan tot ‘s nachts buiten zat (zomer) en lange gesprekken had op een dak in Ledeberg.
Er is de dochter, die languit in de zetel ligt, roepend: ‘Mama, kom eens.’
Er is de kleinste, die het nooit lang uithoudt, maar wel ‘Oh’ en ‘Ah’ en ‘Kik’ en ‘Oe’ zegt.
Er is het nichtje met het kindje, die vlakbij woont. En het kindje is voorlopig de enige van de mannelijke soort die hier op vrijdagavond van harte welkom is.
Er is het nichtje dat wat verder woont, die we niet meer zo vaak zien, maar bij wie het erg erg bijkletsen is. Over vrouwenkilo’s, mannen en huizen. En veel meer.
Er is de vriendin, die hier onlangs was, en die toch echt wel eens moet komen met de dochter(s).
Er is mama, die ook eens wil komen.
Er is de lieve schoonzus, die ik absoluut erbij wil, één dezer dagen.
Er zijn de Ledebergse vriendinnen, voor wie ik eens quiche wil maken.

Er is plots wat traditie bij, op vrijdagavond, en ik koester ze als was het goud.

(Oh! Er is ook Desperate Housewives. De schoonste afsluiter van een avond vol vrouwelijk geweld.)

Man+winkel

October 29th, 2008

Ik zeg het u, soms is mijn lief een klein beetje gek.
Als we gaan winkelen, bijvoorbeeld, zoals vandaag.
Mijn man heeft truien nodig, véél truien. Voor een koude winter die op komst is.

Wat ik schoon vind, noemt hij subtiel ‘klassiek’. Als hij klassiek zegt, dan bedoelt hij eigenlijk ouderwets.
Ik weet dat, want ik ken hem soms een beetje beter dan hij zichzelf. Als het over kleren gaat, dan toch.

De mouwen van de truien die we willen kopen, mogen geen hinder ondervinden van de mouwen van de hemden die onder die truien zullen hangen.

Snapt u het nog?
Ik wel, alleen vind ik het zo grappig.

De schoenen die ik om-te-smelten vind, vindt hij toch maar een beetje ouderwets.
Zo schoon, man, zo schoon, je had ze moeten zien. Ze waren grijs, met hak en met veters en zo stijlvol. Of ouderwets, het is maar hoe je het ziet.

Nu, de truien die we kopen, vind ik best wel ok. Al vind ik helderblauw, groen en oranje nog wijzer, en de dag dat hij ooit eens volledig mijn smaakt volgt, trouw ik met hem.
En die schoenen, die koop ik lekker toch. Misschien vindt hij me wel meer dan gek.

Weg.

October 29th, 2008

Omdat het schaap al lang niet meer tot de favorieten van de kleinste behoort.
Omdat ik eens verandering wou.
Zomaar, dus.

Raar

October 28th, 2008

‘Mama, waarom doe je zo raar deze week?’

Het is een vraag die me al drie dagen achtervolgt.

Ik dans, ik lach, ik naai poppeslabbertjes, ik strijk samen met Anouk en als ik zin heb, drink ik gewoon gezellig thee. Ik bewonder haar Playmobil en vind de gekste spelletjes uit, ik speel Uno – keer op keer op keer – en ik wacht met stofzuigen tot het morgen is. Ik kook of laat voor me koken (denk Jan maakt verse stoverij met Westmalle). Ik plan savooikolen en spruitjes, gebakken pompoen én heerlijke ratatouille van Mme Zsazsa.
Dat het regent en pokkekoud is, kan me niks schelen, want ik loop tot ‘s middags in mijn jogging rond. Ik heb schone stoffen ontdekt op internet en ruim de tijd genomen om in de wondere wereld van The Sartorialist te duiken.

Ik heb een week vakantie en ik weet weer wat leven betekent.

Zottekot

October 28th, 2008

Op het einde van de lange gang zie ik een rolstoel. De rolstoel bonkt heen en weer tegen de deur. Alsof hij wanhopig binnen wil raken.

Een oude vrouw met mooie ogen klampt me aan. Haar kleed toont mooie geometrische motieven. Het lijkt wel retro.
‘Mevrouwtje, zou je me naar huis willen brengen? ‘t Is in Vlamertinge, achter de kerk. Ik moest al lang thuis zijn. Mijn zoon wacht. Mijn kleinkind komt van school. Ik zou zo content zijn.’

Een ander is verwoede pogingen aan het ondernemen om de rolstoel van haar vriendin te saboteren. Ze draait de bouten los en gooit ze zo ver mogelijk weg, liefst onder de kast van de tv.

Nog wat verder zie ik een oude schone man zitten. Een knappe, jonge vrouw vraagt of hij goed zit. Hij wil weten hoe laat het is. Er hangt nergens een klok.
Wanneer de vrouw vertrekt, wil hij haar ‘buitenlaten’, zoals dat bij ons op de streek gezegd wordt. ‘Laat maar, papa, ik vind het wel.’

Mijn grootvader is waarschijnlijk de gemakkelijkste van al deze oude, dementerende mensen. Het enige wat hij nog doet, is ademen. Staren. Zitten. Zijn handen beginnen meer en maar op de zwemvliezen van een eend te lijken: knokerig, met vliezen van vel, en zonder spieren.

Terwijl ik bij hem zit, sloft een oude dame me voorbij. Ze is één kous kwijt, waardoor ze er schijnbaar grappig bijloopt.

Odile zit al een uur naar een reportage op Canvas te staren.

‘t Is hier een zottekot*’, mompelt hij. Ik vrees dat hij gelijk heeft.

*een zottekot is bij ons vaak niet negatief bedoeld, maar eerder een verwijzing naar een drukke plaats, waar het moeilijk is om rust te vinden.

Gemiddelden

October 26th, 2008

Jan moest met Clarisse naar Kind en Gezin deze week.
De dokter was wat ouder, had waarschijnlijk al duizenden baby’s door zijn armen zien passeren, en relativeerde het begrip ‘gemiddelden’.
Een gemiddelde is goed bij sterke afwijkingen, maar zegt vaak weinig over je eigen kind. Ik ken niks van percentielen, en weet evenmin wat de gemiddelde lengte is van een baby van bijna 14 maanden.
Gemiddelden kunnen zo misleidend zijn. Als een gemiddelde op een rapport staat, dan zegt dat bitter weinig over de individuele prestaties van je kind.
In een zwakkere groep ligt het gemiddelde beduidend lager dan in sterkere groepen. Hoe je eigen kind staat in verhouding tot een gemiddelde, moet je als ouder vooral zelf goed kunnen inschatten. Veel kennis over je kind helpt daarbij.
Jammergenoeg worden gemiddelden in scholen nog al te veel gebruikt als een soort ‘leidraad’, waaraan elke ouder de prestaties van zijn kind kan spiegelen.
Maar vaak kan een kind dat steevast onder het gemiddelde scoort, individueel sterke resultaten neerzetten. Die, in het licht van wie hij is, schitterend zijn.
Anouk scoort voor taal altijd erg hoog boven het gemiddelde, wat normaal is, omdat ze sterk is in taal en een goed ontwikkeld visueel geheugen heeft. Dat geheugen zorgt doorgaans voor weinig schrijffouten in dictees, en voor goede (technische) leescapaciteiten.
Voor rekenen haalt ze niet altijd het gemiddelde, wat ik niet zo erg vind. Ik ken haar zo, en weet dat het daar moeilijker mee heeft. inzicht is meestal geen probleem, nauwkeurig werken en controleren echter wel.
In het licht van al deze weetjes, kan ik zeer goed inschatten waar ze zich bevindt, relatief en absoluut.

Of die punten een indicatie zijn voor intelligentie (waarbij middentoetsen mij zeer zinloos lijken), is nog een ander paar mouwen.

Alleszins, mijn gemiddelde activiteit zal vandaag nul zijn. Hoe je het ook draait of keert.

Veggie croque monsieur

October 26th, 2008

Het recept is een brouwsel van een goede vriendin van mij. Je kunt ermee variëren, of het klakkeloos kopiëren. Ideaal op een winterse zondagnamiddag. Als je geen spruitjes of savooikolen in huis hebt, natuurlijk.

Neem 2 grote bruine boterhammen. Leg ze open, naast elkaar en beleg elke boterham met een verschillende kaassoort (bij voorkeur van het Hinkelspel). Bestrijk met rode of groene pesto. Leg er nog wat zeer dun gesneden tomaat op, preischeuten en/of andere kiemen op. Grill/rooster, tot de kaas licht gesmolten is.
Dien op met een salade met veel verschillende slasoorten, goede olijfolie en balsamico, verse peper en zeezout.

Hongerstaking

October 23rd, 2008

Mijn grootvader eet niet meer.
Niks meer.
Ik weet niet of hij nog drinkt. Ik hoop het wel.
Want dorst is zo verstikkend.
Hij krijgt ook pleisters, voor de pijn.
Nu pas, denk ik dan.
Want hij gaat al jaren achteruit. Traag, maar tergend.
Nu het vlugger gaat, gunt men hem minder pijn.
Een laatste avondmaal.
Hoe ironisch.
Al jaren leeft vooral zijn lichaam nog, en vertroebelt zijn geest steeds meer.

Ik zal er nooit het nut van inzien, van dat jarenlang afzien. Nooit.
Al mis ik hem nu al, en de gedachte dat hij er plots niet meer zal zijn.
Toch gun ik hem van harte wat schoonheid.
Ook als die niet meer tot het leven behoort.

Mode

October 22nd, 2008

Ik ben geschrokken van het merk InWear.
Ik loop altijd voorbij die winkel, omdat de etalage me zelden aantrekt en ik met het andere merk helemaal geen binding heb.
De winkel in Antwerpen was net iets anders, waardoor ik toch maar eens ging kijken.

Het merk heeft me positief verrast.
Er hingen veel schone stukken, die een fijn gevoel in de hand gaven.
De snit en afwerking zijn zeer verzorgd en dat zie je.
Dat zie je zelfs het meest in soberheid.
Mooie stoffen, uitgekiende patronen en -vooral- aantrekkelijke kleuren.
De designer deed zijn best, het naaiatelier niet minder, en zelfs de verkoopster was top.
Natuurlijk moet je zoeken, passen en combineren. Maar daar ben je net een vrouw voor.

Buitenwandelen met een herfstkleedje in oker en grijs dat er fantastisch uitziet. Dat je op de trein keer op keer beloert in het zijdepapier. Dat je doet glimlachen op de fiets naar huis.

Doen!

Multitasking

October 19th, 2008

Op de vraag of ik graag véél kinderen wil, antwoord ik volmondig ‘ja!’.
Op de vraag hoe ik dat zou bolwerken, blijf ik een antwoord schuldig.

Want ik heb in het weekend, gedurende zowat 20 uur, eventjes moederkloek mogen spelen voor de kindjes van mijn vriendin. Zeven had ik er dan, welteverstaan: 2 van onszelf, maar dat wist u al, en 5 van hen.

Ik vind het heerlijk, een massa kindertjes rond me heen. Ik zou niks anders doen dan rondhangen met was, pyamaatjes, papflessen en kinderspeelgoed. Echt waar.

Maar mensen, het was weekend, mijn hoofd was vrij en mijn lichaam was op slow-motion ingesteld. Het was mooi weer en de kindjes waren zalig.
Voeg daar nu wat werk-moeheid, wat stress, slecht weer en één of andere kinderziekte aan toe, en ze mogen me gegarandeerd afvoeren naar één of andere psychiatrische instelling.

Ik zou het niet kunnen, ook al wil ik.

En ik koester mateloze, voortdurende bewondering voor mijn vrienden, die dat allemaal doen alsof het schijnbaar niks is. Voeg er hun zeer zwaar professioneel leven aan toe, want dat hebben ze. Toch nog altijd enthousiast, altijd relativerend en met een ongelooflijke zin om ‘s morgens op te staan. Dat laatste, dat denk ik, en hoop ik des te meer.

Met de vraag ‘Hoe doen zij dat bijgod?’ nestel ik me deze avond in de zetel. En wens ik hen een rustige week toe. Amai.